+Artikel 13 Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor minder belangrijke kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een onder toezicht staande groep en voor minder belangrijke bijkantoren
---+Artikel 13 1.
---+Artikel 13 2.
---+Artikel 13 3.
---+Artikel 13 4.
---+Artikel 13 5.
---+Artikel 13 6.
---+Artikel 13 7.
---+Artikel 13 8.
---+Artikel 13 9.
---+Artikel 13 10.
---+Artikel 13 11.
|
Artikel 13 Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor minder belangrijke kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een onder toezicht staande groep en voor minder belangrijke bijkantoren
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 13 1.
|
Minder belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; deze kredietinstellingen passen IFRS toe krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat ze hun jaarrekeningen opstellen overeenkomstig de daarin vermelde standaarden voor jaarrekeningen, hetzij omdat zij deze toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013; deze kredietinstellingen maken geen deel uit van een onder toezicht staande groep. Dit geldt ook voor minder belangrijke bijkantoren.
|
|
Artikel 13 2.
|
De in lid 1 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 1 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.
|
|
Artikel 13 3.
|
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage III bij
►M3
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 ◄ gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
|
|
Artikel 13 4.
|
Minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op basis van Richtlijn 86/635/EEG; die kredietinstellingen maken geen deel uit van een onder toezicht staande groep. Dit geldt ook voor minder belangrijke bijkantoren.
|
|
Artikel 13 5.
|
De in lid 4 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 2 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.
|
|
Artikel 13 6.
|
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage IV bij
►M3
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 ◄ gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
|
|
Artikel 13 7.
|
Op lid 2, 3, 5 en 6 zijn de volgende uitzonderingen van toepassing:
a)
met betrekking tot minder belangrijke kredietinstellingen waarvan de totale activawaarde 3 miljard EUR bedraagt, of minder, omvat financiële toezichtrapportage de in bijlage III gespecificeerde informatie, als een gemeenschappelijk minimum, in plaats van de in lid 2, 3, 5 of 6 gespecificeerde informatie;
b)
een minder belangrijk bijkantoor rapporteert geen financiële toezichtinformatie, indien de totale activawaarde van dat bijkantoor 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
|
|
Artikel 13 8.
|
Binnen het kader van lid 7 wordt de totale activawaarde van de minder belangrijke kredietinstelling en het minder belangrijke bijkantoor vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijk bijkantoor niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de krachtens Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank gerapporteerde statistische gegevens (
2
).
|
|
Artikel 13 9.
|
Minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 2, 3, 5 en 6 vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling, of een minder belangrijk bijkantoor, op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 7, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling, of een minder belangrijk bijkantoor, op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
|
|
Artikel 13 10.
|
De in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals bepaald in artikel 6, lid 5 van deze Verordening.
|
|
Artikel 13 11.
|
NBA’s kunnen de in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde bij de ECB in te dienen gegevens verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|