+Artikel 61 2.

Artikel 61 2.

Om na te gaan of over de weg, via het spoor, door de lucht, over zee of via de binnenwateren vervoerde stoffen of voorwerpen al dan niet afvalstoffen zijn, kunnen de controlerende autoriteiten verlangen dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het bezit is van die stoffen of voorwerpen, of de opdrachtgever voor het vervoer, bewijsstukken verstrekt:

a) 

omtrent de herkomst en de bestemming van die stoffen of voorwerpen, en

b) 

waaruit blijkt dat het niet om afvalstoffen gaat, met inbegrip, waar nodig, van bewijs van de functionaliteit.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet ook worden nagegaan of de betrokken stoffen of voorwerpen beschermd zijn tegen beschadiging tijdens het transport en het in- en uitladen, bijvoorbeeld door passende verpakking en adequate stapeling van de lading.

Om voor inspectiedoeleinden onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen, zijn de voorwaarden van artikel 29, lid 1, derde alinea, van toepassing, alsook, in voorkomend geval, op grond van artikel 29, lid 3, vastgestelde criteria.

Dit lid doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 23, lid 2, van en bijlage VI bij Richtlijn 2012/19/EU, en evenmin aan de toepassing van artikel 72, lid 2, van en bijlage XIV bij Verordening (EU) 2023/1542.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis