5. De lidstaten zorgen ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de in artikel 29 genoemde inbreuken wanneer die tot hun voordeel zijn gepleegd door personen die individueel of als lid van een orgaan van die rechtspersoon optreden en die binnen de rechtspersoon een leidende functie bekleden op grond van:
|
a)
|
de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
|
|
b)
|
de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of
|
|
c)
|
de bevoegdheid om binnen de rechtspersoon zeggenschap uit te oefenen.
|