+Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV)
---+Preamble: 1
---+Artikel 1
---+Artikel 2
---+Artikel 3
------+Article 3 (a)
------+Article 3 (b)
------+Article 3 (c)
------+Article 3 (d)
------+Article 3 (e)
---+Artikel 4
------+Article 4 (a)
------+Article 4 (b)
------+Article 4 (a)
------+Article 4 (b)
------+Article 4 (c)
---+Artikel 5
------+Article 5 (a)
------+Article 5 (b)
------+Article 5 (c)
------+Article 5 (d)
------+Article 5 (e)
---+Artikel 6
---+Artikel 7
------+Article 7 (a)
------+Article 7 (b)
------+Article 7 (c)
------+Article 7 (d)
------+Article 7 (e)
------+Article 7 (f)
------+Article 7 (g)
------+Article 7 (h)
------+Article 7 (i)
------+Article 7 (j)
---+Artikel 8
------+Article 8 (a)
------+Article 8 (b)
------+Article 8 (c)
---+Artikel 9
---+Artikel 10
---+Artikel 11
---+Artikel 12
------+Article 12 (a)
------+Article 12 (b)
---+Artikel 13
---+Artikel 14
---+Article 15
---+Artikel 16
---+Artikel 17
------+Article 17 (a)
------+Article 17 (b)
------+Article 17 (c)
------+Article 17 (d)
------+Article 17 (e)
------+Article 17 (f)
------+Article 17 (g)
---+Artikel 18
---+Artikel 19
------+Article 19 —
------+Article 19 —
------+Article 19 —
---+Artikel 20
---+Artikel 21
---+Artikel 22
---+Artikel 23 Het samenwerkingsverband kan geen openbaar beroep doen op de kapitaalmarkt. Artikel 24
---+Article 24
---+Artikel 25
------+Article 25 (a)
------+Article 25 (b)
------+Article 25 (c)
------+Article 25 (d)
------+Article 25 (e)
---+Artikel 26
---+Artikel 27
---+Artikel 28
---+Artikel 29
---+Artikel 30
---+Artikel 31
------+Article 31 (a)
------+Article 31 (b)
---+Artikel 32
---+Artikel 33
---+Artikel 34
---+Artikel 35
---+Artikel 36
---+Artikel 37
---+Artikel 38
---+Article 39
---+Artikel 40
---+Artikel 41
---+Artikel 42
------+Article 42 (a)
------+Article 42 (b)
---+Artikel 43
|
English -
European Union -
Corporate Law -
Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV)
Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2137/85 VAN DE RAAD van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europese Parlement (2), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3), Overwegende dat een harmonische ontwikkeling van de economische bedrijvigheid en een gestadige en evenwichtige expansie in de gehele Gemeenschap afhankelijk zijn van de totstandkoming en de goede werking van een gemeenschappelijke markt die soortgelijke voorwaarden biedt als een nationale markt; dat het voor de verwezenlijking van deze éne markt en het hechter maken van de eenheid ervan met name wenselijk is dat voor natuurlijke personen, vennootschappen en andere juridische lichamen een juridisch kader wordt ingesteld dat de aanpassing van hun werkzaamheden aan de economische omstandigheden in de Gemeenschap vergemakkelijkt; dat het hiertoe noodzakelijk is dat deze natuurlijke personen, vennootschappen en andere juridische lichamen daadwerkelijk kunnen samenwerken over de grenzen heen; Overwegende dat een dergelijke samenwerking kan stuiten op moeilijkheden van juridische, fiscale of psychologische aard; dat de instelling van een geschikte communautaire rechtsfiguur in de vorm van een Europees economisch samenwerkingsverband bijdraagt tot de verwezenlijking van de bovenvermelde doelstellingen en derhalve noodzakelijk lijkt; Overwegende dat het Verdrag niet voorziet in de specifieke bevoegdheden voor het instellen van een dergelijke rechtsfiguur; Overwegende dat het samenwerkingsverband zich aan de economische omstandigheden moet kunnen aanpassen door de leden een grote mate van vrijheid te laten voor het regelen van hun contractuele betrekkingen en het inwendig bestel van het samenwerkingsverband; Overwegende dat het verschil tussen een samenwerkingsverband en een vennootschap in hoofdzaak is gelegen in zijn doel, dat alleen bestaat in het vergemakkelijken of ontwikkelen van de economische werkzaamheid van zijn leden, zodat dezen aldus hun eigen resultaten kunnen verbeteren; dat de werkzaamheid van het samenwerkingsverband, gezien zijn ondersteunende karakter, moet samenhangen met en niet in de plaats mag treden van de economische werkzaamheid van zijn leden en het verband derhalve bij voorbeeld niet zelf ten aanzien van derden een vrij beroep mag uitoefenen, waarbij het begrip economische werkzaamheid in de ruimste zin moet worden uitgelegd; Overwegende dat de toegang tot het samenwerkingsverband, met inachtneming van de doelstellingen van deze verordening, zo ruim mogelijk moet zijn voor natuurlijke personen, vennootschappen en andere juridische lichamen; dat deze verordening evenwel de toepassing, op nationaal niveau, van de wettelijke en/of deontologische voorschriften inzake de voorwaarden voor de uitoefening van een economische werkzaamheid of van een beroep onverlet laat; Overwegende dat