+VERORDENING (EU) 2018/841 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp
---+Artikel 2 Toepassingsgebied
------+Artikel 2 1.
------+Artikel 2 2.
---+Artikel 3 Definities
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
---+Artikel 4 Toezeggingen en streefcijfers
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
------+Artikel 4 6.
---+Artikel 5 Algemene boekhoudregels
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
------+Artikel 5 6.
---+Artikel 6 Boekhouding voor bebost land en ontbost land
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
---+Artikel 7 Boekhouding voor beheerd bouwland, beheerd grasland en beheerde wetlands
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
---+Artikel 8 Boekhouding voor beheerde bosgrond
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
------+Artikel 8 4.
------+Artikel 8 5.
------+Artikel 8 6.
------+Artikel 8 7.
------+Artikel 8 8.
------+Artikel 8 9.
------+Artikel 8 10.
------+Artikel 8 11.
---+Artikel 9 Boekhouding voor geoogste houtproducten
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
------+Artikel 9 3.
---+Artikel 10 Boekhouding voor natuurlijke verstoringen
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
------+Artikel 10 3.
---+Artikel 11 Flexibiliteit en governance
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
---+Artikel 12 Algemene flexibiliteit
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
------+Artikel 12 4.
------+Artikel 12 5.
---+Artikel 13 Flexibiliteit voor beheerde bosgrond
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
------+Artikel 13 3.
------+Artikel 13 4.
---+Article 13a Additional compensation
------+Article 13a 1.
------+Article 13a 2.
------+Article 13a 3.
------+Article 13a 4.
------+Article 13a 5.
---+Article 13b Land use mechanism for the period 2026 to 2030
------+Article 13b 1.
------+Article 13b 2.
------+Article 13b 3.
------+Article 13b 4.
------+Article 13b 5.
------+Article 13b 6.
------+Article 13b 7.
------+Article 13b 8.
------+Article 13b 9.
------+Article 13b 10.
------+Article 13b 11.
---+Article 13c Governance
---+Article 13d Corrective action
------+Article 13d 1.
------+Article 13d 2.
------+Article 13d 3.
------+Article 13d 4.
---+Artikel 14 Nalevingscontrole
------+Artikel 14 1.
------+Article 14 1a.
------+Article 14 1b.
------+Article 14 1c.
------+Artikel 14 2.
------+Artikel 14 3.
------+Artikel 14 4.
---+Artikel 15 Register
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
------+Artikel 15 3.
---+Artikel 16 Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie
------+Artikel 16 1.
------+Artikel 16 2.
------+Artikel 16 3.
------+Artikel 16 4.
------+Artikel 16 5.
------+Artikel 16 6.
---+Article 16a Committee procedure
------+Article 16a 1.
------+Article 16a 2.
---+Artikel 17 Evaluatie
------+Artikel 17 1.
------+Artikel 17 2.
------+Artikel 17 3.
---+Artikel 18 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013
---+Artikel 19 Wijziging van Besluit nr. 529/2013/EU
---+Artikel 20 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE II bis
---+BIJLAGE III
---+BIJLAGE IV
---+BIJLAGE V
---+BIJLAGE VI
---+BIJLAGE VII
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2018/841 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2018/841 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Onderwerp
|
Artikel 1 Onderwerp In deze verordening worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot:
a)
de toezeggingen van de lidstaten voor de sector landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw („LULUCF”) die bijdragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en het behalen van het streefcijfer van de Unie inzake de reductie van broeikasgasemissies in de periode van 2021 tot en met 2025;
b)
de boekhouding met betrekking tot broeikasgasemissies en -verwijderingen in de LULUCF-sector, en de controle op de naleving door de lidstaten van de in punt a) bedoelde toezeggingen in de periode 2021 tot en met 2025;
c)
een streefcijfer van de Unie voor nettobroeikasgasverwijderingen in de LULUCF-sector voor 2030;
d)
streefcijfers voor de lidstaten voor nettobroeikasgasverwijderingen in de LULUCF-sector in de periode 2026 tot en met 2030.
