7. De Commissie evalueert de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen regelmatig om ervoor te zorgen dat de op grond van lid 5 vastgestelde specifieke tegenmaatregelen rekening houden met de wijzigingen in het AML/CFT-kader van het derde land, en evenredig en passend zijn ten opzichte van de risico’s.
Na ontvangst van een kennisgeving op grond van lid 6, beoordeelt de Commissie de ontvangen informatie om te bepalen of landspecifieke risico’s de integriteit van de interne markt van de Unie aantasten. Indien passend herziet de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen door de nodige tegenmaatregelen toe te voegen om die aanvullende risico’s te beperken. Indien de Commissie van oordeel is dat de door een lidstaat uit hoofde van lid 6 toegepaste specifieke aanvullende maatregelen niet noodzakelijk zijn om de specifieke risico’s van dat derde land te beperken, kan door middel van een uitvoeringshandeling besluiten dat de lidstaat de specifieke tegenmaatregelen moet stopzetten.