+VERORDENING (EU) 2024/2803 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking) (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---------+Artikel 1 1
---------+Artikel 1 2
---------+Artikel 1 3
---------+Artikel 1 4
------+Artikel 2 Definities
---------+Artikel 2 1)
---------+Artikel 2 2)
---------+Artikel 2 3)
---------+Artikel 2 4)
---------+Artikel 2 5)
---------+Artikel 2 6)
---------+Artikel 2 7)
---------+Artikel 2 8)
---------+Artikel 2 9)
---------+Artikel 2 10)
---------+Artikel 2 11)
---------+Artikel 2 12)
---------+Artikel 2 13)
---------+Artikel 2 14)
---------+Artikel 2 15)
---------+Artikel 2 16)
---------+Artikel 2 17)
---------+Artikel 2 18)
---------+Artikel 2 19)
---------+Artikel 2 20)
---------+Artikel 2 21)
---------+Artikel 2 22)
---------+Artikel 2 23)
---------+Artikel 2 24)
---------+Artikel 2 25)
---------+Artikel 2 26)
---------+Artikel 2 27)
---------+Artikel 2 28)
---------+Artikel 2 29)
---------+Artikel 2 30)
---------+Artikel 2 31)
---------+Artikel 2 32)
---------+Artikel 2 33)
---------+Artikel 2 34)
---------+Artikel 2 35)
---------+Artikel 2 36)
---------+Artikel 2 37)
---------+Artikel 2 38)
---------+Artikel 2 39)
---------+Artikel 2 40)
---------+Artikel 2 41)
---------+Artikel 2 42)
---------+Artikel 2 43)
---------+Artikel 2 44)
---------+Artikel 2 45)
---------+Artikel 2 46)
---------+Artikel 2 47)
---------+Artikel 2 48)
---------+Artikel 2 49)
---------+Artikel 2 50)
---------+Artikel 2 51)
---------+Artikel 2 52)
---------+Artikel 2 53)
---------+Artikel 2 54)
---------+Artikel 2 55)
---------+Artikel 2 56)
---------+Artikel 2 57)
---------+Artikel 2 58)
---------+Artikel 2 59)
---------+Artikel 2 60)
---------+Artikel 2 61)
---------+Artikel 2 62)
---------+Artikel 2 63)
---------+Artikel 2 64)
---------+Artikel 2 65)
---------+Artikel 2 66)
---------+Artikel 2 67)
------+Artikel 3 Functionele luchtruimblokken
---+HOOFDSTUK II NATIONALE TOEZICHTHOUDENDE INSTANTIES
------+Artikel 4 Aanwijzing, instelling en eisen betreffende nationale toezichthoudende instanties
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
---------+Artikel 4 3
---------+Artikel 4 4
---------+Artikel 4 5
---------+Artikel 4 6
---------+Artikel 4 7
---------+Artikel 4 8
------+Artikel 5 Taken van de nationale toezichthoudende instanties
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
------+Artikel 6 Samenwerking tussen nationale toezichthoudende instanties
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
---------+Artikel 6 4
---------+Artikel 6 5
---------+Artikel 6 6
---+HOOFDSTUK III DIENSTVERLENING
------+Artikel 7 Dienstverlening door verleners van luchtvaartnavigatiediensten
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---------+Artikel 7 4
------+Artikel 8 Aanwijzing van verleners van luchtverkeersdiensten
---------+Artikel 8 1
---------+Artikel 8 2
---------+Artikel 8 3
---------+Artikel 8 4
---------+Artikel 8 5
---------+Artikel 8 6
------+Artikel 9 Betrekkingen tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
------+Artikel 10 Aanwijzing van de verleners van MET
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
------+Artikel 11 Voorwaarden voor het verlenen van CNS, AIS, ADS, MET en van luchtverkeersdiensten voor naderingsluchtverkeersleiding en plaatselijke luchtverkeersleiding
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
---------+Artikel 11 4
---------+Artikel 11 5
---------+Artikel 11 6
---------+Artikel 11 7
---------+Artikel 11 8
------+Artikel 12 Verlening van gemeenschappelijke informatiediensten
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
---------+Artikel 12 3
---------+Artikel 12 4
---------+Artikel 12 5
---------+Artikel 12 6
------+Artikel 13 Oprichting en rol van de prestatiebeoordelingsraad
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
---------+Artikel 13 3
---------+Artikel 13 4
------+Artikel 14 Samenstelling van de PBR
---------+Artikel 14 1
---------+Artikel 14 2
---------+Artikel 14 3
---------+Artikel 14 4
---------+Artikel 14 5
------+Artikel 15 Onafhankelijkheid van de PBR
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
------+Artikel 16 Procedures en werking van de PBR
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
---------+Artikel 16 3
---------+Artikel 16 4
---------+Artikel 16 5
---------+Artikel 16 6
------+Artikel 17 Secretariaat van de PBR
---------+Artikel 17 1
---------+Artikel 17 2
------+Artikel 18 Samenwerkingsraad van de nationale toezichthoudende instanties
---------+Artikel 18 1
---------+Artikel 18 2
---------+Artikel 18 3
---------+Artikel 18 4
------+Artikel 19 Financiering van de PBR
------+Artikel 20 Uitvoeringshandelingen inzake de PBR
---------+Artikel 20 a)
---------+Artikel 20 b)
---------+Artikel 20 c)
---------+Artikel 20 2
------+Artikel 21 Prestatieregeling
---------+Artikel 21 1
---------+Artikel 21 2
---------+Artikel 21 3
---------+Artikel 21 4
---------+Artikel 21 5
---------+Artikel 21 6
---------+Artikel 21 7
------+Artikel 22 Vaststelling van de Uniewijde prestatiedoelstellingen
---------+Artikel 22 1
---------+Artikel 22 2
---------+Artikel 22 3
------+Artikel 23 Prestatieplannen en prestatiedoelstellingen voor luchtvaartnavigatiediensten
---------+Artikel 23 1
---------+Artikel 23 2
---------+Artikel 23 3
---------+Artikel 23 4
---------+Artikel 23 5
---------+Artikel 23 6
---------+Artikel 23 7
---------+Artikel 23 8
---------+Artikel 23 9
---------+Artikel 23 10
---------+Artikel 23 11
------+Artikel 24 Beoordeling van prestatieplannen
---------+Artikel 24 1
---------+Artikel 24 2
---------+Artikel 24 3
---------+Artikel 24 4
---------+Artikel 24 5
---------+Artikel 24 6
------+Artikel 25 Prestatiemonitoring
---------+Artikel 25 1
---------+Artikel 25 2
---------+Artikel 25 3
---------+Artikel 25 4
------+Artikel 26 Netwerkprestatieplan
---------+Artikel 26 1
---------+Artikel 26 2
---------+Artikel 26 3
---------+Artikel 26 4
------+Artikel 27 Herziening van prestatiedoelstellingen en prestatieplannen tijdens een referentieperiode
---------+Artikel 27 1
---------+Artikel 27 2
---------+Artikel 27 3
---------+Artikel 27 4
------+Artikel 28 Uitvoering van de prestatieregeling
---------+Artikel 28 a)
---------+Artikel 28 b)
---------+Artikel 28 c)
---------+Artikel 28 d)
---------+Artikel 28 e)
---------+Artikel 28 f)
---------+Artikel 28 g)
---------+Artikel 28 h)
---------+Artikel 28 i)
---------+Artikel 28 j)
---------+Artikel 28 2
------+Artikel 29 Beginselen voor de heffingsregeling
---------+Artikel 29 1
---------+Artikel 29 2
---------+Artikel 29 3
---------+Artikel 29 4
---------+Artikel 29 5
---------+Artikel 29 6
------+Artikel 30 Kostenbases voor heffingen
---------+Artikel 30 1
---------+Artikel 30 2
---------+Artikel 30 3
---------+Artikel 30 4
---------+Artikel 30 5
---------+Artikel 30 6
------+Artikel 31 Heffingszone en eenheidstarieven
---------+Artikel 31 1
---------+Artikel 31 2
---------+Artikel 31 3
---------+Artikel 31 4
------+Artikel 32 Instelling van heffingen
---------+Artikel 32 1
---------+Artikel 32 2
---------+Artikel 32 3
---------+Artikel 32 4
---------+Artikel 32 5
---------+Artikel 32 6
---------+Artikel 32 7
---------+Artikel 32 8
------+Artikel 33 Uitvoering van de heffingsregeling
------+Artikel 34 Beoordeling van de naleving van de prestatie- en de heffingsregeling
---------+Artikel 34 1
---------+Artikel 34 2
---------+Artikel 34 3
------+Artikel 35 Toepassing van de prestatie- en de heffingsregeling op het leger
---------+Artikel 35 1
---------+Artikel 35 2
------+Artikel 36 Transparantie van rekeningen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten
---------+Artikel 36 1
---------+Artikel 36 2
---------+Artikel 36 3
---------+Artikel 36 4
---+HOOFDSTUK IV NETWERKBEHEER
------+Artikel 37 Netwerkfuncties
---------+Artikel 37 1
---------+Artikel 37 2
---------+Artikel 37 3
---------+Artikel 37 4
---------+Artikel 37 5
------+Artikel 38 Netwerkbeheerder
---------+Artikel 38 1
---------+Artikel 38 2
---------+Artikel 38 3
---------+Artikel 38 4
---------+Artikel 38 5
---------+Artikel 38 6
---------+Artikel 38 7
---------+Artikel 38 8
---------+Artikel 38 9
---------+Artikel 38 10
---------+Artikel 38 11
---------+Artikel 38 12
---------+Artikel 38 13
---------+Artikel 38 14
---------+Artikel 38 15
---------+Artikel 38 16
------+Artikel 39 Transparantie van de rekeningen van de netwerkbeheerder
---------+Artikel 39 1
---------+Artikel 39 2
------+Artikel 40 Betrekkingen met belanghebbenden
------+Artikel 41 Betrekkingen met de militaire autoriteiten
------+Artikel 42 Beschikbaarheid van en toegang tot operationele gegevens voor het algemene luchtverkeer
---------+Artikel 42 1
---------+Artikel 42 2
---------+Artikel 42 3
---------+Artikel 42 4
---+HOOFDSTUK V LUCHTRUIM, INTEROPERABILITEIT EN TECHNOLOGISCHE INNOVATIE
------+Artikel 43 Elektronische luchtvaartinlichtingen
------+Artikel 44 Luchtruimclassificatie
------+Artikel 45 Flexibel gebruik van het luchtruim
---------+Artikel 45 1
---------+Artikel 45 2
---------+Artikel 45 3
---------+Artikel 45 4
------+Artikel 46 SESAR-coördinatie
------+Artikel 47 Gemeenschappelijke projecten
---------+Artikel 47 1
---------+Artikel 47 2
---------+Artikel 47 3
---------+Artikel 47 4
---+HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 48 Comitéprocedure
---------+Artikel 48 1
---------+Artikel 48 2
---------+Artikel 48 3
---------+Artikel 48 4
------+Artikel 49 Raadpleging van de belanghebbende partijen
---------+Artikel 49 1
---------+Artikel 49 2
---------+Artikel 49 3
------+Artikel 50 Betrekkingen met derde landen
------+Artikel 51 Steun door andere organen
------+Artikel 52 Vertrouwelijkheid
---------+Artikel 52 1
---------+Artikel 52 2
---------+Artikel 52 3
------+Artikel 53 Sancties
------+Artikel 54 Evaluatie
---------+Artikel 54 1
---------+Artikel 54 2
------+Artikel 55 Vrijwaringsbepalingen
---------+Artikel 55 a)
---------+Artikel 55 b)
---------+Artikel 55 c)
---------+Artikel 55 d)
---------+Artikel 55 e)
------+Artikel 56 Intrekking
------+Artikel 57 Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1139
---------+Artikel 57 1)
---------+Artikel 57 2)
---------+Artikel 57 3)
---------+Artikel 57 4)
---------+Artikel 57 5)
---------+Artikel 57 6)
---------+Artikel 57 7)
------+Artikel 58 Overgangsbepalingen
---------+Artikel 58 1
---------+Artikel 58 2
---------+Artikel 58 3
---------+Artikel 58 4
---------+Artikel 58 5
------+Artikel 59 Inwerkingtreding en toepassing
---------+Artikel 59 2
---------+Artikel 59 3
---------+Artikel 59 4
---+BIJLAGE I Ingetrokken verordeningen en de wijzigingen daarvan
---+BIJLAGE II Concordantietabel
|
English -
European Union -
Aviation -
VERORDENING (EU) 2024/2803 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking) (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2024/2803 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 23 oktober 2024
inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim
(herschikking)
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3), Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad (5) zijn ingrijpend gewijzigd. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die verordeningen te worden overgegaan.
|
|
(2)
|
Met de vaststelling door het Europees Parlement en de Raad van het eerste pakket wetgeving betreffende het gemeenschappelijk Europees luchtruim, namelijk Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004, (EG) nr. 551/2004 en (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad (6), is een solide rechtsgrond gecreëerd voor een probleemloos, interoperabel en veilig systeem voor luchtverkeersbeheer (air traffic management — ATM). De vaststelling van het tweede pakket, met name Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad (7), heeft het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim verder versterkt door de invoering van de concepten “prestatieregeling” en “netwerkbeheerder”, teneinde de prestaties van het Europees ATM-netwerk verder te verbeteren. Verordening (EG) nr. 552/2004 is ingetrokken bij Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad (8), aangezien de regels die nodig zijn voor de interoperabiliteit van ATM-systemen, -onderdelen en -procedures in Verordening (EU) 2018/1139 zijn opgenomen.
|
|
(3)
|
Om rekening te houden met de wijzigingen die zijn aangebracht in Verordening (EU) 2018/1139, moet deze verordening in overeenstemming worden gebracht met die verordening, en moet de laatstgenoemde worden gewijzigd.
|
|
(4)
|
Nader omschreven regels voor het gebruik van het luchtruim, operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en regels en procedures voor het ontwerp van luchtruimstructuren zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2018/1139, terwijl de classificatie van het luchtruim bij deze verordening moet worden geregeld.
|
|
(5)
|
In artikel 1 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 (het “Verdrag van Chicago”), erkennen de verdragsluitende staten dat “elke staat de volledige en uitsluitende soevereiniteit heeft over het luchtruim boven zijn grondgebied”. De lidstaten van de Unie oefenen in het kader van die soevereiniteit hun publieke bevoegdheden uit bij het geven van luchtverkeersleiding, conform de geldende internationale verdragen.
|
|
(6)
|
Deze verordening dient de rechten en verantwoordelijkheden van de lidstaten krachtens het Verdrag van Chicago onverlet te laten.
|
|
(7)
|
Om het gemeenschappelijke vervoersbeleid ten uitvoer te kunnen leggen, is een efficiënt systeem voor luchtvervoer nodig dat het mogelijk maakt de luchtvervoersdiensten op veilige, reguliere en duurzame wijze uit te voeren, het gebruik van het luchtruim en de capaciteit te optimaliseren, aan de duurzaamheid van de luchtvaart bij te dragen en het vrije verkeer van goederen, personen en diensten te vergemakkelijken.
|
|
(8)
|
Bij de gelijktijdige inspanningen gericht op het aanscherpen van de normen inzake luchtvervoersveiligheid en op het verbeteren van de totale prestatie van ATM-diensten en luchtvaartnavigatiediensten (air navigation services — ANS) voor algemeen luchtverkeer in Europa, dient rekening te worden gehouden met de menselijke factor. Vandaar dat de lidstaten de “just culture”-beginselen in acht moeten nemen. De adviezen en aanbevelingen van de deskundigengroep van de Commissie inzake de menselijke dimensie van het gemeenschappelijk Europees luchtruim opgericht bij Besluit (EU) 2023/2109 van de Commissie (9) moeten in overweging en in aanmerking worden genomen.
|
|
(9)
|
Verbeteringen van de klimaat- en milieuprestaties van ATM dragen ook bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen in de Overeenkomst van Parijs, in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (10), in de conclusies van de Raad over de strategie van de Commissie voor duurzame en slimme mobiliteit en in de digitale agenda voor Europa, met name via de vermindering van de emissies van de luchtvaart.
|
|
(10)
|
Een efficiënter gebruik van het luchtruim, met meer opties voor optimale vliegroutes, zou leiden tot een grotere brandstofbesparing en minder emissies. Bij het optimaliseren van vliegroutes en vluchtprofielen moet ook rekening worden gehouden met verschillende klimaat- en milieuelementen, teneinde emissies en luchtverontreinigende stoffen te verminderen. Er moet een methode worden ontwikkeld om rekening te houden met die verschillende elementen en hun onderlinge afhankelijkheid, met name bij het ontwerpen van prestatie-indicatoren.
|
|
(11)
|
Luchtruim is een gemeenschappelijke hulpbron voor alle categorieën gebruikers die door hen allen flexibel moet worden gebruikt, waarbij billijkheid en transparantie moeten worden gewaarborgd, en rekening moet worden gehouden met de behoeften inzake veiligheid en defensie van de lidstaten en met hun verplichtingen binnen internationale organisaties.
|
|
(12)
|
In 2004 hebben de lidstaten een algemene verklaring over militaire kwesties die verband houden met het gemeenschappelijke Europese luchtruim (11) aangenomen, die zij herhaald hebben. Volgens die verklaring moeten de lidstaten de civiel-militaire samenwerking versterken en, indien en voor zover dat door alle betrokken lidstaten noodzakelijk wordt geacht, de samenwerking tussen hun strijdkrachten in alle aangelegenheden op het gebied van luchtverkeersbeheer bevorderen.
|
|
(13)
|
Het nemen van besluiten met betrekking tot de inhoud en de reikwijdte of de uitvoering van militaire operaties en trainingen behoort niet tot de bevoegdheid van de Unie uit hoofde van artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
|
(14)
|
Artikel 9 bis van Verordening (EG) nr. 550/2004 voorzag in de vaststelling door de lidstaten en in de regulering van functionele luchtruimblokken met het oog op een betere samenwerking tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, teneinde de prestaties te verbeteren en synergieën tot stand te brengen. De lidstaten mogen de samenwerking en coördinatie binnen die eerder vastgestelde luchtruimblokken handhaven om de prestaties van het netwerk voor luchtverkeersbeheer binnen het gemeenschappelijk Europees luchtruim te bevorderen, met name door gezamenlijke prestatieplannen in te dienen, met name mits dit geen afbreuk doet aan de efficiënte uitvoering van deze verordening.
|
|
(15)
|
De lidstaten dienen een nationale toezichthoudende instantie aan te wijzen die de uit hoofde van deze verordening aan dergelijke instantie toegewezen taken op zich zal nemen. Om te garanderen dat het toezicht op de dienstverlening in heel Europa op correcte en consequente wijze plaatsvindt, moeten de nationale toezichthoudende instanties de garantie op voldoende onafhankelijkheid en middelen krijgen. In het bijzonder moet de financiering van deze instanties hun onafhankelijkheid garanderen en hen in staat stellen te werken overeenkomstig de beginselen van billijkheid, transparantie, non-discriminatie en evenredigheid. Dit mag niet verhinderen dat een nationale toezichthoudende instantie kan worden samengevoegd met een andere regelgevende instantie, zoals de nationale bevoegde autoriteit of de nationale mededingingsautoriteit, op voorwaarde dat de gezamenlijke autoriteit voldoet aan de eis van onafhankelijkheid en mits de besluiten in verband met de aan de nationale toezichthoudende instantie toegewezen taken uit hoofde van deze verordening onafhankelijk van de andere taken van de gezamenlijke autoriteit worden genomen.
|
|
(16)
|
Passende procedures voor de aanstelling van het personeel van de nationale toezichthoudende instanties moeten bijdragen tot het waarborgen van de onafhankelijkheid van die instanties. Personeelsleden van de nationale toezichthoudende instanties dienen onafhankelijk op te treden, met name door belangenconflicten tussen de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en de uitvoering van hun taken te vermijden. De regels inzake belangenconflicten voor personeelsleden en personen die besluiten nemen in het kader van de uitoefening van de bij deze verordening vastgestelde bevoegdheden, moeten ook belangenconflicten voorkomen die zouden kunnen voortvloeien uit hun huidige functie bij een nationale toezichthoudende instantie, met name wanneer zij onmiddellijk na het einde van hun aanstelling bij die nationale toezichthoudende instantie, een nieuwe positie bij een gereguleerde instantie aanvaarden.
|
|
(17)
|
Er moeten procedures worden ingesteld om de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de nationale toezichthoudende instantie en de nationale bevoegde autoriteit te waarborgen, zodat deze verordening correct wordt toegepast.
|
|
(18)
|
De eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking en eigendom en organisatiestructuur voor het verlenen van een certificering houden nauw verband met de veiligheids- en beveiligingseisen voor het verlenen van diensten en met het operationele en technische toezicht dat door een nationale bevoegde autoriteit moet worden uitgeoefend. Voor certificerings-, toezichts- en handhavingsactiviteiten met betrekking tot de eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking, eigendom en organisatiestructuur, zoals vermeld in punt 7 van bijlage VIII bij Verordening (EU) 2018/1139, moeten de lidstaten overeenkomstig hun nationale regelingen administratieve procedures vaststellen om te waarborgen dat zowel de nationale bevoegde autoriteit als de nationale toezichthoudende instantie haar taken correct en efficiënt uitvoert.
|
|
(19)
|
De nationale toezichthoudende instanties spelen een belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en moeten bijgevolg samenwerken zodat zij informatie over hun werkzaamheden en besluitvormingsbeginselen, beste praktijken en procedures, alsook over de toepassing van deze verordening kunnen uitwisselen, en een gemeenschappelijke aanpak kunnen ontwikkelen, onder meer door verhoogde samenwerking op regionaal niveau. Deze samenwerking moet regelmatig gebeuren in het kader van de Samenwerkingsraad van de nationale toezichthoudende instanties.
|
|
(20)
|
De samenwerking tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten is een belangrijk middel om de algehele prestaties van het Europese ATM-systeem te verbeteren en moet worden aangemoedigd.
|
|
(21)
|
Een verlener van luchtvaartnavigatiediensten moet onder niet-discriminerende voorwaarden diensten in de Unie kunnen aanbieden indien hij houder is van een certificaat of een verklaring op grond van artikel 41 van Verordening (EU) 2018/1139.
|
|
(22)
|
Overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2018/1139 en onder de daarin vastgelegde voorwaarden moeten de lidstaten de verlening door het leger van de in artikel 2, lid 3, punt c), van Verordening (EU) 2018/1139 bedoelde luchtvaartnavigatiediensten onder hun verantwoordelijkheid kunnen toestaan zonder certificering, indien het leger die diensten hoofdzakelijk aanbiedt voor andere bewegingen van luchtvaartuigen dan algemeen luchtverkeer. In dergelijke gevallen moet de betrokken lidstaat de Commissie en de overige lidstaten van zijn besluit in kennis stellen.
|
|
(23)
|
Deze verordening vereist niet de certificering van door wereldwijde satellietnavigatiesystemen (Global Navigation Satellite Systems — GNSS) geleverde signalen.
|
|
(24)
|
Bij de verlening van gelijkwaardige luchtvaartnavigatiediensten mag geen onderscheid worden gemaakt tussen luchtruimgebruikers.
|
|
(25)
|
Luchtverkeersdiensten dienen op basis van exclusiviteit te worden verleend. Aan de verleners van deze diensten moeten eisen worden gesteld inzake aanwijzing en openbaar belang. In dat verband moet in aanmerking worden genomen dat het verlenen van luchtverkeersdiensten die verband houden met het uitoefenen van de bevoegdheden van een overheidsinstantie en niet van economische aard zijn, niet onderworpen is aan de toepassing van de Verdragsregels inzake mededinging.
|
|
(26)
|
Bij de aanwijzingsprocedure moet rekening worden gehouden met de behoefte aan continuïteit van de dienstverlening en langetermijninvesteringsplanning door verleners van luchtverkeersdiensten. Niettegenstaande het bovenstaande is het door de snel veranderende context van de luchtvaartnavigatie nodig dat er toezicht wordt uitgeoefend op de rechten en verplichtingen van aangewezen verleners van luchtverkeersdiensten om ervoor te zorgen dat die rechten en verplichtingen volledig van toepassing blijven en dat aan die verplichtingen wordt voldaan. Wanneer lidstaten het op basis van dat toezicht nodig achten om een nieuwe aanwijzingsprocedure te starten, moeten zij, overeenkomstig het nationale recht, dezelfde verlener van luchtverkeersdiensten kunnen aanwijzen.
|
|
(27)
|
De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat het aanwijzen van een verlener van luchtverkeersdiensten niet verhinderd wordt door hun nationale recht, in het bijzonder omdat de dienstverlener zijn hoofdvestiging in een andere lidstaat heeft of eigendom van onderdanen van die lidstaat is, indien de toepassing van dergelijke nationale wetgeving de vrijheid van dienstverlening of de vrijheid van vestiging onterecht beperkt, hetgeen per geval beoordeeld zou moeten worden in het licht van alle ter zake doende omstandigheden.
|
|
(28)
|
Verleners van luchtverkeersdiensten kunnen communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten (communication, navigation and surveillance services — CNS), luchtvaartinlichtingendiensten (aeronautical information services — AIS), luchtverkeersgegevensdiensten (air traffic data services — ADS), of — indien de lidstaten geen MET-verlener hebben aangewezen — meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie (meteorological services — MET) aanbesteden onder marktvoorwaarden of op grond van een ander soort overeenkomst waarop de Richtlijnen 2014/24/EU (12) en 2014/25/EU (13) van het Europees Parlement en de Raad niet van toepassing zijn, rekening houdend met specifieke situaties zoals het niet voorhanden zijn van oplossingen, en overwegingen in verband met het openbaar belang. De lidstaten kunnen toestaan dat luchthavenexploitanten of een groep luchthavenexploitanten terminalluchtverkeersdiensten voor plaatselijke luchtverkeersleiding of luchtverkeersdiensten voor naderingsluchtverkeersleiding aanbesteden onder marktvoorwaarden.
|
|
(29)
|
Wanneer luchtverkeersdiensten voor plaatselijke luchtverkeersleiding en naderingsluchtverkeersleiding worden aanbesteed, mogen zij niet onder de prestatiedoelstelling van deze verordening vallen. De dienstverleners moeten niettemin gegevens verstrekken over de prestaties van de luchtvaartnavigatiediensten. Wanneer luchtverkeersdiensten voor plaatselijke luchtverkeersleiding en naderingsluchtverkeersleiding worden aanbesteed, moeten in de technische eisen in het bestek eisen inzake de kwaliteit van de dienstverlening worden opgenomen.
|
|
(30)
|
Verleners van luchtvaartnavigatiediensten moeten gescheiden rekeningen voeren voor elke luchtvaartnavigatiedienst op dezelfde wijze als verplicht zou zijn indien deze diensten zouden worden uitgevoerd door aparte ondernemingen, teneinde discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentieverstoring te vermijden.
|
|
(31)
|
Indien van toepassing moet de aanbesteding van luchtvaartnavigatiediensten worden verricht overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU, Richtlijn 2014/25/EU, en de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en transparantie alsmede de toepasselijke bepalingen van het Verdrag, met name de Verdragsregels betreffende de vrijheid van dienstverlening en de vrijheid van vestiging. De aanbestedingsprocedures voor diensten moeten zodanig worden ontworpen dat concurrerende verleners effectief kunnen deelnemen aan deze procedures, onder meer door regelmatig een nieuwe aanbesteding uit te schrijven.
|
|
(32)
|
Voor het verkeersbeheer van onbemande luchtvaartuigen moeten gemeenschappelijke informatiediensten (common information services — CIS) beschikbaar zijn. Wanneer CIS worden verleend door een enkele, door de lidstaat aangewezen CIS-verlener voor een specifiek U-spaceluchtruim, moeten de prijzen van CIS worden gereguleerd om de kosten van dit verkeersbeheer binnen de perken te houden. De prijzen van CIS moeten derhalve worden gebaseerd op de kosten plus een redelijke winstmarge, en ter goedkeuring worden voorgelegd aan de nationale toezichthoudende instanties. Indien CIS niet door één CIS-verlener worden verleend, moeten de individuele CIS gratis worden verleend. Om de verlening van de dienst mogelijk te maken, moet aan de CIS-verleners op billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de relevante operationele gegevens worden geboden.
|
|
(33)
|
De beschikbaarheid van relevante operationele gegevens met betrekking tot het algemene luchtverkeer is van essentieel belang om de flexibele verlening van luchtverkeersgegevensdiensten mogelijk te maken op grensoverschrijdende en Uniewijde basis. Dergelijke gegevens moeten derhalve op billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking worden gesteld van betrokken belanghebbenden, waaronder entiteiten met bewezen belangstelling voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten. De nauwkeurigheid van de informatie over de status van het luchtruim en over specifieke luchtverkeerssituaties en de tijdige verspreiding van deze informatie onder civiele en militaire luchtverkeersleiders heeft een direct effect op de veiligheid en efficiëntie van de activiteiten, ook op de milieuefficiëntie van de vluchten. Tijdige toegang tot actuele informatie over de status van het luchtruim is van essentieel belang voor alle partijen die gebruik willen maken van luchtruimstructuren die ter beschikking worden gesteld wanneer zij hun vliegplannen indienen of opnieuw indienen.
|
|
(34)
|
De prestatie- en de heffingsregeling mogen niet van toepassing zijn op terminalluchtvaartnavigatiediensten die worden verleend op luchthavens met minder dan 80 000 luchtvervoersbewegingen per jaar die volgens instrumentvliegvoorschriften (instrument flight rules — IFR) worden uitgevoerd. Het vaststellen van prestatiedoelstellingen voor die diensten zou weinig meerwaarde opleveren, aangezien die doelstellingen meestal bijna nul zouden zijn. Bovendien zou het onderwerpen van die diensten aan de prestatie- en de heffingsregeling, zoals vastgelegd in deze verordening, onevenredige administratieve en financiële lasten met zich meebrengen ten opzichte van de verwachte voordelen wat betreft betere prestaties en betere kwaliteit van de dienstverlening. De lidstaten kunnen echter besluiten dat de prestatie- en de heffingsregeling wel van toepassing moeten zijn op die terminalluchtvaartnavigatiediensten.
|
|
(35)
|
Legers die luchtvaartnavigatiediensten hoofdzakelijk verlenen voor andere bewegingen van luchtvaartuigen dan algemeen luchtverkeer, met inbegrip van de financiering daarvan, hoeven niet te voldoen aan de prestatie- en de heffingsregeling zoals vastgelegd in deze verordening. De kosten van hun diensten mogen derhalve niet worden beschouwd als bepaalde kosten uit hoofde van deze verordening. De lidstaten kunnen echter besluiten die regelingen wel toe te passen op legers die die diensten verrichten. De prestatie- en de heffingsregeling moeten van toepassing zijn op legers die luchtvaartnavigatiediensten hoofdzakelijk voor algemeen luchtverkeer verlenen.
|
|
(36)
|
De prestatie- en de heffingsregeling moeten zorgen voor de efficiënte, duurzame en ononderbroken werking van het Europese ATM-systeem, en zijn tevens bedoeld om luchtvaartnavigatiediensten die onder andere dan marktvoorwaarden worden verleend, kostenefficiënter te maken en om een betere kwaliteit van de dienstverlening te bevorderen. Daartoe moeten deze regelingen relevante en zinvolle stimulansen omvatten. Met het oog op deze doelstelling mag de prestatieregeling geen betrekking hebben op diensten die onder marktvoorwaarden worden verleend. De prestatieregeling moet gelden voor alle luchtvaartnavigatiediensten die door een aangewezen verlener van luchtverkeersdiensten worden verleend of door andere dienstverleners aan deze zijn uitbesteed, ook wanneer door deze dienstverlener zowel luchtvaartnavigatie- als luchtverkeersdiensten worden verleend.
|
|
(37)
|
De lidstaten kunnen gezamenlijke prestatieplannen voor luchtvaartnavigatiediensten, die minstens de duur van de referentieperiode bestrijken, opstellen, teneinde het prestatieniveau van het luchtverkeersbeheer tot boven het niveau te brengen dat door een individuele lidstaat zou kunnen behaald; de lidstaten moeten in die gezamenlijke plannen ten minste één gezamenlijke doelstelling en gezamenlijke initiatieven inzake grensoverschrijdende samenwerking opnemen, maar ook de meerwaarde van andere gezamenlijke doelstellingen, het uitvoeren van gezamenlijke aanbestedingen en het opzetten van een gezamenlijk beheer in overweging nemen.
|
|
(38)
|
Bij de vaststelling van uitvoeringshandelingen met stimuleringsregelingen moet de Commissie bepalen in welke mate die regelingen van toepassing zijn op situaties waarin verleners van luchtvaartnavigatiediensten tijdens de referentieperiode verder gaan dan de toepasselijke bindende prestatiedoelstellingen voor luchtvaartnavigatiediensten of daar niet aan voldoen. Er moet bij de vaststelling van de toepassingscriteria terdege rekening worden gehouden met onvoorziene en significante gebeurtenissen waarover de verlener van luchtverkeersdiensten geen controle heeft, onverminderd de maatregelen die deze moet nemen om de gevolgen van die gebeurtenissen te beperken. Om een betere kwaliteit van de dienstverlening te bevorderen, moeten de prestatie- en de heffingsregeling zinvolle en passende stimulansen bevatten. Er moeten financiële stimulansen worden ingesteld met als doel op evenwichtige wijze betere prestaties op het gebied van luchtvaartnavigatiediensten aan te moedigen door de werkelijke prestaties afgezet tegen bindende prestatiedoelstellingen te belonen of bestraffen.
|
|
(39)
|
Inkomsten uit heffingen die aan luchtruimgebruikers worden opgelegd, zouden kunnen leiden tot financiële overschotten of verliezen voor verleners van luchtvaartnavigatiediensten, als gevolg van de toepassing van de stimuleringsregelingen en risicodelingsmechanismen.
|
|
(40)
|
Er moet een prestatiebeoordelingsraad (Performance Review Board — PBR) worden opgericht om de Commissie van advies te dienen en te assisteren bij de toepassing van de prestatie- en de heffingsregeling. Bij de oprichting van de PBR moet ervoor worden gezorgd dat de PBR zijn taken met de vereiste deskundigheid en onafhankelijk van openbare of particuliere belangen kan uitvoeren en over de nodige middelen beschikt. De PBR moet het prestatiebeoordelingsorgaan dat is opgericht uit hoofde van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 549/2004 vervangen en opvolgen.
|
|
(41)
|
De PBR moet worden bijgestaan door een secretariaat, dat door de Commissie wordt verzorgd. Bij het opstellen van de inhoud en het bepalen van de uitgangspunten van de adviezen, aanbevelingen, verslagen en richtsnoeren van de PBR, mag het secretariaat geen andere instructies ontvangen dan van de PBR zelf, zodat de PBR zijn adviserende rol kan vervullen, en de onafhankelijkheid van de PBR is gewaarborgd. De belangrijkste taak van het secretariaat moet erin bestaan bij te dragen aan de onafhankelijke uitvoering van de taken van de PBR.
|
|
(42)
|
De personeelsleden van het secretariaat moeten, ter waarborging van hun onafhankelijkheid, voldoen aan de regels inzake beroepsgeheim en belangenconflicten die zijn opgenomen in het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie zoals, vastgelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (14). De selectieprocedure en -criteria moeten nader worden omschreven in een uitvoeringshandeling, waarbij geen specifieke leden van de PBR mogen worden aangewezen, noch deze aanwijzing op enigerlei wijze afhankelijk mag worden gesteld van de goedkeuring van de lidstaten.
|
|
(43)
|
Gezien de grensoverschrijdende en netwerkelementen die inherent zijn aan de verlening van luchtvaartnavigatiediensten, moeten de en-routeprestaties worden getoetst aan Uniewijde prestatiedoelstellingen.
|
|
(44)
|
De nationale doelstellingen voor de verlening van terminalluchtvaartnavigatiediensten moeten gericht zijn op verbetering van de prestaties van die diensten in de loop van de tijd en moeten een gate-to-gatebenadering voor de regulering van luchtvaartnavigatiediensten mogelijk maken.
|
|
(45)
|
De lidstaten, de nationale toezichthoudende instanties en de Commissie moeten duidelijk omschreven taken hebben in de prestatie- en de heffingsregeling, met name wat betreft het opstellen van de prestatieplannen, de goedkeuring van die plannen en het toezicht op de prestaties van verleners van luchtvaartnavigatiediensten.
|
|
(46)
|
Het kernprestatiegebied klimaat en milieu moet de gevolgen van de luchtvaart voor het klimaat en het milieu waarover verleners van luchtvaartnavigatiediensten controle hebben, met name de CO2-emissies, aanpakken. De prestatieplannen moeten voor elke referentieperiode en-routeprestatiedoelstellingen bevatten die verenigbaar zijn met de Uniewijde prestatiedoelstellingen op de kernprestatiegebieden klimaat en milieu, capaciteit en kostenefficiëntie, alsook terminalprestatiedoelstellingen op de kernprestatiegebieden capaciteit en kostenefficiëntie. Op de datum van vaststelling van deze verordening is het op basis van de beschikbare gegevens niet mogelijk om op het kernprestatiegebied klimaat en milieu kernprestatie-indicatoren voor terminalluchtvaartnavigatiediensten vast te stellen die geldig, betrouwbaar en meetbaar zijn en die het mogelijk maken de gevolgen op dat gebied waarover de verleners van luchtvaartnavigatiediensten rechtstreekse controle hebben, te meten. Daarom moeten de lidstaten worden verplicht om in de prestatieplannen pas bindende doelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten op het kernprestatiegebied klimaat en milieu op te nemen nadat de Commissie in een uitvoeringshandeling de kernprestatie-indicatoren heeft kunnen vaststellen die aan die voorwaarden voldoen. Bij de vaststelling van bindende prestatiedoelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten die in het prestatieplan zijn opgenomen, moet rekening worden gehouden met lokale omstandigheden, met name de eisen van het lokale milieubeleid.
|
|
(47)
|
Er moeten specifieke criteria worden gebruikt voor de prestaties van de netwerkfuncties, gelet op de specifieke kenmerken van die functies. Voor die netwerkfuncties moeten prestatiedoelstellingen worden opgesteld op de kernprestatiegebieden klimaat en milieu, capaciteit en kostenefficiëntie.
|
|
(48)
|
De bij deze verordening ingestelde heffingsregeling moet in overeenstemming zijn met onder meer artikel 15 van het Verdrag van Chicago. Die regeling mag geen afbreuk doen aan de mogelijkheid voor de lidstaten om de verlening van luchtvaartnavigatiediensten waarop deze verordening betrekking heeft, met overheidsmiddelen te financieren, voor zover dit in overeenstemming is met de Verdragsregels inzake mededinging, indien van toepassing.
|
|
(49)
|
De heffingsregeling moet worden gebaseerd op het beginsel dat luchtruimgebruikers moeten betalen voor de kosten van de diensten en functies waarvan zij profiteren en die niet anderszins worden gedekt. De kosten die toerekenbaar zijn aan de verlening van luchtvaartnavigatiediensten door nationale instanties van de lidstaten, met inbegrip van de nationale bevoegde autoriteiten en de nationale toezichthoudende instanties, alsmede Eurocontrol en de netwerkbeheerder zouden kunnen worden opgenomen in de bepaalde kosten die in rekening kunnen worden gebracht aan de luchtruimgebruikers. De heffingen moeten de veilige, doelmatige, doeltreffende en duurzame verlening van luchtvaartnavigatiediensten bevorderen teneinde een hoog niveau van veiligheid en kostenefficiëntie te bereiken en aan de prestatiedoelstellingen te voldoen, en moeten de milieueffecten van de luchtvaart helpen verminderen.
|
|
(50)
|
Kosten die voortvloeien uit het Internationaal Verdrag van Eurocontrol tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart van 13 december 1960, als laatstelijk gewijzigd, kunnen in de bepaalde kosten worden opgenomen, aangezien alle activiteiten die op het ogenblik van de vaststelling van deze verordening onder dat verdrag vallen, worden beschouwd als activiteiten die verband houden met luchtvaartnavigatiediensten.
|
|
(51)
|
De Commissie moet een haalbaarheidsstudie verrichten over de effecten van het moduleren van heffingen op het luchtverkeer, de dienstverlening, de administratiekosten en de belanghebbenden, alsmede over de bijdrage van dat moduleren tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Op basis van die studie moet de Commissie bepalen of er een uitvoeringshandeling moet worden vastgesteld om de eenvormige toepassing te waarborgen van het moduleren van heffingen om luchtruimgebruikers aan te moedigen verbeteringen in de klimaat- en milieuprestaties te ondersteunen, met name door te kiezen voor de meest brandstofefficiënte routering of meer gebruik te maken van alternatieve schone aandrijftechnologieën, waaronder duurzame alternatieve brandstoffen, met behoud van een optimaal veiligheidsniveau. Zelfs als de Commissie geen uitvoeringshandeling vaststelt, moeten de lidstaten het recht hebben de heffingen te moduleren om verleners van luchtverkeersdiensten en luchtruimgebruikers aan te moedigen verbeteringen in de kwaliteit van de dienstverlening, zoals meer capaciteit, minder vertragingen en duurzame ontwikkeling, te ondersteunen.
|
|
(52)
|
In geval van een netwerkcrisis, zoals een geopolitiek conflict, een gezondheidscrisis of een natuurramp, waardoor er geen betrouwbare verkeersprognoses kunnen worden uitgebracht, moet de Commissie overgangsbepalingen kunnen vaststellen, waaronder een tijdelijke opschorting of aanpassing van de prestatieregeling, totdat de netwerkcrisis voorbij is en er nieuwe betrouwbare prognoses beschikbaar zijn.
|
|
(53)
|
Onverminderd de procedure van artikel 258 VWEU moet de Commissie regelmatig toetsen of de lidstaten deze verordening naleven. Bij die toetsing moet de Commissie beoordelen of de lidstaten ervoor zorgen dat de verleners van luchtvaartnavigatiediensten hun verplichtingen nakomen.
|
|
(54)
|
Er moeten bepalingen worden vastgesteld die de transparantie van de rekeningen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten garanderen; dit is een van de middelen om kruissubsidiëring en daaruit voortvloeiende verstoringen te voorkomen.
|
|
(55)
|
ATM-netwerkfuncties moeten bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van het luchtvervoerssysteem en moeten de verwezenlijking van Uniewijde prestatiedoelstellingen ondersteunen. Zij moeten ertoe leiden dat het luchtruim en de schaarse middelen duurzaam, efficiënt en ecologisch optimaal worden gebruikt, moeten een afspiegeling zijn van operationele behoeften bij de uitrol van de Europese ATM-netwerkinfrastructuur en moeten zorgen voor ondersteuning in geval van netwerkcrises.
|
|
(56)
|
Een aantal netwerkfuncties, zoals regeling van luchtverkeersstromen, moet centraal door één orgaan worden gecoördineerd als ondersteuning van de acties die worden ondernomen door de lidstaten en de betrokken operationele belanghebbenden. Daarom moet een aantal taken die bijdragen tot de uitvoering van deze functies worden uitgevoerd door een netwerkbeheerder; alle operationele belanghebbenden moeten bij de acties van deze netwerkbeheerder worden betrokken. De specifieke taken van de netwerkbeheerder moeten worden vastgelegd in deze verordening. De netwerkbeheerder moet worden aangesteld door de Commissie.
|
|
(57)
|
In 2011 en 2019 heeft de Commissie Eurocontrol benoemd als netwerkbeheerder. Om de bedrijfscontinuïteit bij de uitoefening van de ATM-netwerkfuncties te waarborgen, kan dat mandaat worden verlengd onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.
|
|
(58)
|
Indien de netwerkbeheerder tot een andere entiteit behoort, moet er ten aanzien van die entiteit een functionele en hiërarchische scheiding zijn en moeten er gescheiden rekeningen worden gevoerd.
|
|
(59)
|
Operationele belanghebbenden die op plaatselijke en operationele niveaus netwerkfuncties moeten uitoefenen, en de lidstaten moeten volledig worden betrokken bij de uitoefening van die functies en bij de besluitvorming. Derhalve moet de netwerkbeheerder maatregelen nemen via coöperatieve besluitvorming die meer bepaald gebaseerd is op raadpleging van operationele belanghebbenden en de lidstaten en op gedetailleerde werkafspraken en beheerprocessen. In dit coöperatief besluitvormingsproces moeten de partijen zo veel mogelijk handelen met het oog op een betere werking en betere prestaties van het netwerk, met inbegrip van de verwezenlijking van Uniewijde prestatiedoelstellingen op het kernprestatiegebied klimaat en milieu, waarbij de belangen van het netwerk voorop moeten staan, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de behoeften op het gebied van veiligheid en defensie, en zo veel mogelijk naar probleemoplossing en consensus moet worden gestreefd. In het kader van de coöperatieve besluitvorming voor de uitoefening van de netwerkfuncties moeten de lidstaten zorgen voor passende coördinatie op nationaal niveau met de civiele en militaire operationele belanghebbenden. Daarnaast moet er, teneinde te zorgen voor een passende governance met betrekking tot de uitoefening van de netwerkfuncties, een netwerkbeheerraad worden opgericht ten behoeve van een passende vertegenwoordiging van de belangen van alle actoren die betrokken zijn bij de uitoefening van deze functies, met name de operationele belanghebbenden. Onverminderd de raadpleging van de netwerkbeheerraad over regelgevende of strategische besluiten, zoals de goedkeuring van het netwerkstrategieplan, moeten de met behulp van coöperatieve besluitvorming of door de netwerkbeheerraad vastgestelde maatregelen operationeel of technisch van aard zijn en de dagelijkse werking van het netwerk waarborgen overeenkomstig de doelstellingen van deze verordening.