|
|
Artikel 2 Toepassingsgebied
|
Toepassingsgebied
|
|
Artikel 3 Definities
|
Definities
|
|
Artikel 4 Toezeggingen en streefcijfers
|
Toezeggingen en streefcijfers
|
|
Artikel 5 Algemene boekhoudregels
|
Algemene boekhoudregels
|
|
Artikel 6 Boekhouding voor bebost land en ontbost land
|
Boekhouding voor bebost land en ontbost land
|
|
Artikel 7 Boekhouding voor beheerd bouwland, beheerd grasland en beheerde wetlands
|
Boekhouding voor beheerd bouwland, beheerd grasland en beheerde wetlands
|
|
Artikel 8 Boekhouding voor beheerde bosgrond
|
Boekhouding voor beheerde bosgrond
|
|
Artikel 9 Boekhouding voor geoogste houtproducten
|
Boekhouding voor geoogste houtproducten
|
|
Artikel 10 Boekhouding voor natuurlijke verstoringen
|
Boekhouding voor natuurlijke verstoringen
|
|
Artikel 11 Flexibiliteit en governance
|
Flexibiliteit en governance
|
|
Artikel 12 Algemene flexibiliteit
|
Algemene flexibiliteit
|
|
Artikel 13 Flexibiliteit voor beheerde bosgrond
|
Flexibiliteit voor beheerde bosgrond
|
|
Article 13a Additional compensation
|
Additional compensation
|
|
Article 13b Land use mechanism for the period 2026 to 2030
|
Land use mechanism for the period 2026 to 2030
|
|
Article 13c Governance
|
Article 13c Governance If, as a result of the comprehensive review carried out in in 2032, the Commission finds that, taking into account the flexibilities used pursuant to Articles 12 and 13b, the budget for 2026 to 2029 referred to in Article 4(4) is not complied with, an amount equal to the amount in tonnes of CO2 equivalent of the excess greenhouse gas net emissions, multiplied by a factor of 1,08, shall be added to the greenhouse gas net emission figure reported by that Member State in 2030, in accordance with the measures adopted pursuant to Article 15.
|
|
Article 13d Corrective action
|
Corrective action
|
|
Artikel 14 Nalevingscontrole
|
Nalevingscontrole
|
|
Artikel 15 Register
|
Register
|
|
Artikel 16 Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie
|
Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie
|
|
Article 16a Committee procedure
|
Committee procedure
|
|
Artikel 17 Evaluatie
|
Evaluatie
|
|
Artikel 18 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013
|
Artikel 18 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013 Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt als volgt gewijzigd:
1)
In artikel 7 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
a)
het volgende punt wordt ingevoegd:
„d bis)
vanaf 2023 hun emissies en verwijderingen die vallen onder artikel 2 van Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad (
6
) overeenkomstig de in bijlage III bis bij deze verordening gespecificeerde methoden;
b)
de volgende alinea wordt toegevoegd:
„Een lidstaat kan de Commissie om afwijking van punt d bis) van de eerste alinea verzoeken teneinde een andere dan in bijlage III bis gespecificeerde methode toe te passen indien de vereiste verbetering van de methode niet tijdig kan worden bereikt om in de broeikasgasinventarissen voor de periode van 2021 tot en met 2030 in aanmerking te worden genomen, of indien de verbeterde methode onevenredig hoge kosten zou meebrengen in vergelijking met de baten van de toepassing van die methode voor een betere boekhouding van emissies en verwijderingen wegens het geringe belang van de emissies en verwijderingen door de betrokken koolstofreservoirs. De lidstaten die gebruik willen maken van deze afwijking, dienen bij de Commissie uiterlijk op 31 december 2020 een met redenen omkleed verzoek in, waarbij zij de termijn waarin de verbeterde methode zou kunnen worden toegepast, de voorgestelde alternatieve methode, of beide, aangeven, samen met een beoordeling van de potentiële effecten op de nauwkeurigheid van de boekhouding. De Commissie kan om aanvullende informatie verzoeken, die binnen een specifieke redelijke termijn moet worden ingediend. Wanneer de Commissie het verzoek gegrond acht, staat zij de afwijking toe. Indien de Commissie het verzoek afwijst, motiveert zij haar besluit.”.
