4. In afwijking van lid 1, punt b), passen meldingsplichtige entiteiten ten minste de in artikel 20, lid 1, punt a), bedoelde cliëntenonderzoeksmaatregelen toe bij het verrekenen van een occasionele transactie in contanten met een waarde van ten minste 3 000 EUR, of de tegenwaarde in de nationale munteenheid, ongeacht of die transactie wordt verricht in één verrichting of in onderling samenhangende transacties.
De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing indien er in de lidstaat op grond van artikel 80, leden 2 en 3, een limiet geldt voor grote betalingen in contanten van 3 000 EUR of minder, of de tegenwaarde in de nationale munteenheid, behalve in onder lid 4, punt b), van dat artikel vallende gevallen.