7. Indien een van de overheidsinstrumenten voor stabilisatie wordt toegepast, oefent de afwikkelingsautoriteit de bevoegdheid tot het afschrijven en omzetten van eigendomsinstrumenten en schuldinstrumenten of andere ongedekte passiva uit vóór of tegelijk met de toepassing van het overheidsinstrument voor stabilisatie.
Indien de toepassing van een ander afwikkelingsinstrument dan het afschrijvings- en omzettingsinstrument ertoe leidt dat clearingleden financiële verliezen lijden, oefent de afwikkelingsautoriteit de bevoegdheid tot het afschrijven en omzetten van eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten of andere ongedekte passiva uit onmiddellijk voor of gelijktijdig met de toepassing van het afwikkelingsinstrument, tenzij een andere volgorde ertoe zou leiden dat de afwijkingen van het in artikel 60 bedoelde “geen enkele schuldeiser slechter af”-beginsel tot een minimum worden beperkt en de afwikkelingsdoelstellingen beter worden verwezenlijkt.