+Artikel 400 1.

Artikel 400 1.

De volgende blootstellingen zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1:

a) 

actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op centrale overheden, centrale banken of publiekrechtelijke lichamen, die als ze niet door zekerheden gedekt waren, uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen;

b) 

actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op internationale organisaties of multilaterale ontwikkelingsbanken die als ze niet door zekerheden gedekt waren, uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen;

c) 

actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door centrale overheden, centrale banken, internationale organisaties, multilaterale ontwikkelingsbanken of publiekrechtelijke lichamen, indien niet door zekerheden gedekte vorderingen op de entiteit die de garantie verstrekt, uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen;

d) 

andere blootstellingen die toe te wijzen zijn aan of gegarandeerd worden door centrale overheden, centrale banken, internationale organisaties, multilaterale ontwikkelingsbanken of publiekrechtelijke lichamen, indien niet door zekerheden gedekte vorderingen op de entiteit waaraan de blootstelling is toe te wijzen of die de garantie voor de blootstelling verstrekt, uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen;

e) 

actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op regionale of lokale overheden van de lidstaten indien die vorderingen uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen, alsmede andere blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door deze regionale of lokale overheden aan de vorderingen jegens welke uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zou worden;

f) 

blootstellingen met betrekking tot tegenpartijen bedoeld in artikel 113, lid 6 of lid 7, indien zij uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 0 % toegewezen zouden krijgen. Blootstellingen die niet aan deze criteria voldoen, worden ongeacht of ze van artikel 395, lid 1, zijn vrijgesteld, behandeld als blootstellingen met betrekking tot derden;

g) 

actiefposten en andere blootstellingen die zijn gedekt met zekerheden in de vorm van deposito's in contanten bij de leningverstrekkende instelling, of bij een instelling die de moederonderneming of een dochteronderneming van de leningverstrekkende instelling is;

h) 

actiefposten en andere blootstellingen welke gedekt zijn met zekerheden in de vorm van depositocertificaten die zijn uitgegeven door de leningverstrekkende instelling of door een instelling die de moederonderneming of een dochteronderneming van de leningverstrekkende instelling is, en die bij een van deze zijn gedeponeerd;

▼M17

i) 

blootstellingen die voortvloeien uit niet-opgenomen kredietfaciliteiten die in bijlage I zijn ingedeeld als posten buiten de balanstelling van subklasse 5 of contractuele regelingen die voldoen aan de voorwaarden om niet als verplichtingen te worden behandeld en mits met de cliënt of groep van verbonden cliënten een overeenkomst is gesloten op grond waarvan de faciliteit alleen mag worden opgenomen indien vaststaat dat de limiet die krachtens artikel 395, lid 1, van toepassing is, niet zal worden overschreden;

▼M8

j) 

transactieblootstellingen van clearingleden en bijdragen aan het wanbetalingsfonds van gekwalificeerde centrale tegenpartijen;

▼B

k) 

blootstellingen met betrekking tot onder Richtlijn 94/19/EG vallende depositogarantiestelsels, die voortvloeien uit de financiering van die stelsels, indien op de instellingen die aan het stelsel deelnemen een wettelijke of contractuele verplichting tot financiering van het stelsel rust;

▼M8

l) 

transactieblootstellingen van cliënten als bedoeld in artikel 305, lid 2 of lid 3;

m) 

door af te wikkelen entiteiten, of door hun dochterondernemingen die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, aangehouden eigenvermogensinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 45 septies, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU, uitgegeven door een van de volgende entiteiten:

i) 

ten aanzien van af te wikkelen entiteiten, andere entiteiten die tot dezelfde af te wikkelen groep behoren;

ii) 

ten aanzien van dochterondernemingen van een af te wikkelen entiteit die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, de betrokken dochterondernemingen van de dochteronderneming die tot dezelfde af te wikkelen groep behoren;

n) 

blootstellingen die voortvloeien uit een minimumwaardeverplichting die voldoet aan alle vereisten van artikel 132 quater, lid 3.

▼B

Contanten ontvangen in het kader van een door de instelling uitgegeven credit linked note, alsmede leningen en deposito's van een tegenpartij aan, respectievelijk bij de instelling die onder een uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 4, in aanmerking genomen overeenkomst tot verrekening van balansposten vallen, worden geacht onder punt g) te vallen.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis