|
+Artikel 4 2. |
Artikel 4 2.Het in lid 1 bedoelde beleid voor het beheer van ICT-assets:
a)
schrijft de monitoring en het beheer voor van de levenscyclus van ICT-assets die zijn geïdentificeerd en geclassificeerd overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2554;
b)
schrijft voor dat de financiële entiteit vastleggingen maakt van alle volgende elementen:
i)
de unieke identificatie van elk ICT-asset;
ii)
informatie over de — fysieke of logische — locatie van alle ICT-assets;
iii)
de classificatie van alle ICT-assets, als bedoeld in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2554;
iv)
de identiteit van eigenaren van ICT-assets;
v)
de door het ICT-asset ondersteunde bedrijfsfuncties of diensten;
vi)
de vereisten inzake ICT-bedrijfscontinuïteit, met inbegrip van de hersteltijddoelstellingen (RTO’s) en de herstelpuntdoelstellingen (RPO’s);
vii)
de vraag of het ICT-asset kan zijn blootgesteld dan wel blootgesteld is aan externe netwerken, daaronder begrepen het internet;
viii)
de verbanden en onderlinge afhankelijkheden tussen ICT-assets en de bedrijfsfuncties die van elk ICT-asset gebruikmaken;
ix)
(in voorkomend geval) voor alle ICT-assets: de einddata van de gewone, verlengde en op maat gemaakte ondersteuningsdiensten door de derde aanbieder van ICT-diensten, waarna die ICT-assets niet langer worden ondersteund door de leverancier ervan of door een derde aanbieder van ICT-diensten;
c)
voor financiële entiteiten niet zijnde micro-ondernemingen: schrijft voor dat die financiële entiteiten vastleggingen maken van de informatie die noodzakelijk is om een specifieke ICT-risicobeoordeling uit te voeren voor alle in artikel 8, lid 7, van Verordening (EU) 2022/2554 bedoelde legacy ICT-systemen. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|