|
+Artikel 416 1. |
Artikel 416 1.Instellingen rapporteren de volgende posten als liquide activa, tenzij zij uit hoofde van lid 2 zijn uitgesloten en uitsluitend indien de liquide activa aan de voorwaarden van lid 3 voldoen:
a)
contanten en blootstellingen met betrekking tot centrale banken, voor zover deze blootstellingen in tijden van stress op ieder moment kunnen worden opgevraagd. Met betrekking tot de deposito's die worden aangehouden bij centrale banken, trachten de bevoegde autoriteit en de centrale bank tot overeenstemming te komen over de mate waarin in tijden van stress minimumreserves kunnen worden opgevraagd;
b)
andere overdraagbare activa met een uiterst hoge liquiditeit en kredietkwaliteit;
c)
overdraagbare activa, zijnde vorderingen op of gegarandeerd door:
i)
de centrale overheid van een lidstaat, van een regio met fiscale autonomie om belastingen te heffen en te innen, of van een derde land in de nationale valuta van de centrale of regionale overheid, indien de instelling een liquiditeitsrisico loopt in die lidstaat of dat derde land dat het dekt door het aanhouden van deze liquide activa;
ii)
centrale banken en publiekrechtelijke lichamen van niet-centrale overheden in de nationale valuta van de centrale bank en het publiekrechtelijke lichaam;
iii)
de Bank voor Internationale Betalingen, het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Commissie en multilaterale ontwikkelingsbanken;
iv)
de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees stabiliteitsmechanisme;
d)
overdraagbare activa met een hoge liquiditeit en kredietkwaliteit;[…]
e)
door centrale banken binnen de werkingssfeer van monetair beleid verleende stand-bykredietfaciliteiten, voor zover die niet worden gegarandeerd door liquide activa en met uitsluiting van noodliquiditeitssteun;
f)
indien de kredietinstelling krachtens wettelijke of statutaire bepalingen is verbonden aan een netwerk, de wettelijke of statutaire minimumdeposito's bij de centrale kredietinstelling en andere statutaire of bij overeenkomst beschikbare liquide middelen van de centrale kredietinstelling of instellingen die lid zijn van het in artikel 113, lid 7, bedoelde netwerk, of die in aanmerking komen voor de bij artikel 10 vastgestelde ontheffing, voor zover die middelen niet door liquide activa worden gegarandeerd. In afwachting van een uniforme definitie van hoge en uiterst hoge liquiditeit en kredietkwaliteit overeenkomstig artikel 460 identificeren de instellingen zelf in een gegeven valuta de overdraagbare activa met een respectievelijk hoge of uiterst hoge liquiditeit en kredietkwaliteit. In afwachting van een uniforme definitie geven de bevoegde autoriteiten, rekening houdend met de in artikel 509, leden 3, 4 en 5, vermelde criteria, algemene richtsnoeren die instellingen kunnen hanteren bij het identificeren van activa met hoge en uiterst hoge liquiditeit en kredietkwaliteit. Bij ontstentenis van dergelijke richtsnoeren maken de instellingen te dien einde gebruik van transparante en objectieve criteria, met inbegrip van sommige of alle in artikel 509, leden 3, 4 en 5, vermelde criteria. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|