Artikel 45 6.
Indien het betrokken land naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek niet voldoende bewijs levert zoals bedoeld in lid 3 dat de betrokken afvalstoffen overeenkomstig artikel 59 op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd of dat er geen substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in het land zelf geproduceerde afvalstoffen als gevolg van de uit de Unie uitgevoerde afvalstoffen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 80 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de uitvoer van de afvalstoffen naar dat land te verbieden. Een verbod wordt door de Commissie alleen opgeheven wanneer zij over voldoende bewijs beschikt dat de betrokken afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen worden beheerd en dat er geen substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in dat land zelf geproduceerde afvalstoffen als gevolg van de uit de Unie uitgevoerde afvalstoffen.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|