+VERORDENING (EU) Nr. 996/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp
------+Artikel 1 1.
------+Artikel 1 2.
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Toepassingsgebied
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
---+Artikel 4 Instantie voor veiligheidsonderzoek in de burgerluchtvaart
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 6.
---+Artikel 5 Onderzoeksverplichting
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
------+Artikel 5 6.
---+Artikel 6 Samenwerking tussen veiligheidsonderzoeksinstanties
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
---+Artikel 7 Europees netwerk van instanties die onderzoek doen naar de veiligheid van de burgerluchtvaart
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
------+Artikel 7 5.
------+Artikel 7 6.
------+Artikel 7 7.
---+Artikel 8 Deelname van het EASA en de nationale burgerluchtvaartautoriteiten aan veiligheidsonderzoeken
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
---+Artikel 9 Meldingsplicht voor ongevallen en ernstige incidenten
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
---+Artikel 10 Deelname van de lidstaten aan de veiligheidsonderzoeken
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
---+Artikel 11 Status van de onderzoekers
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
---+Artikel 12 Coördinatie van onderzoeken
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
---+Artikel 13 Bewaring van bewijsmateriaal
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
------+Artikel 13 3.
---+Artikel 14 Bescherming van gevoelige veiligheidsinformatie
------+Artikel 14 1.
------+Artikel 14 2.
------+Artikel 14 3.
------+Artikel 14 4.
---+Artikel 15 Mededeling van informatie
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
------+Artikel 15 3.
------+Artikel 15 4.
------+Artikel 15 5.
---+Artikel 16 Onderzoeksverslag
------+Artikel 16 1.
------+Artikel 16 2.
------+Artikel 16 3.
------+Artikel 16 4.
------+Artikel 16 5.
------+Artikel 16 6.
------+Artikel 16 7.
------+Artikel 16 8.
---+Artikel 17 Veiligheidsaanbevelingen
------+Artikel 17 1.
------+Artikel 17 2.
------+Artikel 17 3.
---+Artikel 18 Follow-up van veiligheidsaanbevelingen en databank van veiligheidsaanbevelingen
------+Artikel 18 1.
------+Artikel 18 2.
------+Artikel 18 3.
------+Artikel 18 4.
------+Artikel 18 5.
---+Artikel 20 Informatie over personen en gevaarlijke goederen aan boord
------+Artikel 20 1.
------+Artikel 20 2.
------+Artikel 20 3.
------+Artikel 20 4.
---+Artikel 21 Bijstand aan slachtoffers van luchtvaartongevallen en hun familieleden
------+Artikel 21 1.
------+Artikel 21 2.
------+Artikel 21 3.
------+Artikel 21 4.
------+Artikel 21 5.
------+Artikel 21 6.
---+Artikel 22 Toegang tot documenten en bescherming van persoonsgegevens
------+Artikel 22 1.
------+Artikel 22 2.
---+Artikel 23 Sancties
---+Artikel 24 Wijziging van de verordening
---+Artikel 25 Intrekkingen
---+Artikel 26 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE
English - European Union - Aviation -

VERORDENING (EU) Nr. 996/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) Nr. 996/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 oktober 2010

inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG

(Voor de EER relevante tekst)

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Definities

Artikel 2

Definities

Met het oog op de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„ongeval” :

een met het gebruik van een luchtvaartuig verband houdend voorval dat, in het geval van een bemand luchtvaartuig, plaatsvindt tussen het tijdstip waarop een persoon zich aan boord begeeft met het voornemen een vlucht uit te voeren en het tijdstip waarop alle personen die zich met dit voornemen aan boord hebben begeven, zijn uitgestapt, of, in het geval van een onbemand luchtvaartuig, tussen het tijdstip waarop het luchtvaartuig klaar is om zich in beweging te zetten met het oog op het uitvoeren van een vlucht tot het tijdstip waarop het tot stilstand komt na het beëindigen van een vlucht en de hoofdaandrijving is stopgezet, waarbij:

a) 

een persoon dodelijk of ernstig gewond raakt omdat hij:

— 
zich in het luchtvaartuig bevond,
— 
direct in contact is gekomen met een onderdeel van het luchtvaartuig, inclusief onderdelen die van het luchtvaartuig zijn losgeraakt, of
— 
direct is blootgesteld aan de uitlaatstroom van de reactoren,

behalve wanneer de letsels een natuurlijke oorzaak hebben, door de persoon zelf of door anderen zijn toegebracht, of wanneer de letsels verstekelingen treffen die zich buiten de normale voor de passagiers en de bemanning bedoelde ruimten ophouden; of

b) 

het luchtvaartuig schade of een structureel defect oploopt waardoor afbreuk wordt gedaan aan zijn soliditeit, prestaties of vliegeigenschappen, en die normaliter ingrijpende herstelwerkzaamheden of vervanging van het getroffen onderdeel noodzakelijk zouden maken, behalve wanneer het gaat om motorstoring of motorschade en de schade beperkt is tot één motor (met inbegrip van de motorkap of motoronderdelen daarvan), de propellers, vleugelpunten, antennes, sondes, schoepen, banden, remmen, wielen, stroomlijnkappen, panelen, luiken van het landingsgestel, ruiten, de vliegtuighuid (zoals deukjes of gaatjes) of lichte schade aan de hoofdrotorbladen, de staartrotorbladen, het landingsgestel en schade ten gevolge van hagel of vogelaanvaring (inclusief gaten in de radarkoepel); of

c) 

het luchtvaartuig vermist wordt of volledig onbereikbaar is;

2.

„geaccrediteerde vertegenwoordiger” : een persoon die op basis van zijn of haar kwalificaties door een land is aangewezen om deel te nemen aan een door een ander land uitgevoerd veiligheidsonderzoek; een door een lidstaat aangewezen geaccrediteerde vertegenwoordiger is afkomstig van een veiligheidsonderzoeksinstantie;

3.

„adviseur” : een persoon die op basis van zijn kwalificaties door een land is aangewezen om de geaccrediteerde vertegenwoordiger van dat land bij te staan in een veiligheidsonderzoek;

4.

„oorzaken” : handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het ongeval of incident hebben geleid; de identificatie van ongevallen betekent niet dat de schuld of de administratieve, burgerrechtelijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt vastgesteld;

5.

„dodelijk letsel” : een door een bij een ongeval betrokken persoon opgelopen letsel dat binnen 30 dagen na het tijdstip van het ongeval de dood tot gevolg heeft;

6.

„vluchtrecorder” : elk soort registratietoestel dat in het luchtvaartuig is geïnstalleerd om veiligheidsonderzoeken van ongevallen of incidenten te vergemakkelijken;

7.

„incident” : een voorval, met uitzondering van een ongeval, dat verband houdt met de activiteiten van een luchtvaartuig en dat de veilige exploitatie van dat luchtvaartuig in gevaar brengt of kan brengen;

8.

„internationale normen en aanbevolen werkwijzen” : internationale normen en aanbevolen werkwijzen voor onderzoek van luchtvaartongevallen en -incidenten die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 37 van het Verdrag van Chicago;

9.

„aangewezen onderzoeker” : de persoon die op grond van zijn kwalificaties met de organisatie en de uitvoering van en het toezicht op een veiligheidsonderzoek is belast;

10.

„exploitant” : een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een of meer luchtvaartuigen exploiteert of voornemens is te exploiteren;

11.

„betrokken persoon” : de eigenaar, een bemanningslid of de exploitant van het luchtvaartuig dat betrokken is bij een ongeval of ernstig incident, een persoon die betrokken is bij het onderhoud, het ontwerp of de vervaardiging van dat luchtvaartuig of de opleiding van de bemanning ervan, een persoon die betrokken is bij het verlenen van luchtverkeersleidings-, vluchtinformatie- of luchthavendiensten en die diensten voor het luchtvaartuig heeft geleverd, personeelsleden van de nationale burgerluchtvaartautoriteit, of personeel van het EASA;

12.

