3. Naast de in lid 2, tweede alinea, genoemde situaties kunnen de lidstaten, indien dit gerechtvaardigd is op grond van het hogere risico van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering bij bepaalde soorten transacties, besluiten dat de in lid 2, eerste alinea, genoemde vrijstelling niet van toepassing is op die soorten transacties en, in voorkomend geval, aanvullende meldingsplichten opleggen aan de in dat lid genoemde meldingsplichtige entiteiten. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elk op grond van dit lid genomen besluit. De Commissie deelt de besluiten mee aan de andere lidstaten.