+Artikel 6 2
|
Artikel 6 2
2. Voor de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt c), gaan de bevoegde autoriteiten na of:
|
a)
|
het leidinggevend orgaan voor elk comité van de interne comitéstructuur duidelijk zijn mandaat, hiërarchie, rapportagelijnen, vaste leden, vergaderfrequentie en verantwoordelijkheidsniveaus heeft vastgelegd;
|
|
b)
|
de interne comitéstructuur een comité heeft dat elk nieuw product beoordeelt, deze producten ter goedkeuring voorstelt aan de directie en deze producten monitort, en of de afdeling risicobeheersing en elke andere functie van de instelling die beïnvloed wordt door de introductie van een nieuw product, vertegenwoordigd zijn in een dergelijk comité;
|
|
c)
|
de governance die ten grondslag ligt aan de interne comitéstructuur, een doeltreffende en tijdige controle mogelijk maakt van alle interne positielimieten als bedoeld in artikel 325 duosexagies, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
|
|
d)
|
de governance die ten grondslag ligt aan de interne comitéstructuur, zorgt voor actieve betrokkenheid van het leidinggevend orgaan bij het risicobeheersingsproces, zoals vereist door artikel 325 duosexagies, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
|
|
e)
|
de instelling als onderdeel van de interne documentatie alle in punt a) bedoelde aspecten heeft gedocumenteerd.
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|