„voorlopig verslag” : de mededeling waarin gegevens die in de eerste fasen van het onderzoek zijn verkregen, onmiddellijk worden bekendgemaakt;

13.

„familieleden” : de directe familie en/of naaste verwanten en/of andere personen die nauwe banden hebben met het slachtoffer van een ongeval, zoals gedefinieerd in het nationale recht van het slachtoffer;

14.

„veiligheidsonderzoek” : de met het oog op de preventie van ongevallen en incidenten door een veiligheidsonderzoeksinstantie verrichte handelingen, zoals het verzamelen en analyseren van informatie, het trekken van conclusies, met inbegrip van het bepalen van oorzaken en/of bijdragende factoren en, zo nodig, het opstellen van veiligheidsaanbevelingen;

15.

„veiligheidsaanbeveling” : een voorstel van een veiligheidsonderzoeksinstantie, gebaseerd op informatie uit een veiligheidsonderzoek of uit andere bronnen, zoals veiligheidsstudies, dat is opgesteld ter voorkoming van ongevallen en incidenten;

16.

„ernstig incident” : een incident in omstandigheden die zeer waarschijnlijk tot een ongeval zouden hebben geleid dat verband houdt met het gebruik van een luchtvaartuig en dat, in het geval van een bemand luchtvaartuig, plaatsvindt tussen het tijdstip waarop een persoon zich aan boord begeeft met het voornemen een vlucht uit te voeren en het tijdstip waarop alle personen die zich met dit voornemen aan boord hebben begeven, zijn uitgestapt, of, in het geval van een onbemand luchtvaartuig, tussen het tijdstip waarop het luchtvaartuig klaar is om zich in beweging te zetten met het oog op het uitvoeren van een vlucht tot het tijdstip waarop het tot stilstand komt na het beëindigen van een vlucht en de hoofdaandrijving is stopgezet. In de bijlage wordt een lijst met voorbeelden van ernstige incidenten gegeven;

17.

„ernstig letsel” :

een door een bij een ongeval betrokken persoon opgelopen letsel dat:

a) 

behandeling in een ziekenhuis gedurende meer dan 48 uur vereist, te beginnen binnen zeven dagen vanaf de dag dat het letsel werd opgelopen;

b) 

leidt tot één of meer botbreuken (uitgezonderd enkelvoudige fracturen van vingers, tenen of neus);

c) 

gepaard gaat met snijwonden welke ernstige bloedingen of beschadiging van zenuwen, spieren of pezen tot gevolg hebben;

d) 

gepaard gaat met letsel aan een inwendig orgaan;

e) 

gepaard gaat met tweede- of derdegraads brandwonden, of met brandwonden die meer dan 5 % van het lichaamsoppervlak beslaan;

f) 

gepaard gaat met geconstateerde blootstelling aan besmettelijke stoffen of schadelijke straling.

Artikel 3 Toepassingsgebied
Artikel 4 Instantie voor veiligheidsonderzoek in de burgerluchtvaart
Artikel 5 Onderzoeksverplichting
Artikel 6 Samenwerking tussen veiligheidsonderzoeksinstanties
Artikel 7 Europees netwerk van instanties die onderzoek doen naar de veiligheid van de burgerluchtvaart
Artikel 8 Deelname van het EASA en de nationale burgerluchtvaartautoriteiten aan veiligheidsonderzoeken
Artikel 9 Meldingsplicht voor ongevallen en ernstige incidenten
Artikel 10 Deelname van de lidstaten aan de veiligheidsonderzoeken
Artikel 11 Status van de onderzoekers
Artikel 12 Coördinatie van onderzoeken
Artikel 13 Bewaring van bewijsmateriaal
Artikel 14 Bescherming van gevoelige veiligheidsinformatie
Artikel 15 Mededeling van informatie
Artikel 16 Onderzoeksverslag
Artikel 17 Veiligheidsaanbevelingen
Artikel 18 Follow-up van veiligheidsaanbevelingen en databank van veiligheidsaanbevelingen
Artikel 20 Informatie over personen en gevaarlijke goederen aan boord
Artikel 21 Bijstand aan slachtoffers van luchtvaartongevallen en hun familieleden
Artikel 22 Toegang tot documenten en bescherming van persoonsgegevens
Artikel 23 Sancties

Artikel 23

Sancties

De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn bij inbreuken op deze verordening. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 24 Wijziging van de verordening

Artikel 24

Wijziging van de verordening

Deze verordening wordt uiterlijk op 3 december 2014 herzien. Indien de Commissie van mening is dat deze verordening moet worden gewijzigd, dan verzoekt zij het netwerk om een voorafgaand advies uit te brengen, dat ook wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de lidstaten en het EASA.

Artikel 25 Intrekkingen

Artikel 25

Intrekkingen

Richtlijn 94/56/EG wordt ingetrokken.

Artikel 26 Inwerkingtreding

Artikel 26

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

BIJLAGE




BIJLAGE

Lijst van voorbeelden van ernstige incidenten

De in deze lijst opgenomen incidenten zijn typische voorbeelden van incidenten die waarschijnlijk ernstig zijn. Deze lijst is niet uitputtend en dient alleen als richtsnoer voor het definiëren van een „ernstig incident”.

— 
een bijna-botsing die een ontwijkingsmanoeuvre vereist om een botsing of een onveilige situatie te voorkomen;
— 
een maar net voorkomen „controlled flight into terrain”;
— 
voortijdig afgebroken opstijgen van een gesloten of bezette startbaan, een rijbaan (met uitzondering van toegestane bewegingen door helikopters) of een niet toegewezen startbaan;
— 
opstijgen vanaf een gesloten of bezette startbaan, een rijbaan (met uitzondering van toegestane bewegingen door helikopters) of een niet toegewezen startbaan;
— 
een landing of poging tot landing op een gesloten of bezette baan, een rijbaan (met uitzondering van toegestane bewegingen door helikopters) of een niet toegewezen startbaan;
— 
het duidelijk onder de verwachte prestaties blijven tijdens het opstijgen of in de eerste fase van het stijgen;
— 
brand of rook in de passagiersruimte of in laadruimten, of brand in de motoren, zelfs indien dergelijke branden worden geblust met blusvoorzieningen;
— 
voorvallen die het voor noodgevallen bedoelde gebruik van zuurstof door de bemanning vereisen;
— 
structurele gebreken van het luchtvaartuig of motorweigering, inclusief niet-beheerste panne van turbinemotoren, die niet als ongeval worden geclassificeerd;
— 
meervoudige storingen in een of meer boordsystemen waardoor de besturing van het vliegtuig ernstig wordt bemoeilijkt;
— 
een situatie tijdens de vlucht waarin een bemanningslid niet in staat is te functioneren;
— 
brandstofvoorraad waardoor de piloot verplicht is een noodsituatie uit te roepen;
— 
betreding van start- en landingsbanen van ernstklasse A overeenkomstig het „Manual on the Prevention of Runway Incursions (ICAO-document 9870)” dat informatie over de indeling in ernstklassen bevat;
— 
incidenten bij het opstijgen of landen. Incidenten zoals te kort binnenkomen, te ver binnenkomen of lateraal van de start- of landingsbaan afraken;
— 
systeemdefecten, weersomstandigheden, het vliegen buiten de goedgekeurde vluchtzone of andere gebeurtenissen die het besturen van het vliegtuig hadden kunnen bemoeilijken;
— 
het uitvallen van meer dan een systeem in een redundantiesysteem dat verplicht is voor vluchtleiding en navigatie.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis