+Voorbeeld 2
---+Inflatiepercentage (i)
---+Rentetarief op EU-staatsobligaties (g)
---+Stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel (id)
---+Lengte van de verwervingsperiode (n)
---+jaar is uitgesteld en pro rata wordt verworven, is de som van de volgende zes waarden:
---+wordt als volgt berekend:
|
Voorbeeld 2
Stel dat een instelling in een lidstaat een personeelslid (wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling wezenlijk beïnvloeden) dat 135 000 EUR als vaste beloning ontvangt, een bedrag van 150 000 EUR als variabele beloning zou willen toekennen. Dezelfde veronderstellingen als in voorbeeld 1 met betrekking tot de omzetting door de lidstaat van Richtlijn 2013/36/EU (ten hoogste 25 %), de goedkeuring van de aandeelhouders voor verhoudingen hoger dan 1:1 (geen) en het prestatiejaar (2014) zijn van toepassing. De opbouw van de variabele beloning is als volgt: - 60 % van de totale variabele beloning, namelijk 90 000 EUR, zou voor zes jaar worden uitgesteld en gedurende deze periode pro rata worden verworven.
- 37 500 EUR van de bovenstaande voor een periode van zes jaar uitgestelde variabele beloning zou worden betaald in instrumenten. Dit houdt in dat elk jaar een in instrumenten betaald bedrag van 6 250 EUR zou worden verworven.
In dit voorbeeld is rekening gehouden met een pro-rataverwerving. Het discontopercentage kan op ten hoogste 25 % van de totale variabele beloning worden toegepast, mits deze wordt betaald in voor ten minste vijf jaar uitgestelde instrumenten. Figuur 1: Schematisch overzicht van uitstelregelingen en de toepassing van het discontopercentage op de variabele beloning uitgekeerd in instrumenten die voor zes jaar worden uitgesteld en pro rata worden verworven. t o v e r w o r v e e k e nn i n g s p e r i o d e j o n m i dd e lli j k u i t b e t variabele n beloning aa r n w o r aa l d d ee l Voor zes jaar uitgestelde beloning pro-rataverwerving van variabele d t
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Inflatiepercentage (i)
|
Stel dat het laatst beschikbare GICP-cijfer voor deze lidstaat 2 % bedraagt.
|
|
Rentetarief op EU-staatsobligaties (g)
|
Stel dat het laatste beschikbare gemiddelde rentetarief voor langlopende EU-staatsobligaties zoals gepubliceerd door Eurostat 2,73 % bedraagt.
|
|
Stimuleringsfactor voor langetermijnuitstel (id)
|
Voor een uitstelperiode van 6 jaar bedraagt de stimuleringsfactor 10 % + 4 % = 14 %.
|
|
Lengte van de verwervingsperiode (n)
|
Een pro-rataverwerving van het deel van de variabele beloning van 37 500 EUR dat wordt betaald in instrumenten die voor zes jaar worden uitgesteld, houdt in dat elk jaar 6 250 EUR zou worden verworven. Vandaar dat de lengte van de verwervingsperiode in de formule voor het discontopercentage gelijk is aan n = 1 voor de na het eerste jaar verworven 6 250 EUR, n = 2 voor de na twee jaar verworven 6 250 EUR, n = 3 voor de na drie jaar verworven 6 250 EUR, en zo verder tot n = 6. De verdisconteerde variabele beloning in bovengenoemd voorbeeld 2 wordt als volgt berekend: In dit voorbeeld wordt 37 500 EUR, namelijk 25 % van de totale variabele beloning, betaald in voor ten minste vijf jaar uitgestelde instrumenten en dit bedrag kan worden verdisconteerd. De verdisconteerde waarde van het bedrag van 37 500 EUR aan variabele beloning dat voor zes
|
|
jaar is uitgesteld en pro rata wordt verworven, is de som van de volgende zes waarden:
|
= 5 264,04 6 250 1 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) = 4 433,63 6 250 2 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) = 3 734,21 6 250 3 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) = 3 145,13 6 250 4 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) = 2 648,97 6 250 5 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) = 2 231,09 6 250 6 ( 1+0 , 02+0 , 0273+0 , 14 ) De som van de verdisconteerde variabele beloning bedraagt 21 457,07 EUR (5 264,04 + 4 433,63 + 3 734,21 + 3 145,13 + 2 648,97 + 2 231,09). In geval van een pro-rataverwerving kan de berekening ook worden gedaan aan de hand van de actuele-waardeformule: 𝑛 ( 𝑟 − 1) 𝑑𝑣𝑟 = 𝑣𝑟𝑝𝑟∗ 𝑛 dvr = verdisconteerde 𝑟 ∗ ( 𝑟− variabele 1) beloning vrpr = pro-ratabedrag van de variabele beloning (in bovenstaand voorbeeld 6 250 EUR) r = 1+i+g+id (i= inflatiepercentage; g = rentetarief op staatsobligaties, id = stimuleringsfactor voor (langetermijn)uitstel) n = lengte van de uitstelperiode De totale variabele beloning voor de berekening van de verhouding tussen de variabele en de vaste beloningscomponent en de verhouding tussen vaste en variabele beloningscomponenten
|
|
wordt als volgt berekend:
|
Het bedrag van de variabele beloning dat kan worden verdisconteerd is 37 500 EUR omdat het wordt betaald in voor een periode van ten minste vijf jaar uitgestelde instrumenten. Toch zijn verschillende discontofactoren (of de actuele-waardeformule van het kader hierboven) gebruikt, omdat dit bedrag pro rata wordt verworven over een periode van zes jaar. Het totale bedrag van het verdisconteerde deel van de variabele beloning is gelijk aan 21 457,07 EUR, wat resulteert in een totaalbedrag van 133 957,07 EUR (namelijk 150 000 - 37 500 + 21 457,07) aan variabele beloning voor de berekening van de verhouding tussen de variabele en de vaste beloning. De verhouding tussen vaste en variabele componenten van de totale beloning in dit voorbeeld bedraagt (133 957,07/135 000) * 100 = 99,23 %. Vergelijking van het effect van het discontopercentage tussen pro-rataverwerving en volledige
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|