+Artikel 14 Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor kredietinstellingen die deel uitmaken van een minder belangrijke onder toezicht staande groep
---+Artikel 14 1.
---+Artikel 14 2.
---+Artikel 14 3.
---+Artikel 14 4.
---+Artikel 14 5.
---+Artikel 14 6.
---+Artikel 14 7.
---+Artikel 14 8.
---+Artikel 14 9.
---+Artikel 14 10.

Artikel 14 Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor kredietinstellingen die deel uitmaken van een minder belangrijke onder toezicht staande groep

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 14 1.
Minder belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betreffende NBA; deze kredietinstellingen passen IFRS toe uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat ze hun jaarrekeningen opstellen overeenkomstig de daarin vermelde standaarden voor jaarrekeningen, hetzij omdat zij deze toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013; deze kredietinstellingen maken deel uit van een minder belangrijke onder toezicht staande groep.
Artikel 14 2.

De in lid 1 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage II gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

Artikel 14 3.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage III bij ►M3  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 ◄ gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
Artikel 14 4.
Minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op basis van Richtlijn 86/635/EEG; deze kredietinstellingen maken deel uit van een minder belangrijke onder toezicht staande groep.
Artikel 14 5.
De in lid 4 genoemde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage II gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.
Artikel 14 6.
NBA’s dienen bij door de NBA verzamelde in bijlage IV bij ►M3  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 ◄ gespecificeerde additionele templates de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
Artikel 14 7.
In afwijking van lid 2, 3, 5 en 6 omvat financiële toezichtrapportage door minder belangrijke kredietinstellingen, waarvan de totale activawaarde 3 miljard EUR bedraagt, of minder, de in bijlage III gespecificeerde informatie. In dit kader wordt de totale activawaarde van de minder belangrijke kredietinstelling vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen.
Artikel 14 8.
Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 2, 3, 5 en 6 vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 7, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
Artikel 14 9.
De in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals bepaald in artikel 6, lid 5 van deze Verordening.
Artikel 14 10.
NBA’s kunnen de in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde bij de ECB in te dienen gegevens verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving, additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis