+Artikel 12 octies 1.

Artikel 12 octies 1.

Instellingen die dochterondernemingen van een af te wikkelen entiteit of van een entiteit uit een derde land zijn, maar die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn voldoen op individuele basis aan de vereisten van artikel 12 quinquies.

De afwikkelingsraad kan na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de ECB, besluiten om het in dit artikel neergelegde vereiste toe te passen op een in artikel 2, punt b), bedoelde entiteit of op een in artikel 2, punt c), bedoelde financiële instelling die een dochteronderneming van een af te wikkelen entiteit is, maar zelf geen af te wikkelen entiteit is.

In afwijking van de eerste alinea van dit lid voldoen EU-moederondernemingen die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn en die dochterondernemingen van entiteiten uit derde landen zijn, op geconsolideerde basis aan de in de artikelen 12 quinquies en 12 sexies neergelegde vereisten.

In afwijking van de eerste en de tweede alinea kan de afwikkelingsraad besluiten het in artikel 12 quinquies neergelegde vereiste op geconsolideerde basis vast te stellen voor een in dit lid bedoelde dochteronderneming indien de afwikkelingsraad concludeert dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de dochteronderneming voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

i) 

de dochteronderneming is direct in handen van de afwikkelingsentiteit en:

— 
de afwikkelingsentiteit is een financiële EU-moederholding of een gemengde financiële EU-moederholding;
— 
de dochteronderneming en de afwikkelingsentiteit zijn in dezelfde deelnemende lidstaat gevestigd en maken deel uit van dezelfde afwikkelingsgroep;
— 
de afwikkelingsentiteit heeft behalve de betrokken dochteronderneming geen andere dochterinstelling zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU, of geen andere dochteronderneming zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), van die richtlijn, indien die entiteit onderworpen is aan het in artikel 45 quater of 45 septies van die richtlijn of in artikel 12 quinquies of 12 octies van deze verordening bedoelde vereiste direct in bezit;
— 
de dochteronderneming zou onevenredig zwaar getroffen worden door de op grond van artikel 72 sexies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 voorgeschreven aftrekkingen;
ii) 

de dochteronderneming is uitsluitend op geconsolideerde basis onderworpen aan het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde vereiste en de vaststelling op geconsolideerde basis van het in artikel 12 quinquies van deze verordening bedoelde vereiste zou er niet toe leiden dat de herkapitalisatiebehoeften, voor de toepassing van artikel 12 quinquies, lid 1, punt b, van deze verordening, van de subgroep bestaande uit entiteiten binnen de betrokken consolidatiekring worden overschat, met name wanneer er binnen dezelfde consolidatiekring sprake is van een prevalentie van liquidatie-entiteiten;

b) 

naleving van het in artikel 12 quinquies neergelegde vereiste op geconsolideerde basis ter vervanging van de naleving van dat vereiste op individuele basis, doet geen wezenlijke afbreuk aan één van de volgende elementen:

i) 

de geloofwaardigheid en haalbaarheid van de afwikkelingsstrategie van de groep;

ii) 

het vermogen van de dochteronderneming om aan haar eigenvermogensvereiste te voldoen na uitoefening van afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden, en

iii) 

de toereikendheid van het interne verliesoverdracht- en herkapitalisatiemechanisme, met inbegrip van de afschrijving of omzetting, overeenkomstig artikel 21, van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva van de betrokken dochteronderneming of van andere entiteiten in de afwikkelingsgroep.

Voor overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt 24 ter, onder b), aangewezen af te wikkelen groepen voldoen kredietinstellingen die blijvend bij een centraal orgaan aangesloten zijn maar zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, centrale organen die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, alsmede alle af te wikkelen entiteiten die niet onder een vereiste uit hoofde van artikel 12 septies, lid 3, vallen, op individuele basis aan artikel 12 quinquies, lid 6.

Het in artikel 12 bis, lid 1, bedoelde vereiste voor een in dit lid bedoelde entiteit wordt bepaald op basis van de in artikel 12 quinquies neergelegde vereisten.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis