+Artikel 34 Algemene vrijstellingen
---+Artikel 34 1.
---+Artikel 34 2.
---+Artikel 34 3.
---+Artikel 34 4.
---+Artikel 34 5.
---+Artikel 34 6.
---+Artikel 34 7.
---+Artikel 34 8.
---+Artikel 34 9.

Artikel 34 Algemene vrijstellingen

Algemene vrijstellingen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 34 1.
Behalve wat betreft artikel 32, lid 2, onder a), vallen motoren voor uitvoer naar derde landen niet onder deze verordening.
Artikel 34 2.
Behalve wat betreft artikel 32, lid 2, onder b), vallen motoren voor gebruik door de strijdkrachten niet onder deze verordening.

Voor de toepassing van dit lid worden de burgerbescherming, de brandweer, de ordediensten en de medische nooddiensten, niet beschouwd als onderdeel van de strijdkrachten.

Artikel 34 3.
Onverminderd de bepalingen van artikel 32 en met toestemming van de OEM kan een fabrikant aan die OEM een motor afzonderlijk van het uitlaatgasnabehandelingssysteem leveren.
Artikel 34 4.
Niettegenstaande artikel 5, lid 3, staan de lidstaten toe dat motoren waarvoor geen EU-typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening is verleend, voor praktijktests tijdelijk in de handel worden gebracht.
Artikel 34 5.
Niettegenstaande artikel 18, lid 2 en artikel 22, lid 3, verlenen de lidstaten de EU-typegoedkeuring voor, en staan zij het in de handel brengen toe van, motoren die voldoen aan de in bijlage VI opgenomen emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes voor motoren voor speciale doeleinden, op voorwaarde dat de motoren bestemd zijn te worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines die zijn bedoeld voor gebruik in een plaats waar ontploffingsgevaar kan heersen, als gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Richtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 7 ).
Artikel 34 6.
Niettegenstaande artikel 18, lid 2, en artikel 22, lid 3, kunnen de lidstaten, op verzoek, de EU-typegoedkeuring verlenen voor, en staan zij het in de handel brengen toe van, motoren die voldoen aan de in bijlage VI opgenomen emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes voor motoren voor speciale doeleinden, in de handel worden gebracht, op voorwaarde dat de motoren bestemd zijn te worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend worden gebruikt voor het te water laten en weer binnenhalen van reddingsboten geëxploiteerd door een nationale reddingsdienst.
Artikel 34 7.
Niettegenstaande artikel 5, lid 3, en artikel 18, lid 2, kunnen de lidstaten met betrekking tot motoren van categorie RLL of RLR die uiterlijk 31 december 2011 in de Unie in de handel zijn gebracht, het in de handel brengen van ruilmotoren toestaan indien de goedkeuringsinstantie na onderzoek erkent en concludeert dat het monteren van een motor die voldoet aan de toepasselijke emissiegrenswaarden als bedoeld in tabellen II-7 en II-8 van bijlage II tot significante technische problemen zal leiden. In een dergelijk geval voldoen de ruilmotoren hetzij aan de emissiegrenswaarden waaraan zij hadden moeten voldoen om op 31 december 2011 in de Unie in de handel te worden gebracht, hetzij aan strengere emissiegrenswaarden.

Met betrekking tot motoren van de categorieën RLL en RLR die na 31 december 2011 in de Unie in de handel zijn gebracht, kunnen de lidstaten het in de handel brengen toestaan van ruilmotoren die voldoen aan de grenswaarden waaraan de te vervangen motoren moesten voldoen toen deze oorspronkelijk in de Unie in de handel werden gebracht.

Artikel 34 8.

Met betrekking tot motoren van de categorieën RLL of RLR, kunnen de lidstaten het in de handel brengen toestaan van motoren die voldoen aan de meest recente toepasselijke emissiegrenswaarden die zijn vastgesteld in de desbetreffende wetgeving die van toepassing is op 5 oktober 2016, op voorwaarde dat:

a) 

deze motoren deel uitmaken van een project dat zich op 6 oktober 2016 in een vergevorderd ontwikkelingsstadium bevindt, als gedefinieerd in Richtlijn 2008/57/EG, en

b) 

het gebruik van motoren die voldoen aan de toepasselijke emissiegrenswaarden bepaald in tabellen II-7 of II-8 van bijlage II tot buitensporige kosten zou leiden.

Uiterlijk op 17 september 2017 stelt iedere lidstaat de Commissie in kennis van de lijst van dergelijke projecten.

Artikel 34 9.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op het aanvullen van deze verordening met gedetailleerde technische specificaties en voorwaarden voor:

a) 

het afzonderlijk leveren van een motor en het uitlaatgasnabehandelingssysteem aan een OEM door een fabrikant zoals bedoeld in lid 3;

b) 

het tijdelijk in de handel brengen voor praktijktests van motoren waarvoor geen EU-typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening is verleend, zoals bedoeld in lid 4;

c) 

het verlenen van de EU-typegoedkeuring voor en het toestaan van het in de handel brengen van motoren die voldoen aan de in bijlage VI opgenomen emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes voor motoren voor speciale doeleinden, zoals bedoeld in leden 5 en 6.

Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 31 december 2016 vastgesteld.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis