+EBA-richtsnoeren voor het toepasselijke notionele discontopercentage voor variabele beloning Inhoudsopgave (EBA/GL/2014/01)
---+Status van deze richtsnoeren
---+Kennisgevingsverplichtingen
---+Titel I – Onderwerp en definities
------+1. Variabele beloning die kan worden verdisconteerd 3
------+2. In de berekening van het discontopercentage opgenomen elementen 4
------+3. Berekening van het discontopercentage 5
------+4. Toepassing van het discontopercentage 6
---+Titel II – Eisen betreffende het discontopercentage voor variabele beloning
------+1. Bij artikel 94, lid 1, onder g), van Richtlijn 2013/36/EU worden instellingen verplicht om …
------+2. In deze richtsnoeren worden de berekening en de toepassing van het discontopercentage als …
------+3. De richtsnoeren zijn van toepassing op instellingen die gebruikmaken van de optie om voor de …
------+Formules voor de berekening van het discontopercentage
---------+4. Voor de toepassing van deze richtsnoeren is het discontopercentage de waarde waarmee een …
---------+5. Documentation and transparency 18. Institutions should document the calculation and use of the …
---------+6. Supervisory review of the discount rate 21. When competent authorities review the remuneration …
---+Titel III – Slotbepalingen en tenuitvoerlegging
---+Bijlage – Voorbeelden van de toepassing van het discontopercentage voor variabele beloning
---+Voorbeeld 1
------+Inflatiepercentage (i)
------+Rentetarief op EU-staatsobligaties (g)
------+Stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel (id)
------+Lengte van de verwervingsperiode (n)
------+Een bedrag van 20 000 EUR wordt voor vijf jaar uitgesteld:
------+Een bedrag van 10 000 EUR wordt voor zes jaar uitgesteld:
------+worden als volgt berekend:
---+Voorbeeld 2
------+Inflatiepercentage (i)
------+Rentetarief op EU-staatsobligaties (g)
------+Stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel (id)
------+Lengte van de verwervingsperiode (n)
------+jaar is uitgesteld en pro rata wordt verworven, is de som van de volgende zes waarden:
------+wordt als volgt berekend:
---+Voorbeeld 3
English - European Union - Financial Industry -

EBA-richtsnoeren voor het toepasselijke notionele discontopercentage voor variabele beloning Inhoudsopgave (EBA/GL/2014/01)

EBA-richtsnoeren voor het toepasselijke notionele discontopercentage voor variabele beloning Inhoudsopgave (EBA/GL/2014/01)

https://www.eba.europa.eu/activities/single-rulebook/regulatory-activities/remuneration/guidelines-applicable-notional-discount-rate-variable-remuneration – PDF

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Status van deze richtsnoeren

Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie ('de EBA-verordening'). Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de EBA-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om aan de richtsnoeren te voldoen.

In de richtsnoeren wordt aangegeven welke toezichtpraktijken binnen het Europees Systeem voor financieel toezicht naar de mening van EBA passend zijn, of hoe het EU-recht op een specifiek gebied moet worden toegepast. EBA verwacht dan ook van alle bevoegde autoriteiten en financiële instellingen tot wie de richtsnoeren zijn gericht, dat zij hieraan voldoen door ze op passende wijze in hun toezichtpraktijk te integreren (bijvoorbeeld door hun wettelijk kader of toezichtprocessen aan te passen), ook wanneer de richtsnoeren in de eerste plaats tot instellingen zijn gericht.

Kennisgevingsverplichtingen

Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de EBA-verordening moeten de bevoegde autoriteiten uiterlijk op 27 mei 2014 aan EBA kenbaar maken of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens deze op te volgen, dan wel aangeven waarom zij hier niet aan voldoen of niet voornemens zijn deze op te volgen. Bij gebreke van kennisgeving binnen deze termijn worden bevoegde autoriteiten door EBA geacht niet aan de richtsnoeren te hebben voldaan. De kennisgevingen moeten worden ingediend door het hiervoor bedoelde formulier, dat te vinden is in hoofdstuk 5, te versturen naar compliance@eba.europa.eu onder vermelding van referentienummer 'EBA/GL/2014/01'. De kennisgevingen dienen te worden ingezonden door personen die gemachtigd zijn om namens hun bevoegde autoriteit mee te delen of deze al dan niet aan de richtsnoeren voldoet.

Overeenkomstig artikel 16, lid 3, zullen de kennisgevingen op de website van EBA worden bekendgemaakt.

