+Artikel 1 Onderwerp en algemene beginselen
---+Artikel 1 1.
---+Artikel 1 2.
---+Artikel 1 3.
---+Article 1 3a.
---+Artikel 1 4.
---+Artikel 1 5.
---+Artikel 1 6.

Artikel 1 Onderwerp en algemene beginselen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 1.

Deze Verordening stelt vereisten vast betreffende de rapportage van door de volgende instellingen bij NBA’s in te dienen financiële toezichtinformatie:

a) 

belangrijke kredietinstellingen die internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

b) 

belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt a) bedoelde, waarop op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis van toepassing zijn;

c) 

belangrijke kredietinstellingen op individuele basis en belangrijke bijkantoren;

d) 

belangrijke kredietinstellingen met betrekking tot in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen;

e) 

minder belangrijke kredietinstellingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

f) 

minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt e) bedoelde, waarop op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis van toepassing zijn;

g) 

minder belangrijke kredietinstellingen op individuele basis en minder belangrijke bijkantoren.

Artikel 1 2.
In afwijking van artikel 7 en 14 zijn kredietinstellingen niet verplicht financiële toezichtinformatie op individuele basis te rapporteren overeenkomstig deze Verordening, indien zij een vrijstelling hebben gekregen ten aanzien van de toepassing op individuele basis van prudentiële vereisten overeenkomstig artikel 7 of 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Indien kredietinstellingen overeenkomstig dit lid geen financiële toezichtinformatie op individuele basis rapporteren, dienen NBA’s bij de ECB de in bijlage III of IV bij ►M3  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie ( 1 ) ◄ bedoelde templates in die zij met betrekking tot deze kredietinstellingen verzamelen.
Artikel 1 3.
Indien bevoegde autoriteiten, waaronder de ECB, van instellingen vergen dat zij op gesubconsolideerde basis voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in de delen twee tot en met acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 en in titel VII van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig artikel 11, lid 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoen die instellingen tevens op gesubconsolideerde basis aan de in deze verordening op geconsolideerde basis vastgelegde vereisten.
Article 1 3a.
Where parent institutions apply an individual consolidation method in accordance with Article 9(1) of Regulation (EU) No 575/2013, those institutions shall comply with the requirements laid down in this Regulation on an individual basis applying only the individual consolidation method.
Artikel 1 4.
NBA’s en/of nationale centrale banken mogen de krachtens deze Verordening verzamelde gegevens voor andere taken gebruiken.
Artikel 1 5.
Deze Verordening doet geen afbreuk aan de standaarden voor jaarrekeningen die onder toezicht staande entiteiten in hun geconsolideerde jaarrekeningen of jaarrekeningen toepassen en wijzigt de voor toezichtrapportage toegepaste standaarden voor jaarrekeningen niet. Aangezien onder toezicht staande entiteiten verschillende standaarden voor jaarrekeningen toepassen, hoeft alleen informatie ingediend te worden met betrekking tot waarderingsvoorschriften, waaronder methoden voor schatting van kredietrisicoverliezen die gelden krachtens de betrokken standaarden voor jaarrekeningen en die de corresponderende onder toezicht staande entiteiten op individuele of geconsolideerde basis toepassen. In dit kader worden specifieke rapportagetemplates ter beschikking gesteld voor onder toezicht staande entiteiten die nationale kaders voor financiële verslaglegging toepassen op basis van Richtlijn 86/635/EEG. Gegevenspunten in de templates die niet van toepassing zijn op de respectievelijke onder toezicht staande entiteiten moeten niet worden gerapporteerd.
Artikel 1 6.
Belangrijke en minder belangrijke bijkantoren mogen middels de kredietinstelling die hen heeft opgericht informatie indienen die zij krachtens deze Verordening bij de betrokken NBA moeten indienen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis