6. Behalve in de gevallen als bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk kunnen lidstaten die op grond van artikel 8 van Richtlijn (EU) 2024/1640 gevallen met een hoger risico vaststellen, onder meer als gevolg van door de lidstaten uitgevoerde sectorale risicobeoordelingen, van de meldingsplichtige entiteiten verlangen dat zij verscherpte zorgvuldigheidsmaatregelen toepassen en, in voorkomend geval, die maatregelen specificeren. Lidstaten die een besluit tot oplegging van verscherpte zorgvuldigheidsvereisten aan op hun grondgebied gevestigde meldingsplichtige entiteiten hebben genomen, stellen de Commissie en de AMLA binnen één maand na de vaststelling daarvan in kennis en voegen bij die kennisgeving een motivering van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering die aan dat besluit ten grondslag liggen.
Indien de risico’s die de lidstaten op grond van de eerste alinea hebben vastgesteld van buiten de Unie kunnen komen en gevolgen kunnen hebben voor het financiële stelsel van de Unie, overweegt de AMLA om, op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief, de op grond van artikel 32 vastgestelde richtsnoeren te actualiseren.