+Artikel 76 Verwerking van persoonsgegevens
---+Artikel 76 1
---+Artikel 76 2
---+Artikel 76 3
---+Artikel 76 4
---+Artikel 76 5
|
Artikel 76 Verwerking van persoonsgegevens
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 76 1
|
1. Voor zover dit strikt noodzakelijk is voor het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering, mogen de meldingsplichtige entiteiten bijzondere categorieën van persoonsgegevens als genoemd in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en persoonsgegevens in verband met strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als genoemd in artikel 10 van die verordening verwerken, met inachtneming van de in de leden 2 en 3 van dit artikel vastgestelde waarborgen.
|
|
Artikel 76 2
|
2. De meldingsplichtige entiteiten mogen onder artikel 9 van Verordening (EU) 2016/679 vallende persoonsgegevens verwerken op voorwaarde dat:
|
a)
|
zij aan hun cliënten of potentiële cliënten meedelen dat de verwerking van dergelijke categorieën van gegevens met het oog op de naleving van de vereisten van deze verordening is toegestaan;
|
|
b)
|
de gegevens afkomstig zijn van betrouwbare bronnen, en accuraat en actueel zijn;
|
|
c)
|
zij geen besluiten nemen die op basis van die gegevens tot bevooroordeelde en discriminerende resultaten zouden leiden;
|
|
d)
|
zij maatregelen van een hoog beveiligingsniveau nemen overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2016/679, met name wat vertrouwelijkheid betreft.
|
|
|
Artikel 76 3
|
3. De meldingsplichtige entiteiten mogen onder artikel 10 van Verordening (EU) 2016/679 vallende persoonsgegevens verwerken, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden van lid 2 van dit artikel en dat:
|
a)
|
dergelijke persoonsgegevens betrekking hebben op witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering;
|
|
b)
|
de meldingsplichtige entiteiten beschikken over procedures om bij de verwerking van dergelijke gegevens een onderscheid te maken tussen beschuldigingen, onderzoeken, procedures en veroordelingen, rekening houdend met het grondrecht op een eerlijk proces, de rechten van de verdediging en het vermoeden van onschuld.
|
|
|
Artikel 76 4
|
4. De persoonsgegevens worden door de meldingsplichtige entiteiten op basis van deze verordening verwerkt met als enig doel witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen en worden niet verder verwerkt op een manier die niet verenigbaar is met dat doel. De verwerking van persoonsgegevens op basis van deze verordening voor commerciële doeleinden is verboden.
|
|
Artikel 76 5
|
5. De meldingsplichtige entiteiten mogen besluiten vaststellen die voortvloeien uit geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Verordening (EU) 2016/679, of uit processen waarbij wordt gebruikgemaakt van AI-systemen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2024/xxx van het Europees Parlement en de Raad (45), op voorwaarde dat:
|
a)
|
de door die systemen verwerkte gegevens beperkt zijn tot gegevens die op grond van hoofdstuk III van deze verordening zijn verkregen;
|
|
b)
|
elk besluit om een zakelijke relatie met een cliënt aan te gaan of te weigeren, te onderhouden of een occasionele transactie voor een cliënt te verrichten of te weigeren, of om de omvang van de op grond van artikel 20 van deze verordening toegepaste cliëntenonderzoeksmaatregelen te vergroten of te verkleinen, onderworpen is aan beduidende menselijke tussenkomst om de nauwkeurigheid en geschiktheid van een dergelijk besluit te waarborgen, en
|
|
c)
|
de cliënt uitleg kan krijgen over het door de meldingsplichtige entiteit genomen besluit en dat besluit kan aanvechten, met uitzondering van een melding als bedoeld in artikel 69 van deze verordening.
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|