+Artikel 147 Methode voor het onderbrengen van blootstellingen in categorieën
---+Artikel 147 1.
---+Artikel 147 2.
---+Artikel 147 3.
---+Article 147 3a.
---+Artikel 147 4.
---+Artikel 147 5.
---+Article 147 5a.
---+Artikel 147 6.
---+Artikel 147 7.
---+Artikel 147 8.
---+Artikel 147 9.
---+Artikel 147 10.
---+Artikel 147 11.
---+Artikel 147 12.
|
Artikel 147 Methode voor het onderbrengen van blootstellingen in categorieën
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 147 1.
|
Voor het onderbrengen van blootstellingen in de verschillende categorieën blootstellingen past de instelling een adequate en in de tijd gezien consistente methode toe.
|
|
Artikel 147 2.
|
Elke blootstelling wordt ondergebracht in een van de volgende categorieën:
a)
blootstellingen met betrekking tot centrale overheden en centrale banken;
a bis)
blootstellingen met betrekking tot regionale en lokale overheden en publiekrechtelijke lichamen, die in de volgende blootstellingscategorieën worden ondergebracht:
i)
blootstellingen met betrekking tot regionale of lokale overheden;
ii)
blootstellingen met betrekking tot publiekrechtelijke lichamen;
b)
blootstellingen met betrekking tot instellingen;
c)
blootstellingen met betrekking tot ondernemingen, ondergebracht in de volgende blootstellingscategorieën:
ii)
blootstellingen met betrekking tot gespecialiseerde kredietverlening;
iii)
gekochte kortlopende vorderingen op ondernemingen;
d)
blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, ondergebracht in de volgende blootstellingscategorieën:
i)
gekwalificeerde revolverende blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen (qualifying revolving retail exposure — QRRE);
ii)
door niet-zakelijk onroerend goed gedekte blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen;
iii)
gekochte kortlopende vorderingen op particulieren en kleine partijen;
iv)
overige blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen;
e)
blootstellingen in aandelen;
e bis)
blootstellingen in de vorm van rechten van deelneming of aandelen in een icb;
f)
posten die securitisatieposities vertegenwoordigen;
g)
andere activa die geen kredietverplichting vertegenwoordigen.
|
|
Artikel 147 3.
|
De volgende blootstellingen worden in de lid 2, punt a), bedoelde categorie ondergebracht:
▼M17 —————
▼B
b)
blootstellingen met betrekking tot multilaterale ontwikkelingsbanken als bedoeld in artikel 117, lid 2;
c)
blootstellingen met betrekking tot internationale organisaties die uit hoofde van artikel 118 een risicogewicht van 0 % krijgen.
|
|
Article 147 3a.
|
By way of derogation from paragraph 2 of this Article, exposures to regional governments, local authorities and public sector entities shall be assigned to the exposure class referred to in paragraph 2, point (a), of this Article where those exposures are treated as exposures to central governments in accordance with Article 115 or 116.
|
|
Artikel 147 4.
|
De volgende blootstellingen worden in de in lid 2, onder b), bedoelde categorie ondergebracht:
▼M17 —————
▼B
c)
blootstellingen met betrekking tot multilaterale ontwikkelingsbanken die geen risicogewicht van 0 % krijgen op grond van artikel 117; en
d)
blootstellingen met betrekking tot financiële instellingen die overeenkomstig artikel 119, lid 5, als blootstellingen met betrekking tot instellingen worden behandeld.
|
|
Artikel 147 5.
|
Om in de categorie blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, bedoeld in lid 2, punt d), ondergebracht te kunnen worden, voldoen de blootstellingen aan de volgende criteria:
a)
zij hebben betrekking op een van de volgende:
i)
blootstellingen ten aanzien van één of meerdere natuurlijke personen;
▼M17
ii)
blootstellingen met betrekking tot een kmo, mits het totale bedrag dat de debiteur-cliënt of de groep van verbonden cliënten verschuldigd is aan de instelling en aan moederondernemingen en hun dochterondernemingen, met inbegrip van blootstellingen in wanbetaling, doch exclusief blootstellingen die ten belope van de onroerendgoedwaarde door zekerheden in de vorm van niet-zakelijk onroerend goed worden gedekt, voor zover de instelling weet en redelijke stappen heeft gezet om zich van het bedrag van die blootstelling te vergewissen, niet hoger is dan 1 miljoen EUR;
iii)
door niet-zakelijk onroerend goed gedekte blootstellingen, met inbegrip van eerste en volgende pandrechten, termijnleningen, revolverende home equity-kredietlijnen en in artikel 108, leden 4 en 5, bedoelde blootstellingen, ongeacht de omvang van de blootstelling, mits het om een van volgende blootstellingen gaat:
1)
een blootstelling met betrekking tot een natuurlijk persoon;
2)
een blootstelling met betrekking tot verenigingen of coöperaties van personen die bij nationaal recht zijn geregeld en die uitsluitend bestaan om hun leden het gebruik toe te kennen van een hoofdverblijfplaats in het onroerend goed dat als zekerheid voor de lening dient;
▼B
b)
zij worden in het interne risicobeheer van de instelling in de tijd gezien consequent en op dezelfde wijze behandeld;
▼M17
c)
zij worden niet op een even individuele basis beheerd als blootstellingen in de blootstellingscategorieën bedoeld in lid 2, punt c), i), ii) of iii);
▼B
d)
zij maken elk deel uit van een belangrijk aantal op vergelijkbare wijze beheerde blootstellingen.
