Een instelling kan, op voorwaarde dat haar bevoegde autoriteit daarvoor toestemming verleent, de in artikel 325 octies, lid 2, beschreven componenten

en

consequent voor alle wisselkoersrisicofactoren van valuta-instrumenten waarvoor eigenvermogensvereisten voor curvatuurrisico gelden en die aan het eigenvermogensrisico voor curvatuurrisico onderworpen zijn, delen door 1,5, op voorwaarde dat wisselkoersrisicofactoren op basis van, al naargelang, de rapportagevaluta van de instelling of de basisvaluta van de instelling die in de berekening van die componenten zijn opgenomen, terzelfder tijd worden geschokt.