+295. Bij de bepaling van het aanvullend eigen vermogen overeenkomstig artikel 40, lid 3, van …
|
295. Bij de bepaling van het aanvullend eigen vermogen overeenkomstig artikel 40, lid 3, van …
Bij de bepaling van het aanvullend eigen vermogen overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Richtlijn (EU) 2019/2034 dienen bevoegde autoriteiten op een in paragraaf 271 gespecificeerd tijdstip vast te stellen: 94 - a. een absoluut bedrag aan vereist aanvullend eigen vermogen als gevolg van de conclusie op basis van de SREP-beoordeling; en
- b. de verhouding tussen het in punt a) bedoelde absolute bedrag en het eigenvermogensvereiste van de beleggingsonderneming dat overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033 is vastgesteld op het moment van de vaststelling van dat punt a) bedoelde absolute bedrag (“D”) volgens de volgende formule:
𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴 𝐴𝐴𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏𝑏 𝑏𝑏𝑏𝑏𝑎𝑎 𝑏𝑏𝑏𝑏𝑎𝑎𝑎𝑎𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝑏𝑏𝑎𝑎𝑏𝑏 𝑏𝑏𝑒𝑒𝑏𝑏𝑏𝑏𝑎𝑎𝑎𝑎𝑏𝑏𝑏𝑏𝑒𝑒𝐴𝐴𝑏𝑏𝑏𝑏𝑎𝑎
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|