+Artikel 25 Verrichten van metingen en tests voor EU-typegoedkeuring
---+Artikel 25 1.
---+Artikel 25 2.
---+Artikel 25 3.
---+Artikel 25 4.
|
Artikel 25 Verrichten van metingen en tests voor EU-typegoedkeuring
Verrichten van metingen en tests voor EU-typegoedkeuring
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 25 1.
|
De eindresultaten van de tests van uitlaatemissies voor motoren die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden berekend door op de resultaten van de laboratoriumtests al het volgende toe te passen:
a)
de emissies van cartergassen, indien vereist op grond van lid 3 en indien niet reeds opgenomen in de laboratoriummetingen;
b)
de nodige aanpassingsfactoren, indien vereist op grond van lid 3 en wanneer de motor met een regeneratief uitlaatgasnabehandelingssysteem is uitgerust;
c)
met betrekking tot alle motoren, de verslechteringsfactoren die betrekking hebben op de in bijlage V opgenomen emissieduurzaamheidsperioden.
|
|
Artikel 25 2.
|
Het testen van een motortype of motorfamilie om na te gaan of het voldoet aan de emissiegrenswaarden die bij deze verordening zijn vastgesteld wordt uitgevoerd door gebruik te maken van de volgende referentiebrandstoffen of brandstofcombinaties, naar gelang het geval:
c)
benzine/oliemengsel voor tweetakt-SI-motoren;
e)
vloeibaar petroleumgas (LPG);
Het motortype of de motorfamilie voldoet voorts ook aan de in deze verordening neergelegde emissiegrenswaarden met betrekking tot andere specifieke brandstoffen, brandstofmengsels of brandstofemulsies die door de fabrikant worden opgenomen in de aanvraag voor een EU-typegoedkeuring, en voor zover zulks is vermeld in het informatiedossier.
|
|
Artikel 25 3.
|
Bij het verrichten van metingen en tests wordt voldaan aan de technische voorschriften met betrekking tot:
a)
apparatuur en procedures voor het uitvoeren van tests;
b)
apparatuur en procedures voor emissiemeting en monsterneming;
c)
methoden voor de evaluatie van gegevens en voor berekeningen;
d)
methoden voor het bepalen van verslechteringsfactoren;
e)
waar het motoren van de categorieën NRE, NRG, IWP, IWA, RLR, NRS, NRSh, SMB en ATS betreft die voldoen aan de fase V-emissiegrenswaarden zoals opgenomen in bijlage II:
i)
methoden om emissies van cartergassen in rekening te brengen;
ii)
methoden om continue of niet-frequente regeneratie bij uitlaatgasnabehandelingssystemen te bepalen en in rekening te brengen;
f)
ten aanzien van elektronisch gestuurde motoren uit de categorieën NRE, NRG, IWP, IWA, RLL en RLR die voldoen aan de fase V-emissiegrenswaarden zoals vermeld in bijlage II en waarbij zowel de dosering als de timing van de brandstofinspuiting elektronisch wordt geregeld of waarbij het emissiebeheersingssysteem voor de vermindering van NOx elektronisch wordt geactiveerd, gedeactiveerd of gemoduleerd:
i)
emissiebeheersingsstrategieën, en zijn met inbegrip van de benodigde documenten om die strategieën aan te tonen;
ii)
NOx-beheersingsmaatregelen, en zijn met inbegrip van de methode om die beheersingsmaatregelen aan te tonen;
iii)
het gebied van de testcyclus in statische toestand (niet voor wegverkeer) waarin de toegestane overschrijding van de emissiegrenswaarden van bijlage II, beheerst wordt;
iv)
de selectie door de technische dienst van aanvullende meetpunten binnen het beheersgebied tijdens de emissiebanktest.
|
|
Artikel 25 4.
|
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen door het vastleggen van:
a)
de methode voor het aanpassen van de resultaten van emissielaboratoriumtests om rekening te houden met de in lid 1, onder c), vermelde verslechteringsfactoren;
b)
de technische eigenschappen van de in lid 2 vermelde referentiebrandstoffen en, in voorkomend geval, de voorschriften voor de beschrijving van andere in het informatiedossier beschreven specifieke brandstoffen, brandstofmengsels of brandstofemulsies;
c)
de gedetailleerde technische voorschriften en kenmerken voor het verrichten van de in lid 3 bedoelde metingen en tests;
d)
de methode die gebruikt wordt voor het meten van deeltjesaantallen, waarbij rekening wordt gehouden met de in wijzigingsreeks 06 van VN/ECE-reglement nr. 49 vermelde specificaties;
e)
de gedetailleerde technische voorschriften die toegepast worden bij het testen van dual-fuelmotoren of van monofuelmotoren op basis van gasvormige brandstof zoals bedoeld in bijlage II.
Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 31 december 2016 vastgesteld.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|