+Artikel 8 Boekhouding voor beheerde bosgrond
---+Artikel 8 1.
---+Artikel 8 2.
---+Artikel 8 3.
---+Artikel 8 4.
---+Artikel 8 5.
---+Artikel 8 6.
---+Artikel 8 7.
---+Artikel 8 8.
---+Artikel 8 9.
---+Artikel 8 10.
---+Artikel 8 11.
|
Artikel 8 Boekhouding voor beheerde bosgrond
Boekhouding voor beheerde bosgrond
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 8 1.
|
Elke lidstaat geeft in zijn boekhouding de emissies en verwijderingen afkomstig van beheerde bosgrond weer door van de emissies en verwijderingen tijdens de periode van 2021 tot en met 2025 de waarde af te trekken die wordt verkregen door het toepasselijke referentieniveau voor bossen van de betrokken lidstaat met vijf te vermenigvuldigen.
|
|
Artikel 8 2.
|
Wanneer het resultaat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde berekening negatief is ten opzichte van het referentieniveau voor bossen van een lidstaat, neemt de betrokken lidstaat in zijn boekhouding voor beheerde bosgrond maximaal het equivalent van 3,5 % van de emissies van die lidstaat in zijn referentiejaar of -periode, als gespecificeerd in bijlage III, vermenigvuldigd met vijf, op als totale nettoverwijderingen. Nettoverwijderingen die het gevolg zijn van de koolstofreservoirs van dood hout en geoogste houtproducten, met uitzondering van de categorie papier als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder a), in de boekhoudcategorie beheerde bosgrond vallen niet onder deze beperking.
|
|
Artikel 8 3.
|
De lidstaten dienen bij de Commissie voor de periode van 2021 tot en met 2025 uiterlijk op 31 december 2018 hun nationale boekhoudplannen voor bosbouw in, met daarin een voorstel voor een referentieniveau voor bossen. Het nationaal boekhoudplan voor bosbouw bevat alle in bijlage IV, deel B, vermelde elementen, en wordt bekendgemaakt, onder meer via het internet.
|
|
Artikel 8 4.
|
De lidstaten bepalen hun nieuwe referentieniveau voor bossen op basis van de in bijlage IV, deel A, vastgestelde criteria. Voor Kroatië kunnen voor het referentieniveau voor bossen, naast de criteria van bijlage IV, deel A, ook de bezetting van zijn grondgebied, en oorlogse en naoorlogse omstandigheden die gevolgen voor het bosbeheer hebben gehad tijdens de referentieperiode, worden meegerekend.
|
|
Artikel 8 5.
|
Het referentieniveau voor bossen is gebaseerd op de voortzetting van een duurzame bosbeheerpraktijk, zoals dat in de periode van 2000 tot en met 2009 is gedocumenteerd met betrekking tot de dynamische leeftijdgerelateerde kenmerken van de bossen van de lidstaat, met gebruikmaking van de best beschikbare gegevens. De overeenkomstig de eerste alinea bepaalde referentieniveaus voor bossen houden rekening met de toekomstige effecten van dynamische leeftijdgerelateerde kenmerken van bossen, teneinde de intensiteit van het bosbeheer, als een wezenlijk element van een duurzame bosbeheerpraktijk, niet onnodig te beperken, teneinde koolstofputten op de lange termijn in stand te houden of uit te breiden. De lidstaten tonen de consistentie aan tussen enerzijds de methoden en gegevens die in het nationale boekhoudplan voor bosbouw zijn gebruikt voor het bepalen van het voorgestelde referentieniveau voor bossen en anderzijds de methoden en gegevens die voor de rapportage over beheerde bosgrond zijn gebruikt.
|
|
Artikel 8 6.
|
De Commissie voert, in overleg met door de lidstaten aangestelde deskundigen, een technische evaluatie uit van de nationale boekhoudplannen op bosbouwgebied die de lidstaten overeenkomstig lid 3 van dit artikel hebben ingediend, teneinde te beoordelen in welke mate de voorgestelde referentieniveaus voor bossen zijn bepaald in overeenstemming met de beginselen en vereisten van de leden 4 en 5 van dit artikel, en van artikel 5, lid 1. De Commissie raadpleegt bovendien de belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld. De Commissie publiceert een samenvatting van de verrichte werkzaamheden, met inbegrip van de standpunten van de door de lidstaten aangestelde deskundigen en de conclusies die daaruit zijn getrokken. De Commissie doet, waar nodig, technische aanbevelingen aan de lidstaten die de conclusies van de technische evaluatie weerspiegelen, teneinde de technische herziening van de voorgestelde referentieniveaus voor bossen te faciliteren. De Commissie publiceert die technische aanbevelingen.
|
|
Artikel 8 7.
|
Indien zulks noodzakelijk is op basis van de op grond van lid 6, eerste alinea, uitgevoerde technische evaluaties, en, in voorkomend geval, de op grond van lid 6, tweede alinea, gedane technische aanbevelingen, delen de lidstaten vóór 31 december 2019 voor de periode van 2021 tot en met 2025 hun herziene voorstel voor referentieniveaus voor bossen mee aan de Commissie. De Commissie publiceert de door de lidstaten aan haar meegedeelde voorstellen voor referentieniveaus voor bossen.
|
|
Artikel 8 8.
|
Op grond van de door de lidstaten ingediende voorstellen voor referentieniveaus voor bossen, de krachtens lid 6 van dit artikel uitgevoerde technische evaluatie en, in voorkomend geval, het uit hoofde van lid 7 van dit artikel ingediende herziene voorstel voor een referentieniveau voor bossen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van bijlage IV ter bepaling van de referentieniveaus voor bossen die door de lidstaten moeten worden toegepast voor de periode van 2021 tot en met 2025.
|
|
Artikel 8 9.
|
Indien een lidstaat nalaat om vóór de in lid 3 van dit artikel, en, indien van toepassing, lid 7 van dit artikel vermelde data zijn referentieniveau voor bossen in te dienen bij de Commissie, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van bijlage IV teneinde op basis van een op grond van lid 6 van dit artikel uitgevoerde technische evaluatie het referentieniveau voor bossen te bepalen dat door de betrokken lidstaat moet worden toegepast voor de periode van 2021 tot en met 2025.
|
|
Artikel 8 10.
|
De in de leden 8 en 9 bedoelde gedelegeerde handelingen worden vóór 31 oktober 2020 vastgesteld voor de periode van 2021 tot en met 2025.
|
|
Artikel 8 11.
|
Ter waarborging van de consistentie als bedoeld in lid 5 van dit artikel dienen de lidstaten indien nodig uiterlijk op de in artikel 14, lid 1, vermelde data bij de Commissie technische correcties in die geen wijzigingen vergen in de uit hoofde van lid 8 of 9 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|