|
|
(60)
|
Omwille van een grotere klantgerichtheid moeten verleners van luchtverkeersdiensten bij belangrijke operationele beslissingen de betrokken belanghebbenden raadplegen.
|
|
(61)
|
Het aanbieden van volledige, hoogwaardige en tijdige luchtvaartinlichtingen heeft een grote impact op de veiligheid en het vergemakkelijken van de toegang tot het luchtruim van de Unie en op de mogelijkheden om zich binnen dat luchtruim te bewegen. De toegang tot die gegevens moet derhalve worden vergemakkelijkt door middel van een passende informatie-infrastructuur.
|
|
(62)
|
Het veilige en efficiënte gebruik van het luchtruim is alleen mogelijk via nauwe samenwerking tussen civiele en militaire luchtruimgebruikers, in de praktijk hoofdzakelijk op basis van het concept van flexibel gebruik van het luchtruim en effectieve civiel-militaire coördinatie, zoals tot stand gebracht door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization — ICAO). Om de uniforme toepassing van dit concept te garanderen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen, binnen de grenzen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid en onverminderd de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor hun luchtruim.
|
|
(63)
|
Het ATM-onderzoeksproject voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim (Single European Sky ATM Research — SESAR) is erop gericht de veilige, efficiënte en ecologisch duurzame ontwikkeling van het luchtvervoer mogelijk te maken door het Europese en mondiale ATM-systeem te moderniseren. Voor een optimale effectiviteit van het project moet er worden gezorgd voor een goede coördinatie tussen de fasen ervan. Het Europees ATM-masterplan moet het resultaat zijn van de definitiefase van SESAR en moet bijdragen tot de verwezenlijking van de Uniewijde prestatiedoelstellingen. Voor de periode 2022-2027 hebben de Europese Commissie en het Partnerschap voor de uitrol en infrastructuur van SESAR (SESAR Deployment and Infrastructure Partnership — SDIP) — een consortium van 20 grote Europese luchtruimgebruikers, verleners van luchtvaartnavigatiediensten en luchthavenexploitanten, en Eurocontrol als netwerkbeheerder — een kaderpartnerschapsovereenkomst voor de lange termijn ondertekend op grond waarvan SDIP taken zal uitvoeren in verband met de tijdige en gesynchroniseerde uitvoering van gemeenschappelijke projecten (Uitvoeringsverordening (EU) 2021/116 van de Commissie (15) ) en toezicht door de betrokken belanghebbenden te coördineren en te ondersteunen.
|
|
(64)
|
Het concept van gemeenschappelijke projecten moet gericht zijn op de tijdige, gecoördineerde en gesynchroniseerde toepassing van de in het Europees ATM-masterplan geïdentificeerde essentiële operationele wijzigingen die gevolgen hebben voor het hele netwerk en die voldoende uitgewerkt zijn voor toepassing. Gemeenschappelijke projecten moeten met name de invoering van nieuwe digitale technologieën bevorderen en versnellen. De Commissie moet worden belast met de uitvoering van een kosten-batenanalyse van de financiering van de uitvoering van gemeenschappelijke projecten, teneinde de uitrol van het SESAR-project te versnellen.
|
|
(65)
|
De naleving van de bij Verordening (EU) 2018/1139 vastgestelde eisen voor ATM-systemen en -onderdelen moet de interoperabiliteit van die systemen en onderdelen garanderen, ten gunste van het gemeenschappelijk Europees luchtruim.
|
|
(66)
|
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, met name op het gebied van de PBR, de toepassing van de prestatie- en de heffingsregeling, onder meer met betrekking tot de vaststelling van Uniewijde prestatiedoelstellingen en aanvullende basiswaarden, alarmdrempels, uitgesplitste waarden en benchmarkgroepen, de vaststelling van prestatiedoelstellingen en de criteria en voorwaarden voor de beoordeling ervan, de voorbereiding, beoordeling, goedkeuring en herziening van de prestatieplannen, met inbegrip van gezamenlijke prestatieplannen, en prestatiedoelstellingen, het toezicht op de prestaties, met inbegrip van de prestaties van netwerkfuncties, de toewijzing van kosten tussen en-route- en terminalluchtvaartnavigatiediensten, de vaststelling van kernprestatie-indicatoren en indicatoren voor monitoring, de methode voor benchmarking, stimuleringsregelingen, regels voor de wijziging van een terminalheffingszone, regels voor het verstrekken van informatie over kosten en heffingen, de inhoud en vaststelling van de kostenbases voor heffingen en de vaststelling van eenheidstarieven voor luchtvaartnavigatiediensten, stimuleringsmechanismen en risicodelingsmechanismen, het moduleren van heffingen, regels over de uitvoeringsbepalingen voor de verstrekking van gegevens door de nationale toezichthoudende instanties aan de Commissie, een mechanisme voor het aanpakken van onvoorziene en significante gebeurtenissen die een materieel effect hebben op de toepassing van de prestatie- en de heffingsregeling, regels voor de uitoefening van de netwerkfuncties, de aanstelling van de netwerkbeheerder en de voorwaarden voor die aanstelling, alsmede de taken en werking van de netwerkbeheerder, de netwerkbeheerraad, coöperatieve besluitvorming en de netwerkgovernancemechanismen, de eisen inzake de beschikbaarheid van operationele gegevens, de toepassing van het concept van flexibel gebruik van het luchtruim, de vaststelling van gemeenschappelijke projecten en de governancemechanismen die daarop van toepassing zijn, alsmede de uitvoering van de ICAO-luchtruimclassificatie, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (16). Indien het comité geen advies uitbrengt, mag de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vaststellen.
|
|
(67)
|
De sociale en beroepsorganisaties van het personeel moeten respectievelijk worden geraadpleegd over alle voorgestelde maatregelen die belangrijke sociale, technologische en met de menselijke dimensie of de prestaties verband houdende gevolgen hebben. Ook moeten op het niveau van de Unie het Comité voor de sectorale dialoog, opgericht bij Besluit 98/500/EG van de Commissie (17), en de deskundigengroep van de Commissie inzake de menselijke dimensie van het gemeenschappelijk Europees luchtruim worden geraadpleegd.
|
|
(68)
|
De sancties waarin voorzien wordt voor overtredingen van deze verordening moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn, zonder de veiligheid aan te tasten.
|
|
(69)
|
Deze verordening mag de lidstaten niet beletten maatregelen toe te passen die nodig zijn ter waarborging van essentiële belangen op het gebied van hun veiligheids- of defensiebeleid. Daarnaast laat zij de bevoegdheid van de lidstaten voor het vaststellen van bepalingen betreffende de organisatie van hun strijdkrachten onverlet. Die bevoegdheid kan ertoe leiden dat lidstaten maatregelen vaststellen om ervoor te zorgen dat hun strijdkrachten over voldoende luchtruim voor passende onderwijs- en opleidingsdoeleinden beschikken. Derhalve moet worden voorzien in een vrijwaringsclausule om de uitoefening van die bevoegdheid mogelijk te maken.
|
|
(70)
|
Ten behoeve van een eenvoudiger regelgevingskader voor certificering en een centraal certificeringsproces moeten de voorschriften in verband met de certificering van verleners van luchtvaartnavigatiediensten die eerst in Verordening (EG) nr. 550/2004 stonden naar Verordening (EU) 2018/1139 worden overgezet. Met name moet worden bepaald dat ingeval verleners van luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) gecertificeerd willen worden, zij moeten aantonen over voldoende financiële draagkracht en een passende aansprakelijkheidsverzekering te beschikken, moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften ten aanzien van eigendom en organisatiestructuur, en veiligheidsrisico’s moeten beheren. Ook moet worden gespecificeerd welke voorwaarden er voor de afgegeven certificaten mogen gelden.
|
|
(71)
|
Tot besluit moeten de essentiële eisen voor ATM/ANS en luchtverkeersleiders worden aangevuld voor wat betreft de eisen voor luchtverkeersgegevensdiensten.
|
|
(72)
|
Voor de uitvoering van haar certificerings-, toezichts- en handhavingstaken met betrekking tot de essentiële eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking, eigendom en organisatiestructuur, moet de bevoegde autoriteit gebruikmaken van de beoordelingen van de nationale toezichthoudende instantie, tenzij de betrokken nationale bevoegde autoriteit verantwoordelijk is voor alle certificeringstaken.
|
|
(73)
|
Aangezien de Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004 en (EG) nr. 551/2004 door deze verordening worden vervangen en ingetrokken, is het passend de verwijzingen in Verordening (EU) 2018/1139 naar de Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004 en (EG) nr. 551/2004 bij te werken.
|
|
(74)
|
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van Verordening (EU) 2018/1139, met name met betrekking tot de voorwaarden die kunnen worden toegepast op de certificaten van verleners van ATM/ANS en met betrekking tot de regels en procedures voor de beoordeling van en het toezicht, door de nationale toezichthoudende instantie, op de naleving door die verleners van de essentiële eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking, eigendom en organisatiestructuur, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.
