|
+Artikel 510 6. |
Artikel 510 6.►M20 De EBA monitort het bedrag van de stabiele financiering dat vereist is ter dekking van het financieringsrisico in verband met effectenfinancieringstransacties, inclusief in verband met de bij die transacties ontvangen of gegeven activa, en in verband met ongedekte transacties met financiële cliënten, wanneer dergelijke transacties een resterende looptijd van minder dan zes maanden hebben. De EBA brengt uiterlijk op 31 januari 2029, en nadien om de vijf jaar, aan de Commissie verslag uit over de geschiktheid van dat stabielefinancieringsvereiste. Rekening houdende met internationale ontwikkelingen en de regelgevingsbehandeling van vergelijkbare transacties in andere jurisdicties, omvatten die verslagen ten minste een beoordeling van: ◄
a)
de mogelijkheid tot toepassing van hogere of lagere stabielefinancieringsfactoren op effectenfinancieringstransacties met financiële cliënten en op ongedekte transacties met een resterende looptijd van minder dan zes maanden met financiële cliënten om beter rekening te houden met hun financieringsrisico over de horizon van één jaar van de nettostabielefinancieringsratio en met de mogelijke besmettingseffecten tussen financiële cliënten;
b)
de mogelijkheid tot toepassing van de behandeling van artikel 428 novodecies, lid 1, punt g), op effectenfinancieringstransacties die met andere soorten activa zijn zekergesteld;
c)
de mogelijkheid tot toepassing van factoren voor stabiele financiering op posten buiten de balanstelling die worden gebruikt bij effectenfinancieringstransacties als alternatief voor de in artikel 428 septdecies, lid 5, beschreven behandeling;
d)
de toereikendheid van de asymmetrische behandeling van passiva met een resterende looptijd van minder dan zes maanden die zijn verstrekt door financiële cliënten die overeenkomstig artikel 428 duodecies, lid 3, punt c), onderworpen zijn aan een factor voor beschikbare stabiele financiering van 0 %, en activa uit hoofde van transacties met een resterende looptijd van minder dan zes maanden met financiële cliënten die overeenkomstig artikel 428 novodecies, lid 1, punt g), artikel 428 vicies, lid 1, punt b), en artikel 428 tervicies, punt a), onderworpen zijn aan een factor voor vereiste stabiele financiering van 0 %, 5 % of 10 %;
e)
het effect van de invoering van hogere of lagere factoren voor vereiste stabiele financiering voor effectenfinancieringstransacties, met name met een resterende looptijd van minder dan zes maanden, met financiële cliënten, op:
i)
de prijsstructuur van die transacties, en
ii)
de marktliquiditeit van activa die als zekerheid zijn ontvangen bij die transacties, met name van overheids- en bedrijfsobligaties;
f)
het effect van de voorgestelde wijzigingen op het bedrag van de stabiele financiering dat vereist is voor die transacties van instellingen, met name voor effectenfinancieringstransacties met een resterende looptijd van minder dan zes maanden met financiële cliënten indien overheidsobligaties als zekerheid zijn ontvangen bij die transacties. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|