|
+Artikel 129 1. |
Artikel 129 1.►M10 Om in aanmerking te komen voor de in de leden 4 en 5 van dit artikel beschreven preferentiële behandeling, voldoen gedekte obligaties als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn (EU) 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad ( 32 ) aan de vereisten van de leden 3, 3 bis en 3 ter van dit artikel, en worden zij zekergesteld door een van de volgende in aanmerking komende activa: ◄
a)
blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door centrale overheden, centrale banken van het ESCB, publiekrechtelijke lichamen, regionale of lokale overheden in de Unie;
b)
blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door centrale overheden van derde landen, centrale banken van derde landen, multilaterale ontwikkelingsbanken, internationale organisaties welke in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 1 overeenkomstig dit hoofdstuk, en blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door publiekrechtelijke lichamen van derde landen, regionale overheden van derde landen of lokale overheden van derde landen, welke overeenkomstig respectievelijk artikel 115, lid 1 of lid 2, of artikel 116, leden 1, 2 of 4, eenzelfde risicogewicht hebben als blootstellingen met betrekking tot instellingen of centrale overheden en centrale banken en welke in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 1 overeenkomstig dit hoofdstuk, en blootstellingen in de zin van dit punt welke ten minste in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 2 overeenkomstig dit hoofdstuk, mits zij niet hoger liggen dan 20 % van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende instellingen;
c)
blootstellingen aan kredietinstellingen die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 1 of kredietkwaliteitscategorie 2 of blootstellingen aan kredietinstellingen die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 3, indien die blootstellingen de vorm aannemen van
i)
kortetermijndeposito's met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste honderd dagen, indien deze deposito's worden gebruikt om te voldoen aan de in artikel 16 van Richtlijn (EU) 2019/2162 bedoelde verplichting van een liquiditeitsbuffer voor een dekkingspool, of
ii)
derivatencontracten die voldoen aan de vereisten van artikel 11, lid 1, van die richtlijn, indien door de bevoegde autoriteiten toegestaan;
d)
leningen die gedekt zijn door niet-zakelijk onroerend goed tot aan een waarde die de laagste is van de hoofdsom van de pandrechten in combinatie met eerder verleende pandrechten, en 80 % van de waarde van de in pand gegeven goederen;
e)
woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 2 of hoger als bepaald in dit hoofdstuk, mits het gedeelte van elk van de kredieten dat wordt aangewend om te voldoen aan het in dit lid gestelde vereiste voor de zekerheidsstelling van de gedekte obligaties ten hoogste 80 % bedraagt van de waarde van het overeenkomstige in Frankrijk gelegen niet-zakelijk onroerend goed en mits de verhouding tussen hypotheekschuld en inkomen (loan-to-income ratio) hooguit 33 % bedroeg bij de toekenning van het krediet. Op het niet-zakelijk onroerend goed zijn ten tijde van de kredietverlening geen hypothecaire pandrechten gevestigd en voor de kredieten die vanaf 1 januari 2014 worden verleend, dient de kredietnemer zich er contractueel toe te verplichten dergelijke rechten niet te vestigen zonder de toestemming van de kredietinstelling die het krediet heeft verleend. De loan-to-income ratio komt overeen met het gedeelte van het bruto-inkomen van de kredietnemer dat de terugbetaling van het krediet dekt, met inbegrip van de rente. De protectiegever is hetzij een financiële instelling waaraan een vergunning is verleend door en die onder toezicht staat van de bevoegde autoriteiten, en die onderworpen is aan prudentiële vereisten die qua degelijkheid vergelijkbaar zijn met die welke op instellingen worden toegepast, hetzij een verzekeringsonderneming. De protectiegever voorziet in een onderling garantiefonds of in vergelijkbare bescherming voor verzekeringsondernemingen om verliezen door kredietrisico op te vangen, waarvan de kalibratie regelmatig door de bevoegde autoriteiten wordt getoetst. Zowel de kredietinstelling als de protectiegever beoordelen de kredietwaardigheid van de kredietnemer;
f)
leningen die gedekt zijn door zakelijk onroerend goed tot aan een waarde die de laagste is van de hoofdsom van de pandrechten in combinatie met eerder verleende pandrechten, en 60 % van de waarde van de in pand gegeven goederen. Door zakelijk onroerend goed gedekte leningen zijn ook toelaatbaar wanneer de ratio van de lening ten opzichte van de waarde meer dan 60 % maar niet meer dan 70 % bedraagt, op voorwaarde dat de totale waarde van de als zekerheid voor de gedekte obligaties in pand gegeven activa ten minste 10 % hoger is dan het nominale bedrag van de gedekte obligatie, en de rechten van de obligatiehouders voldoen aan de rechtszekerheidsvoorschriften van hoofdstuk 4. De rechten van de obligatiehouders hebben voorrang op alle andere zekerheidsrechten;
g)
leningen die gedekt zijn door pandrechten op schepen tot aan het verschil tussen 60 % van de waarde van het in pand gegeven schip en de waarde van enige eerder verleende pandrechten op schepen. Voor de toepassing van lid 1 bis worden blootstellingen die het gevolg zijn van de overdracht en het beheer van betalingen door de debiteur van leningen die gedekt zijn door in pand gegeven goederen van schuldinstrumenten, dan wel het gevolg zijn van de overdracht en het beheer van liquidatieopbrengsten in verband met dergelijke leningen, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de in dat lid bedoelde limieten. Onverminderd de eerste alinea, punt c), van dit lid worden indirecte blootstellingen aan kredietinstellingen zonder externe rating die hypotheekleningen dekken tot aan de inschrijving ervan, voor de toepassing van dat punt tot en met 1 juli 2027 behandeld als blootstellingen aan kredietinstellingen die voor kredietkwaliteitscategorie 1 in aanmerking komen, mits het overeenkomstig artikel 121 in klasse A ondergebrachte kortlopende blootstellingen zijn en de gedekte hypotheekleningen na inschrijving in aanmerking komen voor de preferentiële behandeling op grond van de eerste alinea, punten d), e) en f), van dit lid. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|