|
|
(75)
|
Verordening (EU) 2018/1139 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
|
|
(76)
|
Daar de doelstelling van deze verordening, te weten de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege het transnationale karakter ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,
|
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 23 oktober 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
ZSIGMOND B. P.
|
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK II NATIONALE TOEZICHTHOUDENDE INSTANTIES
|
HOOFDSTUK II NATIONALE TOEZICHTHOUDENDE INSTANTIES
|
|
HOOFDSTUK III DIENSTVERLENING
|
HOOFDSTUK III DIENSTVERLENING
|
|
HOOFDSTUK IV NETWERKBEHEER
|
HOOFDSTUK IV NETWERKBEHEER
|
|
HOOFDSTUK V LUCHTRUIM, INTEROPERABILITEIT EN TECHNOLOGISCHE INNOVATIE
|
HOOFDSTUK V LUCHTRUIM, INTEROPERABILITEIT EN TECHNOLOGISCHE INNOVATIE
|
|
HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN
|
|
BIJLAGE I Ingetrokken verordeningen en de wijzigingen daarvan
|
BIJLAGE I
Ingetrokken verordeningen en de wijzigingen daarvan
|
|
BIJLAGE II Concordantietabel
|
BIJLAGE II
Concordantietabel
|
Verordening (EG) nr. 549/2004
|
Verordening (EG) nr. 550/2004
|
Verordening (EG) nr. 551/2004
|
Deze verordening
|
|
Artikel 1, leden 1, 2 en 3
|
|
|
Artikel 1, leden 1, 2 en 3
|
|
—
|
|
|
Artikel 1, lid 4
|
|
Artikel 1, lid 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 1, punt a) en b)
|
|
|
Artikel 2, punt 6, a) en b)
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 7
|
|
Artikel 2, punt 2
|
|
|
Artikel 2, punt 1
|
|
Artikel 2, punt 3
|
|
|
Artikel 2, punt 2
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 3
|
|
Artikel 2, punt 4
|
|
|
Artikel 2, punt 5
|
|
Artikel 2, punt 5
|
|
|
Artikel 2, punt 4
|
|
Artikel 2, punt 6
|
|
|
Artikel 2, punt 11
|
|
Artikel 2, punt 7
|
|
|
Artikel 2, punt 12
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 13
|
|
Artikel 2, punt 8
|
|
|
Artikel 2, punt 14
|
|
Artikel 2, punt 9
|
|
|
Artikel 2, punt 8
|
|
Artikel 2, punt 10
|
|
|
Artikel 2, punt 9
|
|
Artikel 2, punt 11
|
|
|
Artikel 2, punt 10
|
|
Artikel 2, punt 12
|
|
|
Artikel 2, punt 17
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 18, 19 en 20
|
|
Artikel 2, punt 13
|
|
|
Artikel 2, punt 16
|
|
Artikel 2, punt 13 bis
|
|
|
Artikel 2, punt 36
|
|
Artikel 2, punt 14
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 15
|
|
|
Artikel 2, punt 21
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 22 tot en met 25
|
|
Artikel 2, punt 16
|
|
|
Artikel 2, punt 26
|
|
Artikel 2, punt 17
|
|
|
Artikel 2, punt 35
|
|
Artikel 2, punt 18
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 19
|
|
|
Artikel 2, punt 27
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 28 en 29
|
|
Artikel 2, punt 20
|
|
|
Artikel 2, punt 34
|
|
Artikel 2, punt 22
|
|
|
Artikel 2, punt 37
|
|
Artikel 2, punt 23
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 23 bis
|
|
|
Artikel 2, punt 38
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 39
|
|
Artikel 2, punt 23 ter
|
|
|
Artikel 2, punt 15
|
|
Artikel 2, punten 24 en 25
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 26
|
|
|
Artikel 2, punt 40
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 41 en 42
|
|
Artikel 2, punt 27
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 28
|
|
|
Artikel 2, punt 43
|
|
Artikel 2, punt 29
|
|
|
Artikel 2, punt 44
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 45 en 46
|
|
Artikel 2, punt 30
|
|
|
Artikel 2, punt 47
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 48 tot en met 52
|
|
Artikel 2, punt 31
|
|
|
Artikel 2, punt 53
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 54 en 55
|
|
Artikel 2, punt 32
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 33
|
|
|
Artikel 2, punt 56
|
|
Artikel 2, punt 34
|
|
|
Artikel 2, punt 57
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 58 tot en met 62
|
|
Artikel 2, punten 35 en 36
|
|
|
—
|
|
Artikel 2, punt 38
|
|
|
Artikel 2, punt 63
|
|
Artikel 2, punt 39
|
|
|
Artikel 2, punt 64
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 65
|
|
Artikel 2, punt 40
|
|
|
Artikel 2, punt 66
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punt 67 en artikel 3
|
|
Artikel 2, punt 41
|
|
|
Artikel 2, punt 30
|
|
—
|
|
|
Artikel 2, punten 31, 32 en 33
|
|
Artikel 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 4, lid 1
|
|
|
Artikel 4, lid 1
|
|
Artikel 4, lid 2
|
|
|
Artikel 4, leden 3 en 4
|
|
Artikel 4, lid 3, eerste zin
|
|
|
Artikel 4, lid 2
|
|
Artikel 4, lid 3, tweede zin
|
|
|
Artikel 4, lid 5
|
|
—
|
|
|
Artikel 4, lid 6
|
|
Artikel 4, lid 4
|
|
|
Artikel 4, lid 7
|
|
Artikel 4, lid 5
|
|
|
Artikel 4, lid 8
|
|
—
|
|
|
Artikelen 5 tot en met 12
|
|
Artikel 5, lid 1
|
|
|
Artikel 48, lid 1
|
|
Artikel 5, lid 2
|
|
|
Artikel 48, lid 2
|
|
Artikel 5, lid 3
|
|
|
Artikel 48, lid 3
|
|
—
|
|
|
Artikel 48, lid 4
|
|
Artikel 5, leden 4 en 5, en artikel 6
|
|
|
—
|
|
Artikel 7
|
|
|
Artikel 50
|
|
Artikel 8, lid 1
|
|
|
Artikel 51
|
|
—
|
|
|
Artikel 52
|
|
Artikel 8, lid 2
|
|
|
—
|
|
Artikel 9
|
|
|
Artikel 53
|
|
Artikel 10, lid 1
|
|
|
Artikel 49, lid 1
|
|
Artikel 10, lid 2
|
|
|
Artikel 49, lid 2
|
|
Artikel 10, lid 3
|
|
|
Artikel 49, lid 3
|
|
Artikel 11, lid 1, eerste zin
|
|
|
Artikel 21, lid 1
|
|
—
|
|
|
Artikel 21, lid 2
|
|
Artikel 11, lid 1, punten a), b) en c)
|
|
|
Artikel 21, lid 3, punten a) tot en met d)
|
|
Artikel 11, lid 2
|
|
|
Artikel 13
|
|
—
|
|
|
Artikelen 14 tot en met 20
|
|
Artikel 11, lid 3, punt a)
|
|
|
Artikel 22
|
|
Artikel 11, lid 3, punt b)
|
|
|
Artikelen 21, lid 3, punt c), artikel 23
|
|
Artikel 11, lid 3, punt c)
|
|
|
Artikel 24
|
|
—
|
|
|
Artikel 25, leden 1 en 2
|
|
Artikel 11, lid 3, punt d), eerste en derde zin
|
|
|
Artikel 21, lid 3, eerste zin
|
|
Artikel 11, lid 3, punt d), tweede zin
|
|
|
Artikel 25, lid 3
|
|
Artikel 11, lid 3, punt e)
|
|
|
Artikel 25, lid 4
|
|
—
|
|
|
Artikelen 26 en 27
|
|
Artikel 11, lid 4, punt a)
|
|
|
Artikel 21, lid 4, punt a)
|
|
—
|
|
|
Artikel 21, lid 4, punt b) tot en met e)
|
|
Artikel 11, lid 4, punt b) en c)
|
|
|
—
|
|
Artikel 11, lid 4, punt d)
|
|
|
Artikel 21, lid 4, punt f)
|
|
Artikel 11, lid 4, punt e)
|
|
|
Artikel 21, lid 4, punt g)
|
|
—
|
|
|
Artikel 21, lid 4, eerste alinea, punten h) tot en met m), en artikel 21, tweede en derde alinea, en artikel 21, leden 5 en 6
|
|
Artikel 11, lid 4, tweede alinea
|
|
|
Artikel 28
|
|
Artikel 11, lid 5
|
|
|
Artikel 21, lid 7
|
|
Artikel 11, lid 6
|
|
|
Artikel 28
|
|
—
|
|
|
Artikelen 29 tot en met 47
|
|
Artikel 12, lid 1, en artikel 12, lid 2, eerste zin tot “in artikel 3”, en de laatste zin
|
|
|
Artikel 54, lid 1
|
|
Artikel 12, lid 2, het deel van de eerste zin dat begint met “en brengt voor het eerst verslag uit aan het Europees Parlement”
