3. Deze verordening is niet van toepassing op geldovermakingen of op overdrachten van e-moneytokens, als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 7, van Verordening (EU) 2023/1114, die worden verricht met een betaalkaart, een elektronischgeldinstrument, een mobiele telefoon of elk ander digitaal of informatietechnologisch vooruit- of achteraf betaald toestel met soortgelijke kenmerken, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a)
|
de kaart, het instrument of het toestel wordt alleen gebruikt voor de betaling van goederen of diensten, en
|
|
b)
|
het nummer van die kaart, dat instrument of dat toestel wordt gevoegd bij alle overmakingen of overdrachten die uit de transactie voortvloeien.
|
Deze verordening is echter wel van toepassing wanneer een betaalkaart, een elektronischgeldinstrument, een mobiele telefoon of elk ander digitaal of informatietechnologisch vooruit- of achteraf betaald toestel met soortgelijke kenmerken wordt gebruikt om geldovermakingen of overdrachten van e-moneytokens te verrichten tussen natuurlijke personen die handelen als consumenten, voor andere doeleinden dan handel of bedrijfs- of beroepsactiviteiten.