+Artikel 2 Identificatie van financiële entiteiten die TLPT moeten uitvoeren
---+Artikel 2 1
---+Artikel 2 2
---+Artikel 2 3
|
Artikel 2 Identificatie van financiële entiteiten die TLPT moeten uitvoeren
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 2 1
|
1. TLPT-autoriteiten beoordelen of financiële entiteiten een TLPT moet uitvoeren, rekening houdende met de impact van die financiële entiteiten op de financiële sector, hun systemische karakter en hun ICT-risicoprofiel, op basis van alle hiernavolgende criteria:
|
a)
|
impactgerelateerde factoren en systemisch karakter:
|
i)
|
de omvang van de financiële entiteit, bepaald aan de hand van de vraag of de financiële entiteit financiële diensten in een of meer lidstaten verricht en door de activiteiten van de financiële entiteit te vergelijken met die van andere financiële entiteiten die soortgelijke diensten verrichten;
|
|
ii)
|
de mate en de aard van de verwevenheid van de financiële entiteit met andere financiële entiteiten in de financiële sector in een of meer lidstaten;
|
|
iii)
|
het kritieke karakter of het belang van de diensten die de financiële entiteit aan de financiële sector verleent;
|
|
iv)
|
de substitueerbaarheid van de diensten die de financiële entiteit verleent;
|
|
v)
|
de complexiteit van het bedrijfsmodel van de financiële entiteit en de daarmee verband houdende diensten en processen;
|
|
vi)
|
de vraag of de financiële entiteit deel uitmaakt van een groep die een systemisch karakter op Unieniveau of op nationaal niveau in de financiële sector heeft en ICT-systemen deelt;
|
|
|
b)
|
ICT-risicofactoren:
|
i)
|
het risicoprofiel van de financiële entiteit;
|
|
ii)
|
het dreigingslandschap van de financiële entiteit;
|
|
iii)
|
de mate waarin kritieke of belangrijke functies, of functies die deze functies ondersteunen, van de financiële entiteit afhankelijk zijn van ICT-systemen en -processen;
|
|
iv)
|
de complexiteit van de ICT-architectuur van de financiële entiteit;
|
|
v)
|
de ICT-diensten en -functies die door derde aanbieders van ICT-diensten worden ondersteund, en de hoeveelheid en het soort contractuele regelingen met derde aanbieders van ICT-diensten of intragroepsaanbieders van ICT-diensten;
|
|
vi)
|
de resultaten van door toezichthouders verrichte toetsingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ICT-maturiteit van de financiële entiteit;
|
|
vii)
|
de maturiteit van ICT-bedrijfscontinuïteitsplannen en ICT-respons- en herstelplannen;
|
|
viii)
|
de maturiteit van de operationele ICT-beveiligingsdetectie en -mitigatiemaatregelen, met inbegrip van het vermogen om:
|
1)
|
de ICT-infrastructuur van de financiële entiteit op permanente basis te monitoren;
|
|
2)
|
ICT-gerelateerde gebeurtenissen in realtime te detecteren;
|
|
3)
|
de in punt 2) bedoelde gebeurtenissen te analyseren;
|
|
4)
|
tijdig en doeltreffend op de in punt 2) bedoelde gebeurtenissen te reageren;
|
|
|
ix)
|
de vraag of de financiële entiteit deel uitmaakt van een groep die actief is in de financiële sector op Unieniveau of op nationaal niveau en ICT-systemen deelt.
|
|
Voor de toepassing van punt a), i), houdt de TLPT-autoriteit, voor zover mogelijk, rekening met de volgende factoren:
|
a)
|
het marktaandeel van de financiële entiteit op Unieniveau en op nationaal niveau;
|
|
b)
|
het scala aan activiteiten dat door de financiële entiteit wordt aangeboden;
|
|
c)
|
het marktaandeel van de door de financiële entiteit verrichte diensten of van de activiteiten die op Unieniveau en op nationaal niveau worden verricht.
|
Voor de toepassing van punt a), v), houdt de TLPT-autoriteit, voor zover mogelijk, rekening met volgende factoren:
|
a)
|
of de financiële entiteit meer dan één bedrijfsmodel hanteert;
|
|
b)
|
de onderlinge verwevenheid van verschillende bedrijfsprocessen en de daarmee verband houdende diensten.