2)
In artikel 13, lid 1, onder c), wordt het volgende punt toegevoegd:
„viii)
vanaf 2023, informatie over nationale beleidsinitiatieven en maatregelen die zijn uitgevoerd om hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2018/841 na te komen en informatie over aanvullende nationale beleidsinitiatieven en maatregelen die zijn gepland om broeikasgasemissies verder te beperken of putten verder uit te breiden dan hun toezeggingen uit hoofde van deze verordening;”.
3)
In artikel 14, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:
„b bis)
vanaf 2023, de totale prognoses van broeikasgassen en afzonderlijke ramingen voor de geschatte broeikasgasemissies en verwijderingen die vallen onder Verordening (EU) 2018/841;”.
4)
De volgende bijlage wordt toegevoegd:
„BIJLAGE III BIS In artikel 7, lid 1, onder d bis), bedoelde methoden voor bewaking en rapportage Aanpak 3: Geografisch gespecificeerde gegevens inzake de conversie van landgebruik overeenkomstig de door de IPCC opgestelde richtsnoeren voor nationale broeikasgasinventarissen uit 2006. Een methode van niveau 1 overeenkomstig de door de IPCC opgestelde richtsnoeren voor nationale broeikasgasinventarissen uit 2006. Bij emissies en verwijderingen voor een koolstofreservoir dat goed is voor ten minste 25 tot 30 % van de emissies of verwijderingen in een categorie bron of put die in het nationale inventarisatiesysteem van een lidstaat als prioriteit is aangeduid omdat de raming ervan een significante invloed heeft op de totale inventaris aan broeikasgassen van een land wat betreft het absolute emissie- en verwijderingsniveau, op de tendens in emissies en verwijderingen of op de onzekerheid inzake emissies en verwijderingen in de categorieën landgebruik, een methode van ten minste niveau 2 overeenkomstig de door de IPCC opgestelde richtsnoeren voor nationale broeikasgasinventarissen uit 2006. De lidstaten worden aangemoedigd om een methode van niveau 3 toe te passen overeenkomstig de door de IPCC opgestelde richtsnoeren voor nationale broeikasgasinventarissen uit 2006.”.
|
|
Artikel 19 Wijziging van Besluit nr. 529/2013/EU
|
Artikel 19 Wijziging van Besluit nr. 529/2013/EU Besluit nr. 529/2013/EU wordt als volgt gewijzigd:
1)
In artikel 3, lid 2 wordt de eerste alinea geschrapt.
2)
In artikel 6 wordt lid 4 geschrapt.
|
|
Artikel 20 Inwerkingtreding
|
Artikel 20 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
|
|
BIJLAGE I
|
BIJLAGE I BROEIKASGASSEN EN KOOLSTOFRESERVOIRS
A.
Broeikasgassen als bedoeld in artikel 2:
Die broeikasgassen worden uitgedrukt in ton CO2-equivalent en bepaald krachtens Verordening (EU) nr. 525/2013.
▼M2
B.
Koolstofreservoirs als bedoeld in artikel 5, lid 4:
d)
dood organisch materiaal (
8
),
g)
geoogste houtproducten in de boekhoudcategorieën „bebost land” en „beheerde bosgrond”.
