+Artikel 17 Evaluatie
---+Artikel 17 1.
---+Artikel 17 2.
---+Artikel 17 3.
|
Artikel 17 Evaluatie
Evaluatie
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 17 1.
|
Deze verordening wordt geëvalueerd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met:
a)
internationale ontwikkelingen;
b)
inspanningen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, en
c)
het Unierecht, onder meer inzake natuurherstel.
Op basis van de bevindingen van het krachtens artikel 14, lid 3, opgestelde verslag en de resultaten van de krachtens artikel 13, lid 2, punt b), uitgevoerde beoordeling, of op basis van de krachtens artikel 37, lid 4 bis, van Verordening (EU) 2018/1999 uitgevoerde verificatie, dient de Commissie in voorkomend geval voorstellen in om te waarborgen dat de integriteit van het algehele streefcijfer van de Unie voor nettobroeikasgasverwijderingen tegen 2030, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 2, van deze verordening, en de bijdrage van dat streefcijfer aan de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs worden geëerbiedigd.
|
|
Artikel 17 2.
|
De Commissie dient, ten laatste zes maanden na de eerste algemene inventarisatie zoals overeengekomen krachtens artikel 14 van de Overeenkomst van Parijs, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van deze verordening. Het verslag is gebaseerd op de recentste beschikbare gegevens die door de lidstaten zijn verstrekt uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1999 en op artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (
4
). Met het oog op de noodzakelijke toename van de broeikasgasemissiereducties en -verwijderingen in de Unie en het streven naar een sociaal rechtvaardige transitie, en gezien de noodzaak van aanvullende beleidsinitiatieven en maatregelen van de Unie, omvat het verslag in voorkomend geval het volgende:
a)
een beoordeling van de effecten van de in artikel 11 bedoelde flexibiliteit;
b)
een beoordeling van de bijdrage van deze verordening aan de klimaatneutraliteitsdoelstelling en aan de tussentijdse klimaatstreefcijfers zoals uiteengezet in Verordening (EU) 2021/1119;
c)
een beoordeling van de bijdrage van deze verordening aan de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;
d)
een beoordeling van de sociale en arbeidseffecten, onder meer op het gebied van gendergelijkheid en arbeidsomstandigheden, in de lidstaten op zowel nationaal als regionaal niveau, die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen hebben in elk van de onder artikel 2 vallende landcategorieën en sectoren;
e)
een beoordeling van de op internationaal niveau geboekte vooruitgang met betrekking tot de voorschriften van artikel 6, leden 2 en 4, van de Overeenkomst van Parijs en, in voorkomend geval, voorstellen om deze verordening te wijzigen, met name om dubbeltelling te voorkomen, en de overeenkomstige aanpassingen toe te passen;
f)
een beoordeling van de huidige trends en toekomstige prognoses met betrekking tot emissies en verwijderingen van broeikasgassen van bouwland, grasland en wetlands en regelgevingsopties om ervoor te zorgen dat die trends en prognoses stroken met de doelstelling om in alle sectoren van de economie broeikasgasemissiereducties op lange termijn te verwezenlijken overeenkomstig de klimaatneutraliteitsdoelstelling van de Unie en de in Verordening (EU) 2021/1119 vastgestelde tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie;
g)
de huidige trends en toekomstige prognoses met betrekking tot emissies van broeikasgassen van de volgende rapportagecategorieën en regelgevingsopties om ervoor te zorgen dat die trends en prognoses stroken met de doelstelling om in alle sectoren van de economie broeikasgasemissiereducties op lange termijn te verwezenlijken overeenkomstig de klimaatneutraliteitsdoelstelling van de Unie en de in Verordening (EU) 2021/1119 vastgestelde tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie:
v)
verplicht afbranden van savannes,
vi)
verbranding van landbouwresten op het veld,
ix)
andere koolstofhoudende meststoffen,
In het verslag wordt in voorkomend geval op een wetenschappelijk onderbouwde, betrouwbare en transparante wijze en ter waarborging van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de bossen op lange termijn rekening gehouden met de effecten van de leeftijdsstructuur van bossen, ook wanneer die gevolgen verband houden met specifieke oorlogs- of naoorlogse omstandigheden. Na de goedkeuring van een passende, wetenschappelijk onderbouwde rapportagemethode en op basis van ontwikkelingen in de rapportage en de recentste beschikbare wetenschappelijke informatie, kunnen in het verslag ook de haalbaarheid van de analyse en het effect van de rapportage van broeikasgasemissies en -verwijderingen in extra sectoren, zoals het mariene en het zoetwatermilieu, alsmede relevante regelgevingsopties worden beoordeeld. Naar aanleiding van het verslag en rekening houdend met het feit dat het belangrijk is dat elke sector een billijke bijdrage levert aan de klimaatneutraliteitsdoelstelling van de Unie en aan de tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie op grond van Verordening (EU) 2021/1119 dient de Commissie in voorkomend geval wetgevingsvoorstellen in. In die voorstellen kunnen met name streefcijfers voor de Unie en de lidstaten worden uiteengezet voor broeikasgasemissies en -verwijderingen, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met eventuele tekorten die elke lidstaat tegen 2030 heeft opgebouwd. De bij artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad (
5
) opgerichte Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering (de „adviesraad”) kan op eigen initiatief wetenschappelijk advies verstrekken of verslagen opstellen over Uniemaatregelen, klimaatdoelstellingen, jaarlijkse emissie- en verwijderingsniveaus en de flexibiliteit in het kader van deze verordening. De Commissie houdt rekening met de relevante adviezen en verslagen van de adviesraad, met name met betrekking tot toekomstige maatregelen die gericht zijn op verdere emissiereducties en een verhoging van de verwijderingen in de onder deze verordening vallende subsectoren.
|
|
Artikel 17 3.
|
Binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van een wetgevingshandeling betreffende een regelgevingskader van de Unie voor de certificering van koolstofverwijderingen dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de mogelijke voordelen en wisselwerkingen van de opname in het toepassingsgebied van deze verordening van duurzaam verkregen langlevende koolstofopslagproducten die een netto positief koolstofvastleggingseffect hebben. Het verslag bevat een beoordeling van de wijze waarop rekening wordt gehouden met directe en indirecte emissies en verwijderingen van broeikasgassen die verband houden met die producten, zoals die welke voortvloeien uit veranderingen in landgebruik en de daaruit voortvloeiende risico’s van het weglekken van de gerelateerde emissies, alsook met mogelijke voordelen en wisselwerkingen met betrekking tot andere milieudoelstellingen van de Unie, met name biodiversiteitsdoelstellingen. Waar passend kan in het verslag een proces worden overwogen om duurzame koolstofopslagproducten op te nemen in het toepassingsgebied van deze verordening, op een wijze die verenigbaar is met andere milieudoelstellingen van de Unie en de IPCC-richtsnoeren zoals aangenomen door de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC of de Conferentie van de Partijen die als vergadering van de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs fungeert. Bij het verslag van de Commissie kan, in voorkomend geval, een wetgevingsvoorstel worden gevoegd om deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|