+Artikel 95 2
|
Artikel 95 2
2. Bij gebreke van een gezamenlijk besluit geven de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen die over het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op individueel niveau zelf een besluit nemen aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau een document door dat alle volgende elementen bevat:
|
a)
|
de naam van de afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming die het besluit neemt;
|
|
b)
|
de naam van de onder haar ressorterende dochterondernemingen van de groep waarop het besluit betrekking heeft en van toepassing is;
|
|
c)
|
verwijzingen naar de toepasselijke Unie- en nationale wetgeving inzake opstelling, afronding en toepassing van het besluit en met name verwijzingen naar alle bijkomende criteria die worden gegeven door de lidstaten waarin die dochterondernemingen van de groep een vergunning hebben, op basis waarvan het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva wordt bepaald;
|
|
d)
|
de datum van het besluit;
|
|
e)
|
het op de dochteronderneming op individueel niveau toe te passen minimumvereiste met betrekking tot eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, en een termijn voor het bereiken van dat niveau, indien relevant, samen met een geschikte motivering voor het vaststellen van het minimumvereiste met betrekking tot eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op dat niveau gezien de beoordelingscriteria waarvan sprake in artikel 45, lid 6, onder a) tot en met f), van Richtlijn 2014/59/EU;
|
|
f)
|
de naam van de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau samen met een samenvatting van de door haar geformuleerde standpunten en informatie over kwesties die tot gebrek aan overeenstemming leiden;
|
|
g)
|
opmerkingen van de afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming over de standpunten die door de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau met name over kwesties die tot gebrek aan overeenstemming leiden zijn geformuleerd;
|
|
h)
|
indien het besluit dat betrekking heeft op het minimumvereiste inzake eigen vermogen en in aanmerking komende passiva bepaalt dat aan dit vereiste op het niveau van de dochteronderneming via contractuele instrumenten van bail-in gedeeltelijk is voldaan, omvat het besluit ook gegevens waaruit blijkt dat voor de betrokken afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming vaststaat dat de instrumenten als contractuele instrumenten van bail-in kwalificeren in overeenstemming met de criteria vastgesteld in artikel 45, lid 14, van Richtlijn 2014/59/EU.
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 08.07.2016 00:00:00 -Doknr: CELEX:32016R1075
- EULAW_DA -
EULAW_DA
|