2. Indien de lidstaten op grond van artikel 8, lid 4, punt c), van Richtlijn (EU) 2024/1640 categorieën vennootschappen identificeren die zijn blootgesteld aan een hoger risico van witwassen en terrorismefinanciering, onder meer op basis van de sectoren waarin zij actief zijn, stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Uiterlijk op 10 juli 2029 beoordeelt de Commissie of de aan die categorieën juridische entiteiten verbonden risico’s relevant zijn voor de interne markt en stelt zij, indien zij concludeert dat een lagere drempel passend is om die risico’s te beperken, gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig artikel 85 om deze verordening te wijzigen door het volgende te identificeren:
|
a)
|
de categorieën van vennootschappen waaraan hogere risico’s van witwassen en terrorismefinanciering zijn verbonden en waarvoor een lagere drempel geldt;
|
|
b)
|
de bijbehorende drempels.
|
De in de eerste alinea bedoelde lagere drempel wordt vastgesteld op maximaal 15 % van het eigendomsbelang in de vennootschap, tenzij de Commissie op basis van het risico concludeert dat een hogere drempel, die in ieder geval minder dan 25 % bedraagt, evenrediger zou zijn.