In afwijking van artikel 7 en 14 zijn kredietinstellingen niet verplicht financiële toezichtinformatie op individuele basis te rapporteren overeenkomstig deze Verordening, indien zij een vrijstelling hebben gekregen ten aanzien van de toepassing op individuele basis van prudentiële vereisten overeenkomstig artikel 7 of 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Indien kredietinstellingen overeenkomstig dit lid geen financiële toezichtinformatie op individuele basis rapporteren, dienen NBA’s bij de ECB de in bijlage III of IV bij
►M3
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie (
1
)
◄ bedoelde templates in die zij met betrekking tot deze kredietinstellingen verzamelen.