|
+Artikel 197 1. |
Artikel 197 1.De volgende financiële instrumenten kunnen door instellingen bij alle benaderingen en methoden als toelaatbare zekerheid worden gebruikt:
a)
contanten gedeponeerd bij of met contanten gelijk te stellen instrumenten aangehouden door de leningverstrekkende instelling;
b)
schuldtitels, uitgegeven door centrale overheden of centrale banken, die een kredietbeoordeling door een EKBI of exportkredietverzekeringsmaatschappij hebben, indien:
i)
de EKBI of de exportkredietverzekeringsmaatschappij is aangewezen door de instelling voor de toepassing van hoofdstuk 2, en
ii)
de kredietbeoordeling door de EBA is ondergebracht in kredietkwaliteitscategorie 1, 2, 3 of 4 in het kader van de voorschriften in hoofdstuk 2 voor het toekennen van risicogewichten aan blootstellingen met betrekking tot centrale overheden en centrale banken;
c)
schuldtitels, uitgegeven door instellingen, die een kredietbeoordeling door een EKBI hebben, indien:
i)
de EKBI is aangewezen door de instelling voor de toepassing van hoofdstuk 2, en
ii)
de kredietbeoordeling door de EBA is ondergebracht in kredietkwaliteitscategorie 1, 2 of 3 in het kader van de voorschriften in hoofdstuk 2 voor het toekennen van risicogewichten aan blootstellingen met betrekking tot instellingen;
d)
schuldtitels, uitgegeven door andere entiteiten, die een kredietbeoordeling door een EKBI hebben, indien:
i)
de EKBI is aangewezen door de instelling voor de toepassing van hoofdstuk 2, en
ii)
de kredietbeoordeling door de EBA is ondergebracht in kredietkwaliteitscategorie 1, 2 of 3 in het kader van de voorschriften in hoofdstuk 2 voor het toekennen van risicogewichten aan blootstellingen met betrekking tot ondernemingen;
e)
schuldtitels die een kredietbeoordeling voor de korte termijn door een EKBI hebben, indien:
i)
de EKBI is aangewezen door de instelling voor de toepassing van hoofdstuk 2, en
ii)
de kredietbeoordeling door de EBA is ondergebracht in kredietkwaliteitscategorie 1, 2 of 3 in het kader van de voorschriften in hoofdstuk 2 voor het toekennen van risicogewichten aan kortlopende blootstellingen;
f)
aandelen of converteerbare obligaties die in een hoofdindex zijn opgenomen;
g)
ongemunt goud;
h)
securitisatieposities die geen hersecuritisatieposities zijn en waarop een risicogewicht van 100 % of minder wordt toegepast overeenkomstig artikel 261 tot en met artikel 264. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|