2. Voor de toepassing van lid 1 voeren de lidstaten een risicobeoordeling van de kansspeldiensten uit met betrekking tot:
|
a)
|
bedreigingen en kwetsbaarheden op het vlak van witwassen en terrorismefinanciering, en met de kansspeldiensten gepaard gaande verzachtende factoren;
|
|
b)
|
de risico’s verbonden aan de omvang van de transacties en de gebruikte betalingsmethoden;
|
|
c)
|
het geografische gebied waarin de kansspeldiensten worden beheerd, met inbegrip van de grensoverschrijdende dimensie ervan en de toegankelijkheid vanuit andere lidstaten of derde landen.
|
Bij het uitvoeren van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde risicobeoordelingen houden de lidstaten rekening met de resultaten van de op grond van artikel 7 van Richtlijn (EU) 2024/1640 door de Commissie uitgevoerde risicobeoordeling op Unieniveau.