▼B
|
|
BIJLAGE II
|
BIJLAGE II
MINIMUMWAARDEN VOOR PARAMETERS INZAKE GRONDOPPERVLAK, KROONBEDEKKING EN BOOMHOOGTE
|
Lidstaat
|
Opp. (ha)
|
Kroonbedekking (%)
|
Boomhoogte (m)
|
|
België
|
0,5
|
20
|
5
|
|
Bulgarije
|
0,1
|
10
|
5
|
|
Tsjechië
|
0,05
|
30
|
2
|
|
Denemarken
|
0,5
|
10
|
5
|
|
Duitsland
|
0,1
|
10
|
5
|
|
Estland
|
0,5
|
30
|
2
|
|
Ierland
|
0,1
|
20
|
5
|
|
Griekenland
|
0,3
|
25
|
2
|
|
▼M2
|
|
Spanje
|
1,0
|
20
Vanaf de indiening van de broeikasgasinventaris in 2028: 10
|
3
|
|
▼B
|
|
Frankrijk
|
0,5
|
10
|
5
|
|
Kroatië
|
0,1
|
10
|
2
|
|
Italië
|
0,5
|
10
|
5
|
|
Cyprus
|
0,3
|
10
|
5
|
|
Letland
|
0,1
|
20
|
5
|
|
Litouwen
|
0,1
|
30
|
5
|
|
Luxemburg
|
0,5
|
10
|
5
|
|
Hongarije
|
0,5
|
30
|
5
|
|
Malta
|
1,0
|
30
|
5
|
|
Nederland
|
0,5
|
20
|
5
|
|
Oostenrijk
|
0,05
|
30
|
2
|
|
Polen
|
0,1
|
10
|
2
|
|
Portugal
|
1,0
|
10
|
5
|
|
Roemenië
|
0,25
|
10
|
5
|
|
▼M2
|
|
Slovenië
|
0,25
|
10
|
5
|
|
▼B
|
|
Slowakije
|
0,3
|
20
|
5
|
|
▼M2
|
|
Finland
|
0,25
|
10
|
5
|
|
▼B
|
|
Zweden
|
0,5
|
10
|
5
|
|
▼M2 —————
|
▼M2
|
|
BIJLAGE II bis
|
BIJLAGE II bis Het streefcijfer van de Unie (kolom D), de gemiddelde broeikasgasinventarisgegevens voor de jaren 2016, 2017 en 2018 (kolom B), en de nationale streefcijfers van de lidstaten (kolom C) zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, te verwezenlijken tegen 2030
|
A
|
B
|
C
|
D
|
|
Lidstaat
|
De gemiddelde broeikasgasinventarisgegevens voor de jaren 2016, 2017 en 2018 (kiloton CO2-equivalent), indiening van 2020
|
Streefcijfers van de lidstaten, 2030 (kiloton CO2-equivalent)
|
Waarde van de nettobroeikasgasverwijderingen in 2030 (kiloton CO2-equivalent), indiening van 2020 (kolommen B+C)
|
|
België
|
–1 032
|
–320
|
–1 352
|
|
Bulgarije
|
–8 554
|
–1 163
|
–9 718
|
|
Tsjechië
|
–401
|
–827
|
–1 228
|
|
Denemarken
|
5 779
|
–441
|
5 338
|
|
Duitsland
|
–27 089
|
–3 751
|
–30 840
|
|
Estland
|
–2 112
|
–434
|
–2 545
|
|
Ierland
|
4 354
|
–626
|
3 728
|
|
Griekenland
|
–3 219
|
–1 154
|
–4 373
|
|
Spanje
|
–38 326
|
–5 309
|
–43 635
|
|
Frankrijk
|
–27 353
|
–6 693
|
–34 046
|
|
Kroatië
|
–4 933
|
–593
|
–5 527
|
|
Italië
|
–32 599
|
–3 158
|
–35 758
|
|
Cyprus
|
–289
|
–63
|
–352
|
|
Letland
|
–6
|
–639
|
–644
|
|
Litouwen
|
–3 972
|
–661
|
–4 633
|
|
Luxemburg
|
–376
|
–27
|
–403
|
|
Hongarije
|
–4 791
|
–934
|
–5 724
|
|
Malta
|
4
|
–2
|
2
|
|
Nederland
|
4 958
|
–435
|
4 523
|
|
Oostenrijk
|
–4 771
|
–879
|
–5 650
|
|
Polen
|
–34 820
|
–3 278
|
–38 098
|
|
Portugal
|
–390
|
–968
|
–1 358
|
|
Roemenië
|
–23 285
|
–2 380
|
–25 665
|
|
Slovenië
|
67
|
–212
|
–146
|
|
Slowakije
|
–6 317
|
–504
|
–6 821
|
|
Finland
|
–14 865
|
–2 889
|
–17 754
|
|
Zweden
|
–43 366
|
–3 955
|
–47 321
|
|
EU-27/Unie
|
–267 704
|
–42 296
|
–310 000
|
▼B
|
|
BIJLAGE III
|
BIJLAGE III
REFERENTIEJAAR OF -PERIODE VOOR DE BEREKENING VAN DE IN ARTIKEL 8, LID 2, BEDOELDE DREMPEL
|
Lidstaat
|
Referentiejaar/-periode
|
|
België
|
1990
|
|
Bulgarije
|
1988
|
|
Tsjechië
|
1990
|
|
Denemarken
|
1990
|
|
Duitsland
|
1990
|
|
Estland
|
1990
|
|
Ierland
|
1990
|
|
Griekenland
|
1990
|
|
Spanje
|
1990
|
|
Frankrijk
|
1990
|
|
Kroatië
|
1990
|
|
Italië
|
1990
|
|
Cyprus
|
1990
|
|
Letland
|
1990
|
|
Litouwen
|
1990
|
|
Luxemburg
|
1990
|
|
Hongarije
|
1985-87
|
|
Malta
|
1990
|
|
Nederland
|
1990
|
|
Oostenrijk
|
1990
|
|
Polen
|
1988
|
|
Portugal
|
1990
|
|
Roemenië
|
1989
|
|
Slovenië
|
1986
|
|
Slowakije
|
1990
|
|
Finland
|
1990
|
|
Zweden
|
1990
|
|
▼M2 —————
|
|
▼B
|
|
|
BIJLAGE IV
|
BIJLAGE IV NATIONAAL BOEKHOUDPLAN VOOR BOSBOUW MET DAARIN HET REFERENTIENIVEAU VOOR BOSSEN VAN DE LIDSTAAT A. Criteria en aanwijzingen voor de vaststelling van het referentieniveau voor bossen
Het referentieniveau voor bossen van een lidstaat wordt bepaald overeenkomstig de volgende criteria:
a)
het referentieniveau is in overeenstemming met de doelstelling om in de tweede helft van deze eeuw een balans tussen antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen te bereiken, inclusief het uitbreiden van de potentiële verwijderingen door ouder wordende bosvoorraden die anders geleidelijk kleiner wordende putten kunnen vertonen;
b)
het referentieniveau zorgt ervoor dat de loutere aanwezigheid van koolstofvoorraden uit de boekhouding wordt uitgesloten;
c)
het referentieniveau zou moeten zorgen voor een solide en geloofwaardig boekhoudingsysteem dat garandeert dat emissies en verwijderingen afkomstig van biomassagebruik naar behoren worden geboekt;
d)
het referentieniveau omvat het koolstofreservoir van geoogste houtproducten, waarbij een vergelijking wordt geboden tussen de situatie met aanname van instantane oxidatie en de situatie waarin voor verval een eersteordefunctie en standaardhalfwaardetijden worden toegepast;
e)
er wordt uitgegaan van een constante verhouding tussen gebruik van biomassa uit bossen voor vaste-biomassadoeleinden en voor energiedoeleinden, zoals gedocumenteerd in de periode van 2000 tot en met 2009;
f)
het referentieniveau zou in overeenstemming moeten zijn met de doelstelling om bij te dragen aan de instandhouding van de biodiversiteit en het duurzame gebruik van natuurlijke rijkdommen, zoals vastgesteld in de EU-bosstrategie, het nationale bosbeleid van de lidstaten en de EU-biodiversiteitsstrategie;
g)
het referentieniveau is in overeenstemming met de nationale prognoses van antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen, waarover uit hoofde van Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt gerapporteerd;
h)
het referentieniveau is in overeenstemming met de broeikasgasinventarissen en relevante historische gegevens, en is gebaseerd op transparante, volledige, consistente, vergelijkbare en nauwkeurige informatie. Met name moet het model dat wordt gebruikt voor de totstandbrenging van het referentieniveau, historische gegevens uit de nationale broeikasgasinventaris kunnen weergeven.
B. Elementen van het nationaal boekhoudplan voor bosbouw
Het op grond van artikel 8 ingediende nationaal boekhoudplan voor bosbouw omvat de volgende elementen:
a)
een algemene omschrijving van de bepaling van het referentieniveau voor bossen en een omschrijving van hoe met de criteria in deze verordening rekening is gehouden;
b)
identificatie van de koolstofreservoirs en broeikasgassen die in aanmerking zijn genomen voor het referentieniveau voor bossen, redenen voor het weglaten van een koolstofreservoir uit de bepaling van het referentieniveau voor bossen en bewijs voor de consistentie tussen de koolstofreservoirs die in aanmerking zijn genomen voor het referentieniveau voor bossen;
c)
een beschrijving van de benaderingen, methoden en modellen, met inbegrip van kwantitatieve informatie, die bij de bepaling van het referentieniveau voor bossen zijn gebruikt, in overeenstemming met het meest recentelijk ingediende nationale inventarisatieverslag, en een beschrijving van de documentatie over de praktijk en de intensiteit van duurzaam bosbeheer, alsook van de genomen nationale beleidsmaatregelen;
d)
informatie over hoe de kapcijfers zich naar verwachting zullen ontwikkelen binnen verschillende beleidsscenario’s;
e)
een beschrijving van hoe bij de bepaling van het referentieniveau voor bossen rekening is gehouden met elk van de volgende elementen:
i)
de oppervlakte onder bosbeheer;
ii)
emissies en verwijderingen afkomstig van bossen en geoogste houtproducten, zoals blijkt uit de broeikasgasinventarissen en relevante historische gegevens;
iii)
de kenmerken van bossen, met inbegrip van hun dynamische leeftijdgerelateerde kenmerken, toenamen, rotatieduur en andere informatie over bosbeheeractiviteiten bij ongewijzigd beleid;
iv)
historische en toekomstige kapcijfers, uitgesplitst naar gebruik voor energie, respectievelijk andere doeleinden.
▼M1
C.
De referentieniveaus voor bossen die door de lidstaten moeten worden toegepast voor de periode van 2021 tot en met 2025
|
Lidstaat
|
Het referentieniveau voor bossen voor de periode van 2021 tot en met 2025 in ton CO2-equivalent per jaar
|
|
België
|
– 1 369 009
|
|
Bulgarije
|
– 5 105 986
|
|
Tsjechië
|
– 6 137 189
|
|
Denemarken
|
+354 000
|
|
Duitsland
|
– 34 366 906
|
|
Estland
|
– 1 750 000
|
|
Ierland
|
+112 670
|
|
Griekenland
|
– 2 337 640
|
|
Spanje
|
– 32 833 000
|
|
Frankrijk
|
– 55 399 290
|
|
Kroatië
|
– 4 368 000
|
|
Italië
|
– 19 656 100
|
|
Cyprus
|
– 155 779
|
|
Letland
|
– 1 709 000
|
|
Litouwen
|
– 5 164 640
|
|
Luxemburg
|
– 426 000
|
|
Hongarije
|
– 48 000
|
|
Malta
|
– 38
|
|
Nederland
|
– 1 531 397
|
|
Oostenrijk
|
– 4 533 000
|
|
Polen
|
– 28 400 000
|
|
Portugal
|
– 11 165 000
|
|
Roemenië
|
– 24 068 200
|
|
Slovenië
|
– 3 270 200
|
|
Slowakije
|
– 4 827 630
|
|
Finland
|
– 29 386 695
|
|
Zweden
|
– 38 721 000
|
|
▼M2 —————
|
▼B
|
|
BIJLAGE V
|
BIJLAGE V FUNCTIE VOOR EERSTEORDEAFNAME, METHODEN EN STANDAARDHALFWAARDETIJDEN VOOR GEOOGSTE HOUTPRODUCTEN Methodologische kwesties
—
Indien er geen onderscheid kan worden gemaakt tussen geoogste houtproducten in de boekhoudcategorieën bebost land en beheerde bosgrond, kan een lidstaat ervoor kiezen om geoogste houtproducten te boeken op basis van de aanname dat alle emissies en verwijderingen zich op beheerde bosgrond hebben voorgedaan.
—
Geoogste houtproducten op stortplaatsen voor vast afval en geoogste houtproducten die voor energiedoeleinden zijn geoogst, worden op basis van instantane oxidatie geboekt.
—
Ingevoerde geoogste houtproducten worden, ongeacht hun herkomst, door de invoerende lidstaat niet in de boekhouding opgenomen („productieaanpak”).
—
Voor uitgevoerde geoogste houtproducten verwijzen de landspecifieke gegevens naar landspecifieke halfwaardetijden en het gebruik van geoogste houtproducten in het invoerende land.
—
Landspecifieke halfwaardetijden voor geoogste houtproducten die in de Unie in de handel worden gebracht, zouden niet mogen afwijken van die welke door de invoerende lidstaten worden gebruikt.
—
De lidstaten kunnen, uitsluitend ter informatie, bij hun indiening gegevens verstrekken over het aandeel voor energiedoeleinden gebruikt hout dat van buiten de Unie is ingevoerd, alsmede over de landen van herkomst daarvan.
De lidstaten mogen landspecifieke methoden en halfwaardetijden gebruiken in plaats van de in deze bijlage gespecificeerde methoden en standaardhalfwaardetijden, mits die methoden en halfwaardetijden worden vastgesteld op basis van transparante en verifieerbare gegevens en de gebruikte methoden ten minste even gedetailleerd en nauwkeurig zijn als die welke in deze bijlage zijn gespecificeerd. Standaardhalfwaardetijden: Onder halfwaardetijd wordt verstaan: het aantal jaren voordat de hoeveelheid koolstof in een categorie geoogste houtproducten is afgenomen tot de helft van de oorspronkelijke waarde. De volgende standaardhalfwaardetijden gelden:
b)
25 jaar voor houten panelen;
c)
35 jaar voor gezaagd hout.
De lidstaten kunnen de producten vervaardigd van materialen op basis van hout, waaronder boomschors, die onder de hierboven onder a), b) en c) bedoelde categorieën vallen, nader omschrijven op grond van de IPCC-richtsnoeren als aangenomen door de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC of de Conferentie van de Partijen die als vergadering van de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs fungeert, mits de beschikbare gegevens transparant en verifieerbaar zijn. De lidstaten kunnen ook landspecifieke subcategorieën van elk van die categorieën gebruiken.
|
|
BIJLAGE VI
|
BIJLAGE VI BEREKENING VAN HET ACHTERGRONDNIVEAU VOOR NATUURLIJKE VERSTORINGEN
1.
Voor de berekening van het achtergrondniveau wordt de volgende informatie verstrekt:
a)
historische niveaus van emissies die door natuurlijke verstoringen zijn veroorzaakt;
b)
de soort(en) natuurlijke verstoringen die in de raming zijn opgenomen;
▼M2
c)
ramingen voor de totale jaarlijkse emissies voor die soorten natuurlijke verstoringen voor de periode van 2001 tot en met 2020, vermeld per boekhoudcategorie voor land in de periode van 2021 tot en met 2025, en per rapportagecategorie voor land in de periode van 2026 tot en met 2030;
▼B
d)
bewijs voor de consistentie van de tijdreeksen in alle relevante parameters, met inbegrip van minimumoppervlakte, methoden voor de raming van emissies en regelingen voor koolstofreservoirs en gassen.
2.
Het achtergrondniveau wordt berekend als het gemiddelde van de tijdreeks 2001-2020, met uitsluiting van alle jaren waarvoor abnormale emissieniveaus zijn geregistreerd, d.w.z. met uitsluiting van alle statistische uitschieters. De statistische uitschieters worden als volgt bepaald:
a)
bereken de rekenkundige gemiddelde waarde en de standaardafwijking van de volledige tijdreeks 2001-2020;
b)
sluit van de tijdreeks alle jaren uit waarvoor de jaarlijkse emissies meer bedragen dan tweemaal de standaardafwijking van het gemiddelde;
c)
bereken de rekenkundige gemiddelde waarde en de standaardafwijking van de tijdreeks 2001-2020 minus de onder b) uitgesloten jaren;
d)
herhaal punten b) en c) totdat er geen uitschieters meer zijn.
▼M2
3.
Na de berekening van het achtergrondniveau krachtens punt 2 van deze bijlage mag, indien de emissies in een bepaald jaar in de periode van 2021 tot en met 2025 voor de boekhoudcategorieën voor bebost land en beheerde bosgrond zoals uiteengezet in artikel 2, lid 1, het achtergrondniveau plus een marge overschrijden, het aantal emissies dat het achtergrondniveau overschrijdt overeenkomstig artikel 10 worden uitgesloten. De marge stemt overeen met een waarschijnlijkheidsniveau van 95 %.
4.
De volgende emissies worden niet uitgesloten van de toepassing van artikel 10:
a)
emissies die afkomstig zijn van oogst- en reddingskapactiviteiten die op land zijn verricht nadat natuurlijke verstoringen zich hebben voorgedaan;
b)
emissies die afkomstig zijn van voorgeschreven afbranding die in een jaar in de periode van 2021 tot en met 2025 op land heeft plaatsgevonden;
c)
emissies op gronden die na natuurlijke verstoringen zijn ontbost.
▼B
5.
De informatievoorschriften krachtens artikel 10, lid 2, omvatten het volgende:
▼M2 —————
▼M2
b)
bewijs dat er tijdens het resterende deel van de periode van 2021 tot en met 2025 geen ontbossing heeft plaatsgevonden op gronden die door natuurlijke verstoringen zijn getroffen en ten aanzien waarvan emissies uit de boekhouding zijn uitgesloten;
c)
een omschrijving van de verifieerbare methoden en criteria die zullen worden gebruikt om ontbossing op die gronden in de opeenvolgende jaren tijdens de periode van 2021 tot en met 2025 te identificeren.
▼M2 —————
▼M2
6.
De informatievoorschriften krachtens artikel 10, lid 2, en de artikelen 13 en 13 ter omvatten het volgende:
a)
vermelding van alle gebieden die in dat bepaalde jaar door natuurlijke verstoringen zijn getroffen, met inbegrip van hun geografische locatie, de periode en de soorten natuurlijke verstoringen;
b)
waar mogelijk, een omschrijving van de maatregelen die de lidstaat heeft genomen om de gevolgen van die natuurlijke verstoringen te voorkomen of te beperken;
c)
waar mogelijk, een omschrijving van de maatregelen die de lidstaat heeft genomen om de door die natuurlijke verstoringen getroffen gronden te herstellen.
▼B
|
|
BIJLAGE VII
|
BIJLAGE VII
MAXIMALE COMPENSATIE IN HET KADER VAN DE IN ARTIKEL 13, LID 3, ONDER B), BEDOELDE FLEXIBILITEIT VOOR BEHEERDE BOSGROND
|
Lidstaat
|
Gerapporteerde gemiddelde verwijderingen uit putten afkomstig van bosgrond in de periode van 2000 tot en met 2009 in miljoen ton CO2 -equivalent per jaar
|
Compensatielimiet uitgedrukt in miljoen ton CO2-equivalent voor de periode van 2021 tot en met 2030
|
|
België
|
–3,61
|
–2,2
|
|
Bulgarije
|
–9,31
|
–5,6
|
|
Tsjechië
|
–5,14
|
–3,1
|
|
Denemarken
|
–0,56
|
–0,1
|
|
Duitsland
|
–45,94
|
–27,6
|
|
Estland
|
–3,07
|
–9,8
|
|
Ierland
|
–0,85
|
–0,2
|
|
Griekenland
|
–1,75
|
–1,0
|
|
Spanje
|
–26,51
|
–15,9
|
|
Frankrijk
|
–51,23
|
–61,5
|
|
Kroatië
|
–8,04
|
–9,6
|
|
Italië
|
–24,17
|
–14,5
|
|
Cyprus
|
–0,15
|
–0,03
|
|
Letland
|
–8,01
|
–25,6
|
|
Litouwen
|
–5,71
|
–3,4
|
|
Luxemburg
|
–0,49
|
–0,3
|
|
Hongarije
|
–1,58
|
–0,9
|
|
Malta
|
0,00
|
0,0
|
|
Nederland
|
–1,72
|
–0,3
|
|
Oostenrijk
|
–5,34
|
–17,1
|
|
Polen
|
–37,50
|
–22,5
|
|
Portugal
|
–5,13
|
–6,2
|
|
Roemenië
|
–22,34
|
–13,4
|
|
Slovenië
|
–5,38
|
–17,2
|
|
Slowakije
|
–5,42
|
–6,5
|
|
Finland
|
–36,79
|
–44,1
|
|
Zweden
|
–39,55
|
–47,5
|
|
▼M2 —————
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|