+BIJLAGE IV

BIJLAGE IV

BIJLAGE IV

NATIONAAL BOEKHOUDPLAN VOOR BOSBOUW MET DAARIN HET REFERENTIENIVEAU VOOR BOSSEN VAN DE LIDSTAAT

A.   Criteria en aanwijzingen voor de vaststelling van het referentieniveau voor bossen

Het referentieniveau voor bossen van een lidstaat wordt bepaald overeenkomstig de volgende criteria:

a) 

het referentieniveau is in overeenstemming met de doelstelling om in de tweede helft van deze eeuw een balans tussen antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen te bereiken, inclusief het uitbreiden van de potentiële verwijderingen door ouder wordende bosvoorraden die anders geleidelijk kleiner wordende putten kunnen vertonen;

b) 

het referentieniveau zorgt ervoor dat de loutere aanwezigheid van koolstofvoorraden uit de boekhouding wordt uitgesloten;

c) 

het referentieniveau zou moeten zorgen voor een solide en geloofwaardig boekhoudingsysteem dat garandeert dat emissies en verwijderingen afkomstig van biomassagebruik naar behoren worden geboekt;

d) 

het referentieniveau omvat het koolstofreservoir van geoogste houtproducten, waarbij een vergelijking wordt geboden tussen de situatie met aanname van instantane oxidatie en de situatie waarin voor verval een eersteordefunctie en standaardhalfwaardetijden worden toegepast;

e) 

er wordt uitgegaan van een constante verhouding tussen gebruik van biomassa uit bossen voor vaste-biomassadoeleinden en voor energiedoeleinden, zoals gedocumenteerd in de periode van 2000 tot en met 2009;

f) 

het referentieniveau zou in overeenstemming moeten zijn met de doelstelling om bij te dragen aan de instandhouding van de biodiversiteit en het duurzame gebruik van natuurlijke rijkdommen, zoals vastgesteld in de EU-bosstrategie, het nationale bosbeleid van de lidstaten en de EU-biodiversiteitsstrategie;

g) 

het referentieniveau is in overeenstemming met de nationale prognoses van antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen, waarover uit hoofde van Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt gerapporteerd;

h) 

het referentieniveau is in overeenstemming met de broeikasgasinventarissen en relevante historische gegevens, en is gebaseerd op transparante, volledige, consistente, vergelijkbare en nauwkeurige informatie. Met name moet het model dat wordt gebruikt voor de totstandbrenging van het referentieniveau, historische gegevens uit de nationale broeikasgasinventaris kunnen weergeven.

B.   Elementen van het nationaal boekhoudplan voor bosbouw

Het op grond van artikel 8 ingediende nationaal boekhoudplan voor bosbouw omvat de volgende elementen:

a) 

een algemene omschrijving van de bepaling van het referentieniveau voor bossen en een omschrijving van hoe met de criteria in deze verordening rekening is gehouden;

b) 

identificatie van de koolstofreservoirs en broeikasgassen die in aanmerking zijn genomen voor het referentieniveau voor bossen, redenen voor het weglaten van een koolstofreservoir uit de bepaling van het referentieniveau voor bossen en bewijs voor de consistentie tussen de koolstofreservoirs die in aanmerking zijn genomen voor het referentieniveau voor bossen;

c) 

een beschrijving van de benaderingen, methoden en modellen, met inbegrip van kwantitatieve informatie, die bij de bepaling van het referentieniveau voor bossen zijn gebruikt, in overeenstemming met het meest recentelijk ingediende nationale inventarisatieverslag, en een beschrijving van de documentatie over de praktijk en de intensiteit van duurzaam bosbeheer, alsook van de genomen nationale beleidsmaatregelen;

d) 

informatie over hoe de kapcijfers zich naar verwachting zullen ontwikkelen binnen verschillende beleidsscenario’s;

e) 

een beschrijving van hoe bij de bepaling van het referentieniveau voor bossen rekening is gehouden met elk van de volgende elementen:

i) 

de oppervlakte onder bosbeheer;

ii) 

emissies en verwijderingen afkomstig van bossen en geoogste houtproducten, zoals blijkt uit de broeikasgasinventarissen en relevante historische gegevens;

iii) 

de kenmerken van bossen, met inbegrip van hun dynamische leeftijdgerelateerde kenmerken, toenamen, rotatieduur en andere informatie over bosbeheeractiviteiten bij ongewijzigd beleid;

iv) 

historische en toekomstige kapcijfers, uitgesplitst naar gebruik voor energie, respectievelijk andere doeleinden.

▼M1

C.    De referentieniveaus voor bossen die door de lidstaten moeten worden toegepast voor de periode van 2021 tot en met 2025


Lidstaat

Het referentieniveau voor bossen voor de periode van 2021 tot en met 2025 in ton CO2-equivalent per jaar

België

– 1 369 009

Bulgarije

– 5 105 986

Tsjechië

– 6 137 189

Denemarken

+354 000

Duitsland

– 34 366 906

Estland

– 1 750 000

Ierland

+112 670

Griekenland

– 2 337 640

Spanje

– 32 833 000

Frankrijk

– 55 399 290

Kroatië

– 4 368 000

Italië

– 19 656 100

Cyprus

– 155 779

Letland

– 1 709 000

Litouwen

– 5 164 640

Luxemburg

– 426 000

Hongarije

– 48 000

Malta

– 38

Nederland

– 1 531 397

Oostenrijk

– 4 533 000

Polen

– 28 400 000

Portugal

– 11 165 000

Roemenië

– 24 068 200

Slovenië

– 3 270 200

Slowakije

– 4 827 630

Finland

– 29 386 695

Zweden

– 38 721 000

▼M2 —————

▼B

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis