|
+Artikel 8 2. |
Artikel 8 2.De in lid 1 bedoelde beleidslijnen en procedures voor ICT-operaties bevatten alle volgende elementen:
a)
een beschrijving van ICT-assets, die alle volgende elementen bevat:
i)
vereisten ten aanzien van veilige installatie, onderhoud, configuratie en verwijdering van een ICT-systeem;
ii)
vereisten ten aanzien van het beheer van informatieassets die door ICT-assets worden gebruikt, met inbegrip van de verwerking en handling daarvan, zowel geautomatiseerd als handmatig;
iii)
vereisten ten aanzien van de identificatie en controle van legacy ICT-systemen;
b)
beheersmaatregelen en monitoring van ICT-systemen, met inbegrip van alle volgende elementen:
i)
vereisten inzake back-up en herstel van ICT-systemen;
ii)
vereisten inzake planning, rekening houdende met onderlinge afhankelijkheden van de ICT-systemen;
iii)
protocollen voor audit-trail- en systeemlog-informatie;
iv)
vereisten die borgen dat de uitvoering van interne audits en andere tests storingen van bedrijfsoperaties tot een minimum beperkt;
v)
vereisten ten aanzien van de scheiding tussen de ICT-productieomgevingen en ontwikkelings-, test- en andere niet-productieomgevingen;
vi)
vereisten om ontwikkeling en testen uit te voeren in omgevingen die gescheiden zijn van de productieomgeving;
vii)
vereisten om ontwikkeling en testen uit te voeren in productieomgevingen;
c)
foutafhandeling voor ICT-systemen, met inbegrip van alle volgende elementen:
i)
procedures en protocollen voor foutafhandeling;
ii)
ondersteunings- en escalatiecontacten, met inbegrip van contacten bij externe ondersteuning in het geval van onverwachte operationele of technische problemen;
iii)
herstart-, rollback- en herstelprocedures van ICT-systemen voor toepassing bij een storing in het ICT-systeem. Voor de toepassing van punt b), v), wordt bij de scheiding rekening gehouden met alle componenten van de omgeving, met inbegrip van accounts, gegevens en verbindingen, zoals voorgeschreven door artikel 13, eerste alinea, punt a). Voor de toepassing van punt b), vii), wordt in de in lid 1 bedoelde beleidslijnen en procedures bepaald dat de gevallen waarin testen in een productieomgeving plaatsvindt, duidelijk geïdentificeerd worden, beargumenteerd worden, voor een beperkte tijd zijn en door de betrokken functie zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 16, lid 6. Financiële entiteiten borgen de beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit en authenticiteit van ICT-systemen en productiegegevens tijdens de ontwikkelings- en testactiviteiten in de productieomgeving. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|