+Artikel 9 Format en frequentie van rapportage door belangrijke kredietinstellingen ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen
---+Artikel 9 1.
---+Article 9 1a.
---+Artikel 9 2.
---+Artikel 9 3.
|
Artikel 9 Format en frequentie van rapportage door belangrijke kredietinstellingen ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 9 1.
|
Financiële toezichtinformatie met betrekking tot in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen wordt als volgt gerapporteerd:
a)
Belangrijke kredietinstellingen waarborgen dat de in paragraaf 1 van bijlage II bedoelde financiële toezichtinformatie ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen op individuele basis bij de betreffende NBA wordt ingediend; deze kredietinstellingen, waaronder kredietinstellingen die IFRS toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013, passen IFRS op geconsolideerde basis toe overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
►M3
De financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie. ◄
b)
Belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt a) bedoelde, waarborgen dat de in paragraaf 2 van bijlage II bedoelde financiële toezichtinformatie ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen bij de betreffende NBA wordt ingediend op individuele basis; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op geconsolideerde basis op basis van Richtlijn 86/635/EEG.
►M3
De financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie. ◄
|
|
Article 9 1a.
|
Where more than one credit institution within a supervised group applies prudential requirements on a consolidated basis, paragraph 1 shall apply only to the credit institution established in a participating Member State and at the highest level of consolidation.
|
|
Artikel 9 2.
|
Financiële informatie met betrekking tot dochterondernemingen die een totale activawaarde hebben van 3 miljard EUR, of minder, wordt niet gerapporteerd, zulks in afwijking van lid 1. In dit kader wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen.
|
|
Artikel 9 3.
|
De informatie wordt overeenkomstig lid 1 gerapporteerd vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een dochteronderneming op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Rapportage overeenkomstig lid 1 is niet vereist vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een dochteronderneming op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|