+9. Bij de inachtneming van de vereisten van titel VII, hoofdstuk 2, van Richtlijn 2013/36/EU op …
|
9. Bij de inachtneming van de vereisten van titel VII, hoofdstuk 2, van Richtlijn 2013/36/EU op …
Bij de inachtneming van de vereisten van titel VII, hoofdstuk 2, van Richtlijn 2013/36/EU op geconsolideerd of gesubconsolideerd niveau overeenkomstig artikel 109 van deze richtlijn moeten de aan Richtlijn 2013/36/EU onderworpen moedermaatschappijen en dochterondernemingen er zorg voor dragen dat de in die richtlijn en in deze richtsnoeren vastgelegde regelingen, processen en mechanismen op geconsolideerde basis worden uitgevoerd en nageleefd door hun dochterondernemingen die niet aan deze richtlijn zijn onderworpen, maar wel onder de prudentiële consolidatie vallen, met inbegrip van: - (a) alle dochteronderneming en hun personeelsleden (met inbegrip van aangewezen personeelsleden), voor zover deze ondernemingen zijn gevestigd in de Unie en niet onderworpen zijn aan specifieke beloningsvereisten van andere rechtsinstrumenten van de Unie;
- (b) alle dochterondernemingen en hun personeelsleden (met inbegrip van aangewezen personeelsleden), voor zover deze ondernemingen in een derde land zijn gevestigd en niet aan specifieke beloningsvereisten van andere rechtsinstrumenten van de Unie onderworpen zouden zijn indien zij in de Unie zouden zijn gevestigd, tenzij de toepassing van de vereisten onwettig is volgens de wetgeving van het derde land waar de dochteronderneming in kwestie is gevestigd;
- (c) alle dochterondernemingen en hun personeelsleden (met inbegrip van aangewezen personeelsleden), voor zover deze ondernemingen onderworpen zijn – of in het geval van vestiging in de Unie onderworpen zouden zijn – aan specifieke beloningsvereisten van andere rechtsinstrumenten van de Unie met betrekking tot genderneutraal beloningsbeleid bedoeld in artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU, evenwel uitgezonderd de beloningsvereisten ingevolge artikel 92, 94 en 95 van Richtlijn 2013/36/EU en de daarmee verband houdende richtsnoeren;
- (d) wanneer de lidstaat van de consoliderende onderneming de in artikel 109, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde discretionaire bevoegdheid uitoefent: alle onder het door die lidstaat bepaalde ruimere toepassingsgebied vallende dochterondernemingen en hun personeelsleden (met inbegrip van aangewezen personeelsleden); en
- (e) bijkantoren en hun personeelsleden (met inbegrip van aangewezen personeelsleden) van de consoliderende onderneming of van een onderneming bedoeld in de punten a) tot en met e) wanneer dit bijkantoor in een derde land is gevestigd.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|