Naast de in de eerste alinea vermelde blootstellingen wordt ook de actuele waarde van de minimale leasebetalingen in verband met leasing aan particulieren en kleine partijen bij de categorie blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen ingedeeld. Blootstellingen die aan alle voorwaarden van de eerste alinea, punt a), iii), en de punten b), c) en d), van dit lid voldoen, worden ondergebracht in de in lid 2, punt d), ii), bedoelde blootstellingscategorie. In afwijking van de derde alinea van dit lid mogen bevoegde autoriteiten leningen aan natuurlijke personen die een hypotheek op meer dan vier onroerende goederen of wooneenheden hebben lopen, met inbegrip van de in artikel 108, lid 4, bedoelde leningen aan natuurlijke personen, uitsluiten van de in lid 2, punt d), ii), bedoelde blootstellingscategorie en die leningen indelen bij een van de in lid 2, punt c), i), ii) of iii), bedoelde blootstellingscategorieën.
|
|
Article 147 5a.
|
Retail exposures belonging to a type of exposures meeting all of the following conditions shall be assigned to the exposure class referred to in paragraph 2, point (d)(i):
(a)
the exposures of that type of exposures are to one or more natural persons;
(b)
the exposures of that type of exposures are revolving, unsecured, and, to the extent they are not drawn immediately and unconditionally, cancellable by the institution;
(c)
the maximum exposure in that type of exposure to a single natural person is EUR 100 000 or less;
(d)
that type of exposures has exhibited low volatility of loss rates, relative to its average level of loss rates, especially within the low PD bands;
(e)
the treatment of exposures assigned to that type of exposures as a qualifying revolving retail exposure is consistent with the underlying risk characteristics of that type of exposures.
By way of derogation from the first subparagraph, point (b), the requirement to be unsecured shall not apply in respect of collateralised credit facilities linked to a wage account. In that case, amounts recovered from the collateral shall not be taken into account in the LGD estimates. Institutions shall identify within the exposure class referred to in paragraph 2, point (d)(i) transactor exposures (‘QRRE transactors’) and exposures that are not transactor exposures (‘QRRE revolvers’). In particular, QRREs with less than 12 months of repayment history shall be identified as QRRE revolvers.
|
|
Artikel 147 6.
|
Tenzij zij in de in lid 2, punt e bis), van dit artikel bedoelde blootstellingscategorie zijn ondergebracht, worden de in artikel 133, lid 1, bedoelde blootstellingen ondergebracht in de in lid 2, punt e), van dit artikel bedoelde blootstellingscategorie.
|
|
Artikel 147 7.
|
Kredietverplichtingen die niet in een van de in lid 2, punt a), punt a bis, i) of ii), punt b), punt d), i), ii), iii) of iv), en punt e), e bis) of f), bedoelde categorieën zijn ondergebracht, worden ondergebracht in een van de in punt c), i), ii) of iii), van dat lid bedoelde categorieën blootstellingen.
|
|
Artikel 147 8.
|
Blootstellingen in de in lid 2, punt c), genoemde categorie blootstellingen met betrekking tot ondernemingen worden door instellingen afzonderlijk geregistreerd als blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening als ze de volgende kenmerken bezitten:
a)
de blootstelling heeft betrekking op een entiteit die speciaal is opgericht om materiële activa te financieren of te beheren, of vormt een in economisch opzicht vergelijkbare blootstelling;
b)
in het contract is geregeld dat de kredietverlener een grote zeggenschap heeft over de activa en de inkomsten die daarmee worden gegenereerd;
c)
de afbetaling van de verplichting is vooral gerelateerd aan de inkomsten die met de gefinancierde activa worden gegenereerd, en niet zozeer aan de individuele capaciteit van een in breder verband opererende commerciële onderneming.
Die blootstellingen worden ondergebracht in de in lid 2, punt c), ii), genoemde blootstellingscategorie en worden als volgt ingedeeld: „Projectfinanciering” (PF), „Objectfinanciering” (OF), „Grondstoffenfinanciering” (CF) en „Inkomstengenererend onroerend goed” (IPRE).
|
|
Artikel 147 9.
|
De in lid 2, punt g), bepaalde categorie blootstellingen omvat ook de restwaarde van geleased onroerend goed, voor zover de restwaarde niet is opgenomen in de blootstellingen uit hoofde van een leaseovereenkomst als bepaald in artikel 166, lid 4.
|
|
Artikel 147 10.
|
De blootstelling die voortvloeit uit het bieden van protectie in het kader van een basketkredietderivaat voor de n-de wanbetaling wordt in dezelfde in lid 2 bepaalde categorie ondergebracht als die waarin de in de basket opgenomen blootstellingen zouden worden ondergebracht, behalve indien de afzonderlijke in de basket opgenomen blootstellingen in verschillende categorieën blootstellingen zouden worden ondergebracht, in welk geval de blootstelling wordt ondergebracht in de categorie blootstellingen met betrekking tot ondernemingen, die is vastgesteld in lid 2, punt c).
|
|
Artikel 147 11.
|
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot vaststelling van:
a)
de indeling in PF, OF en CF, in overeenstemming met de definities van hoofdstuk 2;
b)
de invulling van de IPRE-categorie, door met name nader te bepalen welke ADC-blootstellingen en door onroerend goed gedekte blootstellingen als IPRE kunnen of mogen worden ingedeeld.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 10 juli 2026 voor aan de Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
|
|
Artikel 147 12.
|
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de voorwaarden en criteria voor de indeling van blootstellingen in de in lid 2 bedoelde categorieën en, indien nodig, tot nadere bepaling van die blootstellingscategorieën. De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 10 juli 2027 voor aan de Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|