|
c)
|
rechtstreeks of via tussenpersonen een van de volgende goederen verwerven van personen die handelen als bedoeld in artikel 3, punt 3), f) en j), in het kader van een occasionele transactie:
|
i)
|
motorvoertuigen voor niet-commerciële doeleinden tegen een prijs van ten minste 250 000 EUR of de tegenwaarde in de nationale munteenheid;
|
|
ii)
|
vaartuigen voor niet-commerciële doeleinden tegen een prijs van ten minste 7 500 000 EUR of de tegenwaarde in de nationale munteenheid;
|
|
iii)
|
luchtvaartuigen voor niet-commerciële doeleinden tegen een prijs van ten minste 7 500 000 EUR of de tegenwaarde in de nationale munteenheid;
|
|