|
|
|
Artikel 2 2
|
2. TLPT-autoriteiten leggen elk van de volgende financiële entiteiten de verplichting op om TLPT’s uit te voeren, tenzij uit de in lid 1 bedoelde beoordeling ten aanzien van een financiële entiteit blijkt dat haar impact, de zorgen over de financiële stabiliteit met betrekking tot die financiële entiteit of haar ICT-risicoprofiel de uitvoering van een TLPT niet rechtvaardigen:
|
a)
|
kredietinstellingen die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
|
i)
|
de instelling is aangemerkt als mondiaal systeemrelevante instelling (“MSI”) overeenkomstig artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (7);
|
|
ii)
|
de instelling is aangemerkt als andere systeemrelevante instelling (“ASI”) overeenkomstig artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU;
|
|
iii)
|
de instelling maakt deel uit van een MSI of van een ASI;
|
|
|
b)
|
betaalinstellingen die in elk van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de beoordeling door de TLPT-autoriteit de drempelwaarde van 150 miljard EUR aan betalingstransacties zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 5), van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (8) hebben overschreden;
|
|
c)
|
instellingen voor elektronisch geld die in elk van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de beoordeling door de TLPT-autoriteit ofwel de drempelwaarde van 150 miljard EUR aan betalingstransacties zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 5), van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad, ofwel de drempelwaarde van 40 miljard EUR aan uitstaand elektronisch geld hebben overschreden;
|
|
d)
|
centrale effectenbewaarinstellingen;
|
|
e)
|
centrale tegenpartijen;
|
|
f)
|
handelsplatformen met een elektronisch handelssysteem die voldoen aan een van de volgende criteria:
|
i)
|
het handelsplatform heeft het hoogste marktaandeel in termen van op nationaal niveau behaalde omzet, in elk van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de beoordeling door de TLPT-autoriteit, wat betreft:
|
1)
|
effecten zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 44), a), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (9);
|
|
2)
|
effecten zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 44), b), van Richtlijn 2014/65/EU;
|
|
3)
|
derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (10);
|
|
4)
|
gestructureerde financiële producten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 28), van Verordening (EU) nr. 600/2014;
|
|
5)
|
emissierechten zoals bedoeld in deel C, punt 11, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;
|
|
|
ii)
|
het handelsplatform heeft een marktaandeel in termen van op Unieniveau behaalde omzet, van meer dan 5 % in elk van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de beoordeling door de TLPT-autoriteit, wat betreft:
|
1)
|
aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, personenvennootschappen of andere entiteiten gelijk te stellen effecten, alsmede aandelencertificaten;
|
|
2)
|
obligaties of andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
|
|
3)
|
derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) nr. 600/2014;
|
|
4)
|
gestructureerde financiële producten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 28), van Verordening (EU) nr. 600/2014;
|
|
5)
|
emissierechten zoals bedoeld in deel C, punt 11, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;
|
|
|
|
g)
|
(her)verzekeringsondernemingen die voldoen aan alle volgende criteria:
|
i)
|
hun bruto geboekte premies bedragen meer dan 1 500 000 000 EUR;
|
|
ii)
|
hun technische voorzieningen bedragen meer dan 10 000 000 000 EUR;
|
|
iii)
|
de totale activa van verzekeringsondernemingen die uitsluitend levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen of zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen, bedragen meer dan 3,5 % van de som van de totale activa, zoals gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (11), van de in de lidstaat gevestigde (her)verzekeringsondernemingen;
|
|
Voor de toepassing van punt f), ii), wordt, indien het handelsplatform deel uitmaakt van een groep die ICT-systemen deelt of gebruikmaakt van dezelfde intragroepsaanbieder van ICT-diensten, de omzet van de effecten- en derivatencontracten op alle handelsplatformen die tot dezelfde groep behoren en in de Unie zijn gevestigd, in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van punt g) identificeren de TLPT-autoriteiten een subset van alle (her)verzekeringsondernemingen aan de hand van de in punt g), i), ii) en iii), vastgestelde criteria. (Her)verzekeringsondernemingen die tot die subgroep behoren, moeten TLPT’s uitvoeren indien zij tevens voldoen aan een de volgende criteria:
|
a)
|
de bruto geboekte premie bedraagt meer dan 3 000 000 000 EUR;
|
|
b)
|
de technische voorzieningen bedragen meer dan 30 000 000 000 EUR;
|
|
c)
|
de totale activa bedragen meer dan 10 % van de som van de totale activa, zoals gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG, van de in de lidstaat gevestigde (her)verzekeringsondernemingen.
|
|
|
Artikel 2 3
|
3. Indien meer dan één financiële entiteit die tot dezelfde groep behoort en ICT-systemen deelt, of indien meer dan één financiële entiteit die gebruikmaakt van dezelfde intragroepsaanbieder van ICT-diensten, voldoet aan de criteria van lid 2, beslissen de TLPT-autoriteiten van die financiële entiteiten, overeenkomstig artikel 16, lid 2, of de verplichting om TLPT’s op individuele basis uit te voeren, relevant is voor die financiële entiteiten.
Indien de TLPT-autoriteit van de moederonderneming van een in de eerste alinea bedoelde groep van financiële entiteiten verschilt van de TLPT-autoriteiten van de financiële entiteiten van de groep, wordt die autoriteit door de TLPT-autoriteiten van de tot die groep behorende financiële entiteiten geraadpleegd over de vraag of uitvoering van een TLPT op individuele basis passend is.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|