Artikel 19 1.
De emissies van verontreinigende gassen van motoren behorende tot motortypes of -families van emissiefase V met een typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening worden gemonitord door in gebruik zijnde motoren die gemonteerd zijn in niet voor de weg bestemde mobiele machines te testen gedurende hun normale bedrijfscyclus. Dergelijke tests vallen onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant en worden conform de voorschriften van de goedkeuringsinstantie uitgevoerd op motoren die correct zijn onderhouden, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen inzake de selectie van motoren, testprocedures en verslaglegging van resultaten voor de verschillende motorcategorieën. De Commissie voert proefprogramma's uit teneinde passende testprocedures te ontwikkelen voor de motorcategorieën en subcategorieën waarvoor nog geen testprocedures bestaan. De Commissie voert voor iedere motorcategorie monitoringsprogramma's uit teneinde te bepalen in welke mate de gemeten emissies uit de testcyclus overeenkomen met de in de praktijk gemeten emissies. Deze programma's en de resultaten ervan worden jaarlijks aan de lidstaten gepresenteerd en vervolgens openbaar gemaakt.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|