|
+Artikel 201 1. |
Artikel 201 1.De instellingen kunnen de volgende partijen gebruiken als toelaatbare verschaffers van niet-volgestorte kredietprotectie:
a)
centrale overheden en centrale banken;
b)
regionale of lokale overheden;
c)
multilaterale ontwikkelingsbanken;
d)
internationale organisaties waaraan overeenkomstig artikel 118 een risicogewicht van 0 % wordt toegekend;
e)
publiekrechtelijke lichamen, indien de blootstellingen met betrekking tot deze lichamen overeenkomstig artikel 116 worden behandeld;
f)
instellingen, en financiële instellingen waarvoor blootstellingen met betrekking tot de financiële instelling worden behandeld als blootstellingen met betrekking tot instellingen overeenkomstig artikel 119, lid 5;
f bis)
gereglementeerde entiteiten uit de financiële sector;
g)
indien de kredietprotectie niet wordt verschaft voor een securitisatieblootstelling: andere ondernemingen met een kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI, met inbegrip van moederondernemingen, dochterondernemingen en verbonden entiteiten van de debiteur indien een directe blootstelling met betrekking tot die moederondernemingen, dochterondernemingen of verbonden entiteiten een lager risicogewicht heeft dan de blootstelling met betrekking tot de debiteur;
h)
gekwalificeerde centrale tegenpartijen. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt f bis), van dit artikel wordt onder „gereglementeerde entiteit uit de financiële sector” verstaan een entiteit uit de financiële sector die voldoet aan de voorwaarde van artikel 142, lid 1, punt 4), b). 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|