Titel I – Onderwerp en definities

Titel I – Onderwerp en definities

Titel II – Eisen betreffende het discontopercentage voor variabele beloning

Titel II – Eisen betreffende het discontopercentage voor variabele beloning

Titel III – Slotbepalingen en tenuitvoerlegging

22. De richtsnoeren zijn van toepassing met ingang van [1 juni 2014] en gelden voor de berekening van de verhouding tussen de variabele en de vaste component van de totale beloning voor prestaties en diensten vanaf het jaar 2014.

Bijlage – Voorbeelden van de toepassing van het discontopercentage voor variabele beloning

Berekening van het verdisconteerde deel van de variabele beloning ('dvr') voor de berekening van de verhouding tussen de variabele en vaste beloningscomponent:

Waarbij: 𝑑𝑣𝑟 = 𝑣𝑟 𝑛 dvr = verdisconteerde variabele beloning; (1+ 𝑖 + 𝑔 + 𝑖𝑑 )

vr = variabele beloning onderworpen aan het disconto (ten hoogste 25% van de totale variabele beloning mits deze wordt betaald in instrumenten die voor ten minste vijf jaar worden uitgesteld); i = inflatiepercentage; g = rentetarief op staatsobligaties, EU-gemiddelde in procenten; id = stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel, in procenten; n = aantal jaren van de verwervingsperiode.

De totale variabele beloning is de som van het verdisconteerde deel van de variabele beloning en het niet-verdisconteerde deel van de variabele beloning.

Voorbeeld 1

Laten we voor dit voorbeeld aannemen dat de lidstaat in kwestie de instellingen heeft toegestaan om een discontopercentage op ten hoogste 25 % van de totale variabele beloning toe te passen. Laten we ook aannemen dat de aandeelhouders van de instellingen geen hogere maximale verhouding hebben goedgekeurd dan die welke wordt genoemd in Richtlijn 2013/36/EU.

De instelling wil een personeelslid een totale beloning van 285 000 EUR toekennen, waarvan 135 000 EUR als vaste beloning en een potentieel bedrag van 150 000 EUR als variabele beloning. De betrokken medewerker is een leidinggevende en het betreft de beloning voor de prestaties van het jaar 2014. De verhouding variabele/vaste beloning op basis van nominale bedragen zou in dit geval boven de toelaatbare verhouding van 1:1 uitkomen. Na toepassing van het discontopercentage op het deel van de variabele beloning in instrumenten dat wordt uitgesteld voor een periode van ten minste vijf jaar, is de verhouding echter verenigbaar met artikel 94, lid 1, onder g), van Richtlijn 2013/36/EU, zoals hieronder is te zien.

De opbouw van de variabele beloning in dit voorbeeld is als volgt:

  •  20 000 EUR van de variabele beloning zou worden betaald in instrumenten die voor vijf jaar worden uitgesteld;
  •  10 000 EUR zou worden betaald in instrumenten die zes jaar worden uitgesteld;
  •  het restant van de totale variabele beloning zou niet in instrumenten, maar up-front worden betaald of zou worden uitgesteld voor een periode van minder dan vijf jaar.

Richtlijn 2013/36/EU vereist dat ten minste 40 % van de variabele beloning wordt uitgesteld voor een periode van ten minste drie tot vijf jaar. Bij een bijzonder hoge variabele beloning moet ten minste 60 % daarvan worden uitgesteld. Ten minste 50 % van de variabele beloning moet worden betaald in instrumenten. Al deze percentages zijn van toepassing op de bedragen van de aan de individuele medewerker toegekende variabele beloning vóór toepassing van het discontopercentage.

In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met een pro-ratatoekenning. De in instrumenten betaalde bedragen van 20 000 EUR en 10 000 EUR worden onvoorwaardelijk toegekend na respectievelijk vijf en zes jaar.

Op grond van een variabele beloning van 150 000 EUR zou een bedrag van maximaal 37 500 EUR verdisconteerd kunnen worden (25 % van de totale variabele beloning van 150 000 EUR), indien dit zou worden betaald in instrumenten die meer dan vijf jaar werden uitgesteld. In dit voorbeeld voldoet echter slechts 30 000 EUR aan beide voorwaarden en alleen die bedragen kunnen worden verdisconteerd.