|
|
|
Artikel 54, lid 2
|
|
Artikel 12, leden 3 en 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 13
|
|
|
Artikel 55
|
|
—
|
|
|
Artikelen 56 tot en met 58
|
|
Artikel 13 bis
|
|
|
—
|
|
Artikel 14
|
|
|
Artikel 59
|
|
|
Artikel 1
|
|
Artikel 1, lid 1
|
|
|
—
|
|
Artikel 1, leden 2 tot en met 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 2
|
|
|
Artikel 2, lid 1
|
|
Artikel 5, lid 1
|
|
|
Artikel 2, lid 2
|
|
Artikel 5, lid 2
|
|
|
—
|
|
Artikel 5, lid 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 6, lid 1
|
|
|
Artikel 2, lid 3
|
|
Artikel 6, lid 3
|
|
|
Artikel 2, lid 4
|
|
Artikel 6, lid 2
|
|
|
Artikel 2, lid 5
|
|
Artikel 6, lid 4
|
|
|
Artikel 2, lid 6
|
|
Artikel 6, lid 5
|
|
|
—
|
|
Artikel 6, lid 6
|
|
|
Artikelen 3 tot en met 6
|
|
—
|
|
|
Artikel 7, lid 1, artikel 7, lid 3, eerste zin, artikel 7, lid 4, eerste zin en artikel 7, leden 6 en 8
|
|
Artikel 7, lid 1, artikel 57, punt 7), c) en d)
|
|
|
Artikel 7, lid 2
|
|
Artikel 7, lid 2
|
|
|
Artikel 7, lid 3, tweede en derde zin
|
|
—
|
|
|
Artikel 7, lid 4, tweede en derde zin
|
|
Artikel 57, punten 3 en 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 57, punten 5, 6, 7), a) en b)
|
|
|
Artikel 7, lid 5
|
|
Artikel 7, lid 4
|
|
|
Artikel 7, lid 7
|
|
Artikelen 5, lid 2, tweede alinea, artikel 7, lid 3
|
|
|
Artikel 7, lid 9
|
|
—
|
|
|
Artikel 8, lid 1, tot “verlener van luchtverkeersdiensten”
|
|
Artikel 8, lid 1, eerste en tweede zin
|
|
|
Artikel 8, lid 1, tweede zin, vanaf “die in het bezit is van een binnen de Gemeenschap geldig certificaat”
|
|
Artikel 8, lid 2, eerste alinea, punt a)
|
|
|
—
|
|
Artikel 8, lid 2, eerste alinea, punt b), c) en d), en tweede alinea
|
|
|
Artikel 8, lid 2
|
|
Artikel 8, lid 3
|
|
|
Artikel 8, lid 3
|
|
Artikel 8, lid 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 8, lid 5
|
|
|
Artikel 8, lid 4
|
|
Artikel 8, lid 1, eerste zin
|
|
|
Artikel 8, lid 5
|
|
—
|
|
|
Artikel 8, lid 6
|
|
Artikel 8, lid 6
|
|
|
Artikel 9
|
|
Artikel 10
|
|
|
Artikel 9 bis
|
|
Artikel 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 4
|
|
|
Artikel 9 ter
|
|
—
|
|
|
Artikel 10
|
|
Artikel 9
|
|
|
—
|
|
Artikelen 11 tot en met 28
|
|
|
Artikel 11
|
|
Artikel 41
|
|
|
Artikel 12, lid 1
|
|
Artikel 36, lid 1
|
|
|
Artikel 12, lid 2
|
|
Artikel 36, lid 1
|
|
|
Artikel 12, lid 3
|
|
Artikel 36, lid 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 36, lid 4
|
|
|
—
|
|
Artikelen 37 tot en met 40
|
|
|
Artikel 12, lid 4
|
|
Artikel 36, lid 2
|
|
|
Artikel 12, lid 5
|
|
—
|
|
|
Artikel 13, lid 1
|
|
Artikel 42, lid 1
|
|
|
Artikel 13, lid 2
|
|
Artikel 42, leden 1 en 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 42, lid 2
|
|
|
Artikel 13, lid 3
|
|
Artikel 42, lid 4
|
|
|
—
|
|
Artikelen 43 tot en met 46
|
|
|
Artikel 14
|
|
Artikel 29, leden 1 en 4
|
|
|
—
|
|
Artikel 29, lid 2
|
|
|
Artikel 15, lid 1
|
|
Artikel 29, lid 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 29, lid 5
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt a)
|
|
Artikel 30, leden 1 en 2
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt b), eerste zin
|
|
Artikel 30, lid 2
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt b), tweede zin
|
|
Artikel 30, lid 3
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt b), derde zin
|
|
Artikel 30, lid 4
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt c)
|
|
—
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt d)
|
|
Artikel 30, lid 6
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt e)
|
|
Artikel 30, lid 5
|
|
|
Artikel 15, lid 2, punt f)
|
|
Artikel 29, lid 6, en artikel 33
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt a)
|
|
Artikel 32, lid 1
|
|
|
—
|
|
Artikel 32, leden 2 en 3
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt b)
|
|
Artikel 32, lid 4
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt c)
|
|
Artikel 31, lid 1
|
|
|
—
|
|
Artikel 31, leden 2, 3 en 4
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt d)
|
|
Artikel 29, lid 3, tweede zin
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt e)
|
|
Artikel 29, lid 3, eerste zin, artikel 30, lid 2, en artikel 32, lid 1
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt f), eerste zin
|
|
Artikel 29, lid 4
|
|
|
Artikel 15, lid 3, punt f), tweede zin
|
|
Artikel 32, leden 5 tot en met 8
|
|
|
Artikel 15, lid 4
|
|
Artikel 33
|
|
|
Artikel 15 bis, leden 1 en 3, eerste zin
|
|
Artikel 47, leden 1 en 4
|
|
|
Artikel 15 bis, lid 2
|
|
Artikel 47, leden 2 en 4
|
|
|
—
|
|
Artikelen 48 tot en met 51
|
|
|
Artikel 15 bis, lid 3, tweede en derde zin
|
|
Artikel 47, lid 3
|
|
|
Artikel 15 bis, lid 3, vierde zin
|
|
—
|
|
|
Artikel 16, lid 1
|
|
Artikel 34, lid 1
|
|
|
Artikel 16, lid 2, en artikel 16, lid 3, eerste zin
|
|
Artikel 34, leden 2 en 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 35
|
|
|
Artikel 16, lid 3, tweede en derde zin
|
|
—
|
|
|
Artikel 17
|
|
—
|
|
|
Artikel 18, lid 1
|
|
Artikel 52, lid 1
|
|
|
Artikel 18, lid 2
|
|
Artikel 52, lid 2
|
|
|
Artikel 18, lid 3
|
|
Artikel 52, lid 3
|
|
|
—
|
|
Artikelen 53 tot en met 57, punt 2
|
|
|
Artikel 18 bis
|
|
—
|
|
|
Artikel 19
|
|
Artikel 59
|
|
|
Bijlage I
|
|
—
|
|
|
Bijlage II
|
|
Artikel 57, punt 3
|
|
|
—
|
|
Artikel 57, punten 4 tot en met 7, en artikel 58
|
|
|
|
Artikel 1, lid 1
|
Artikel 1, lid 1
|
|
|
|
Artikel 1, lid 2
|
Artikel 1, lid 1
|
|
|
|
—
|
Artikel 1, leden 2 en 3
|
|
|
|
Artikel 1, lid 3
|
Artikel 1, lid 4
|
|
|
|
—
|
Artikelen 2 tot en met 36
|
|
|
|
Artikel 1, lid 4, en artikel 3
|
—
|
|
|
|
Artikel 3 bis
|
Artikel 43
|
|
|
|
Artikel 4, punt a
|
—
|
|
|
|
Artikel 4, punt b
|
Artikel 44
|
|
|
|
Artikel 6, lid 1
|
Artikel 37, lid 1
|
|
|
|
Artikel 6, lid 2, eerste alinea
|
Artikel 37, lid 2
|
|
|
|
—
|
Artikel 37, lid 3
|
|
|
|
Artikel 6, lid 2, tweede alinea
|
Artikel 37, lid 4
|
|
|
|
Artikel 6, lid 2, derde alinea, eerste zin
|
Artikel 38, leden 2, 3 en 4
|
|
|
|
Artikel 6, lid 2, derde alinea, tweede en derde zin
|
Artikel 38, lid 5
|
|
|
|
—
|
Artikel 38, leden 6 tot en met 9
|
|
|
|
Artikel 6, lid 3
|
—
|
|
|
|
Artikel 6, lid 4
|
Artikel 37, lid 5, artikel 38, leden 10 en 13
|
|
|
|
—
|
Artikel 38, leden 1, 11, 12, 14 en 15
|
|
|
|
Artikel 6, lid 5
|
Artikel 38, lid 16
|
|
|
|
—
|
Artikelen 39 tot en met 42
|
|
|
|
Artikel 6, lid 6
|
Artikel 37, lid 2, punt b)
|
|
|
|
Artikel 6, leden 7 en 8
|
Artikelen 37, lid 5 en artikel 38, lid 10
|
|
|
|
Artikel 6, lid 9
|
—
|
|
|
|
Artikel 7, lid 1
|
Artikel 45, lid 1
|
|
|
|
Artikel 7, lid 2
|
Artikel 45, lid 2
|
|
|
|
Artikel 7, lid 3
|
Artikel 45, lid 3
|
|
|
|
Artikel 8
|
Artikel 45, lid 4
|
|
|
|
—
|
Artikelen 46 tot en met 58
|
|
|
|
Artikel 10
|
—
|
|
|
|
Artikel 11
|
Artikel 59
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|