2. De Commissie is bevoegd om, met het oog op de identificatie van de in lid 1 van dit artikel bedoelde derde landen, overeenkomstig artikel 85 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen, wanneer:
|
a)
|
is vastgesteld dat het wettelijke en institutionele AML/CFT-kader van het derde land aanzienlijke strategische tekortkomingen vertoont;
|
|
b)
|
is vastgesteld dat de doeltreffendheid van het AML/CFT-stelsel van het derde land wat betreft het aanpakken van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering of zijn stelsel om risico’s van niet-uitvoering of ontduiking van financiële sancties van de VN in verband met de financiering van proliferatie te beoordelen en te beperken, aanzienlijke strategische tekortkomingen vertoont;
|
|
c)
|
de in het kader van de punten a) en b) vastgestelde aanzienlijke strategische tekortkomingen van aanhoudende aard zijn en er geen maatregelen zijn of worden genomen om die tekortkomingen te beperken.
|
Die gedelegeerde handelingen worden vastgesteld uiterlijk twintig kalenderdagen nadat de Commissie zich ervan heeft vergewist dat aan de criteria van de eerste alinea, punt a), b) of c), is voldaan.