+Artikel 29 Identificatie van derde landen met aanzienlijke strategische tekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regelingen
---+Artikel 29 1
---+Artikel 29 2
---+Artikel 29 3
---+Artikel 29 4
---+Artikel 29 5
---+Artikel 29 6
---+Artikel 29 7
|
Artikel 29 Identificatie van derde landen met aanzienlijke strategische tekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regelingen
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 29 1
|
1. Derde landen met aanzienlijke strategische tekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regelingen worden door de Commissie geïdentificeerd en aangewezen als “derde landen met een hoog risico”.
|
|
Artikel 29 2
|
2. De Commissie is bevoegd om, met het oog op de identificatie van de in lid 1 van dit artikel bedoelde derde landen, overeenkomstig artikel 85 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen, wanneer:
|
a)
|
is vastgesteld dat het wettelijke en institutionele AML/CFT-kader van het derde land aanzienlijke strategische tekortkomingen vertoont;
|
|
b)
|
is vastgesteld dat de doeltreffendheid van het AML/CFT-stelsel van het derde land wat betreft het aanpakken van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering of zijn stelsel om risico’s van niet-uitvoering of ontduiking van financiële sancties van de VN in verband met de financiering van proliferatie te beoordelen en te beperken, aanzienlijke strategische tekortkomingen vertoont;
|
|
c)
|
de in het kader van de punten a) en b) vastgestelde aanzienlijke strategische tekortkomingen van aanhoudende aard zijn en er geen maatregelen zijn of worden genomen om die tekortkomingen te beperken.
|
Die gedelegeerde handelingen worden vastgesteld uiterlijk twintig kalenderdagen nadat de Commissie zich ervan heeft vergewist dat aan de criteria van de eerste alinea, punt a), b) of c), is voldaan.
|
|
Artikel 29 3
|
3. Voor de toepassing van lid 2 houdt de Commissie rekening met oproepen tot het toepassen van verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen en aanvullende risicobeperkende maatregelen (“tegenmaatregelen”) door internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van preventie van witwassen en bestrijding van terrorismefinanciering, alsmede met relevante, door hen opgestelde evaluaties, beoordelingen, rapporten en openbare verklaringen.
|
|
Artikel 29 4
|
4. Wanneer een derde land overeenkomstig de in lid 2 bedoelde criteria wordt geïdentificeerd, passen de meldingsplichtige entiteiten de in artikel 34, lid 4, genoemde verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toe ten aanzien van de zakelijke relaties of occasionele transacties waarbij natuurlijke of rechtspersonen uit dat derde land betrokken zijn.
|
|
Artikel 29 5
|
5. In de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen worden onder de in artikel 35 genoemde tegenmaatregelen de specifieke tegenmaatregelen vastgesteld ter beperking van specifieke risico’s die voortvloeien uit elk derde land met een hoog risico.
|
|
Artikel 29 6
|
6. Indien een lidstaat een specifiek risico van witwassen of terrorismefinanciering van een derde land vaststelt dat de Commissie overeenkomstig de in lid 2 bedoelde criteria heeft vastgesteld, maar dat niet wordt aangepakt met de in lid 5 bedoelde tegenmaatregelen, dan kan hij van de op zijn grondgebied gevestigde meldingsplichtige entiteiten verlangen dat zij specifieke aanvullende tegenmaatregelen toepassen om de specifieke risico’s van dat derde land te beperken. Het vastgestelde risico en de overeenkomstige tegenmaatregelen worden binnen vijf dagen na de toepassing van die tegenmaatregelen ter kennis van de Commissie gebracht.
|
|
Artikel 29 7
|
7. De Commissie evalueert de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen regelmatig om ervoor te zorgen dat de op grond van lid 5 vastgestelde specifieke tegenmaatregelen rekening houden met de wijzigingen in het AML/CFT-kader van het derde land, en evenredig en passend zijn ten opzichte van de risico’s.
Na ontvangst van een kennisgeving op grond van lid 6, beoordeelt de Commissie de ontvangen informatie om te bepalen of landspecifieke risico’s de integriteit van de interne markt van de Unie aantasten. Indien passend herziet de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen door de nodige tegenmaatregelen toe te voegen om die aanvullende risico’s te beperken. Indien de Commissie van oordeel is dat de door een lidstaat uit hoofde van lid 6 toegepaste specifieke aanvullende maatregelen niet noodzakelijk zijn om de specifieke risico’s van dat derde land te beperken, kan door middel van een uitvoeringshandeling besluiten dat de lidstaat de specifieke tegenmaatregelen moet stopzetten.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|