Voorbeeld 2

Stel dat een instelling in een lidstaat een personeelslid (wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling wezenlijk beïnvloeden) dat 135 000 EUR als vaste beloning ontvangt, een bedrag van 150 000 EUR als variabele beloning zou willen toekennen. Dezelfde veronderstellingen als in voorbeeld 1 met betrekking tot de omzetting door de lidstaat van Richtlijn 2013/36/EU (ten hoogste 25 %), de goedkeuring van de aandeelhouders voor verhoudingen hoger dan 1:1 (geen) en het prestatiejaar (2014) zijn van toepassing. De opbouw van de variabele beloning is als volgt:

  •  60 % van de totale variabele beloning, namelijk 90 000 EUR, zou voor zes jaar worden uitgesteld en gedurende deze periode pro rata worden verworven.
  •  37 500 EUR van de bovenstaande voor een periode van zes jaar uitgestelde variabele beloning zou worden betaald in instrumenten. Dit houdt in dat elk jaar een in instrumenten betaald bedrag van 6 250 EUR zou worden verworven.

In dit voorbeeld is rekening gehouden met een pro-rataverwerving. Het discontopercentage kan op ten hoogste 25 % van de totale variabele beloning worden toegepast, mits deze wordt betaald in voor ten minste vijf jaar uitgestelde instrumenten.

Figuur 1: Schematisch overzicht van uitstelregelingen en de toepassing van het discontopercentage op de variabele beloning uitgekeerd in instrumenten die voor zes jaar worden uitgesteld en pro rata worden verworven.

t o v e r w o r v e e k e nn i n g s p e r i o d e j o n m i dd e lli j k u i t b e t

variabele n beloning aa r n w o r aa l d d ee l Voor zes jaar uitgestelde beloning pro-rataverwerving van variabele

d t

Voorbeeld 3

Het volgende voorbeeld is gebaseerd op een vaste beloning van 100 000 EUR en laat zien hoe de maximale variabele beloning kan worden berekend die kan worden toegekend indien 25 % van de variabele beloning wordt uitgekeerd in instrumenten die voor vijf jaar zijn uitgesteld, ervan uitgaande dat het volledige bedrag aan het einde van de uitstelperiode wordt verworven. Het inflatiepercentage en het rentetarief op staatsobligaties uit voorbeeld 1 zijn gebruikt. Ook de veronderstellingen uit voorbeeld 1 met betrekking tot de omzetting door de lidstaat van Richtlijn 2013/36/EU (ten hoogste 25 %), de goedkeuring van de aandeelhouders voor verhoudingen hoger dan 1:1 (geen) en het prestatiejaar (2014) zijn van toepassing. Als door de lidstaat lagere percentages worden voorgeschreven, moet de formule worden gewijzigd door 0,25 % door het lagere percentage te vervangen.

In dit voorbeeld bedraagt de totale variabele beloning die kan worden betaald maximaal 100 % van de vaste beloningscomponenten, en de maximale variabele beloning die kan worden verdisconteerd is 25 %, mits deze wordt betaald in instrumenten die voor ten minste vijf jaar worden uitgesteld.

We kunnen dan ook de volgende vergelijking noteren:

0,25 ∗𝑡𝑣𝑟

𝑓𝑟 = (1 − 0,25) ∗𝑡𝑣𝑟 + 𝑛 fr = vaste beloning; (1+ 𝑖 + 𝑔 + 𝑖𝑑 )

tvr = totale variabele beloning; i = inflatiepercentage; g = rentetarief op taatsobligaties, EU-gemiddelde; id = stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel; n = lengte van de verwervingsperiode.

Door elke variabele in de vergelijking hierboven te vervangen door de overeenkomstige bedragen van dit voorbeeld, wordt het volgende verkregen:

0,25 ∗𝑡𝑣𝑟

100 000= 0,75 ∗𝑡𝑣𝑟 +5 fr = 100 000; (1+0,02+0,0273+0,10) i = 2 %, inflatiepercentage; g = 2,73 % rentetarief op staatsobligaties; id = 10 %, stimuleringsfactor voor vijf jaar uitstel; n = 5, lengte van de verwervingsperiode.

Als we de bovenstaande vergelijking oplossen voor de totale variabele beloning (tvr), verkrijgen we:

100 000 ∗ 1,987856 𝑡𝑣𝑟 = =114 186.10 In het bovenstaande voorbeeld bedraagt 0,75 ∗ 1,987856+0,25 de maximale variabele beloning die kan worden betaald indien 25 % van de variabele beloning wordt verdisconteerd, 114 186,10 EUR.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis

Gekoppelde issues

  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/