1. De intermediaire betalingsdienstaanbieder stelt doeltreffende, op risico gebaseerde procedures vast om te bepalen of een geldovermaking waarbij de vereiste informatie over de betaler en de begunstigde ontbreekt, moet worden uitgevoerd, geweigerd of opgeschort en welke passende actie daarbij kan worden ondernomen.
Ingeval de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij ontvangst van een geldovermaking tot de bevinding komt dat de in artikel 4, lid 1, punten a), b) en c), artikel 4, lid 2, punten a) en b), artikel 5, lid 1, of artikel 6 bedoelde informatie ontbreekt of niet is ingevuld met karakters of gegevens die toegelaten zijn overeenkomstig de procedures van het berichten- of betalings- en afwikkelingssysteem als bedoeld in artikel 7, lid 1, moet die intermediaire betalingsdienstaanbieder op grond van risicogevoeligheid:
|
a)
|
de overmaking weigeren, of
|
|
b)
|
voor of na de doorzending van de geldovermaking om de vereiste informatie over de betaler en de begunstigde verzoeken.
|