deze verordening als zodanig niet het recht verleent aan een samenwerkingsverband deel te nemen, ook niet wanneer aan de in de verordening vervatte voorwaarden is voldaan; Overwegende dat de bij deze verordening verleende bevoegdheid om de deelneming aan samenwerkingsverbanden om redenen van algemeen belang te verbieden of te beperken, geen afbreuk doet aan wetten van Lid-Staten die de uitoefening van werkzaamheden regelen en die andere verbodsbepalingen of beperkingen kunnen bevatten of anderszins controle of toezicht kunnen inhouden op deelneming aan een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, vennootschappen of andere juridische lichamen, of van welke categorie daarvan ook; Overwegende dat aan het samenwerkingsverband, met het oog op de verwezenlijking van zijn doel, een eigen rechtsbevoegdheid moet worden verleend en dat moet worden voorzien in een rechtens van de leden van het samenwerkingsverband onderscheiden orgaan dat het jegens derden vertegenwoordigt; Overwegende dat het voor de bescherming van derden noodzakelijk is te zorgen voor een ruime mate van openbaarheid en een onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid van de leden voor de schulden van het samenwerkingsverband, met inbegrip van schulden op het gebied van belastingen en sociale zekerheid, zonder dat dit beginsel evenwel afbreuk doet aan de vrijheid om bij een bijzondere overeenkomst tussen het samenwerkingsverband en een derde de aansprakelijkheid van één of meer leden voor een bepaalde schuld uit te sluiten of te beperken; Overwegende dat vragen betreffende de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen en de bevoegdheid van rechtspersonen worden beheerst door het nationale recht; Overwegende dat regels moeten worden gesteld voor de bijzondere gronden tot ontbinding van samenwerkingsverbanden, maar dat voor de vereffening en de afsluiting daarvan naar het nationale recht moet worden verwezen; Overwegende dat het samenwerkingsverband onderworpen is aan de nationale rechtsregels inzake insolventie en staking van betaling en dat dit recht andere oorzaken voor ontbinding van het samenwerkingsverband kan bevatten; Overwegende dat in deze verordening wordt bepaald dat het resultaat van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband slechts bij de leden belastbaar is; dat voor het overige het nationale belastingrecht van toepassing is, met name voor wat betreft de verdeling van de winst, de belastingprocedures en alle verplichtingen die door de nationale belastingwetgevingen worden opgelegd; Overwegende dat op de niet door deze verordening bestreken gebieden het recht van de Lid-Staten en het Gemeenschapsrecht van toepassing zijn, zo bij voorbeeld: - op het gebied van het sociaal recht en het arbeidsrecht; - op het gebied van het mededingingsrecht; - op het gebied van het recht inzake intellectuele eigendom; Overwegende dat de werkzaamheid van een samenwerkingsverband onderworpen is aan het recht van de Lid-Staten inzake de uitoefening van een werkzaamheid en het toezicht daarop; dat, in geval van misbruik of ontduiking van de wetgeving van een Lid-Staat door een samenwerkingsverband of zijn leden, deze Lid-Staat passende sancties kan treffen; Overwegende dat het de Lid-Staten vrij staat iedere wettelijke, bestuursrechtelijke of administratieve maatregel toe te passen of vast te stellen die niet in strijd is met de inhoud en de doelstellingen van deze verordening; Overwegende dat deze verordening in al haar onderdelen onmiddellijk in werking moet treden; dat de toepassing van sommige van haar bepalingen evenwel moet worden uitgesteld om de Lid-Staten de gelegenheid te geven eerst de nodige voorzieningen te treffen voor de inschrijving van samenwerkingsverbanden op hun grondgebied en voor de bekendmaking van hun akten; dat de opgerichte samenwerkingsverbanden vanaf het tijdstip waarop deze verordening van toepassing is, zonder territoriale beperkingen werkzaam kunnen zijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
|
|
Artikel 1
|
|
|
Artikel 2
|
|
|
Artikel 3
|
|
|
Artikel 4
|
|
|
Artikel 5
|
Artikel 5 De oprichtingsovereenkomst van het samenwerkingsverband moet in elk geval vermelden: a) de naam van het samenwerkingsverband, voorafgegaan of gevolgd door de woorden »Europees economisch samenwerkingsverband" dan wel de afkorting »EESV", tenzij die woorden of die afkorting reeds in de naam voorkomen; b) de zetel van het samenwerkingsverband; c) het doel waarvoor het samenwerkingsverband is opgericht; d) de naam, de handelsnaam of benaming, de rechtsvorm, de woonplaats of de maatschappelijke zetel alsmede, in voorkomend geval, het nummer en de plaats van inschrijving van elk van de leden van het samenwerkingsverband; e) de duur van het samenwerkingsverband, tenzij deze onbepaald is.
|
|
Artikel 6
|
Artikel 6 Het samenwerkingsverband wordt in de Lid-Staat van de zetel ingeschreven in het overeenkomstig artikel 39, lid 1, aangewezen register.
|
|
Artikel 7
|
Artikel 7 De oprichtingsovereenkomst wordt neergelegd in het in artikel 6 bedoelde register. In dit register moeten tevens de volgende akten en gegevens worden neergelegd: a) wijzigingen in de oprichtingsovereenkomst van het samenwerkingsverband, met inbegrip van wijzigingen in de samenstelling van het samenwerkingsverband; b) de oprichting of opheffing van vestigingen van het samenwerkingsverband; c) de rechterlijke beslissing waarbij de nietigheid van het samenwerkingsverband overeenkomstig artikel 15 wordt vastgesteld of uitgesproken; d) de benoeming van de bestuurder of bestuurders van het samenwerkingsverband, hun naam en elk ander gegeven betreffende hun identiteit dat wordt geëist door de wet van van de Lid-Staat waar het register wordt gehouden, met vermelding of zij alleen dan wel slechts gezamenlijk kunnen handelen, alsmede het eindigen van de bestuursfunctie; e) de overdracht door een lid van het samenwerkingsverband van het geheel of een deel van zijn deelneming overeenkomstig artikel 22, lid 1; f) het besluit van de leden waarbij de ontbinding van het samenwerkingsverband wordt uitgesproken of vastgesteld overeenkomstig artikel 31, dan wel de rechterlijke beslissing waarbij de ontbinding wordt uitgesproken overeenkomstig artikel 31 of artikel 32; g) de benoeming van de vereffenaar of vereffenaars van het samenwerkingsverband, bdoeld in artikel 35, alsmede hun naam en elk ander gegeven betreffende hun identiteit dat wordt geëist door de wet van de Lid-Staat waar het register wordt gehouden, alsook het eindigen van de functie van de vereffenaar; h) de afsluiting van de vereffening van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 35, lid 2; i) het voorstel tot zetelverplaatsing, bedoeld in artikel 14, lid 1; j) het beding waarbij een nieuw lid overeenkomstig artikel 26, lid 2, wordt vrijgesteld van betaling van de schulden die vóór zijn toetreding zijn ontstaan.
|
|
Artikel 8
|
Artikel 8 De volgende gegevens moeten op de in artikel 39 bepaalde wijze openbaar worden gemaakt in het in lid 1 van dat artikel bedoelde publikatieblad: a) de gegevens die ingevolge artikel 5 in de oprichtingsovereenkomst moeten voorkomen, en de wijzigingen daarin; b) het nummer, de datum en de plaats van de inschrijving, alsmede de doorhaling van de inschrijving; c) de in artikel 7, sub b) tot en met j), bedoelde akten en gegevens. De sub a) en b) bedoelde gegevens moeten volledig openbaar worden gemaakt. De sub c) bedoelde akten en gegevens kunnen, overeenkomstig de toepasselijke nationale wet, hetzij volledig, hetzij in de vorm van een uittreksel of van een vermelding van nederlegging in het register openbaar worden gemaakt.
|
|
Artikel 9
|
|
|
Artikel 10
|
Artikel 10 Elke vestiging van het samenwerkingsverband in een andere Lid-Staat dan die waar de zetel is gelegen, wordt in die Staat ingeschreven. Met het oog op deze inschrijving legt het samenwerkingsverband in het daartoe bestemde register van laatstgenoemde Staat een afschrift neer van de bescheiden die in het register van de Lid-Staat van de zetel moeten worden neergelegd, zo nodig vergezeld van een vertaling overeenkomstig het gebruik bij het register waar de vestiging wordt ingeschreven.
|
|
Artikel 11
|
Artikel 11 De oprichting en de afsluiting van de vereffening van een samenwerkingsverband worden na bekendmaking in het in artikel 39, lid 1, bedoelde publikatieblad, met opgave van nummer, datum en plaats van inschrijving en datum, plaats en titel van de publikatie, opgenomen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
|
Artikel 12
|
Artikel 12 De in de oprichtingsovereenkomst vermelde zetel moet zijn gevestigd in de Gemeenschap. Deze zetel moet zijn gevestigd in: a) hetzij de plaats waar het samenwerkingsverband zijn hoofdkantoor heeft; b) hetzij de plaats waar een van de leden van het samenwerkingsverband zijn hoofdkantoor heeft of, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, zijn voornaamste werkzaamheid heeft, op voorwaarde dat het samenwerkingsverband aldaar een reële werkzaamheid heeft.
|
|
Artikel 13
|
Artikel 13 De zetel van het samenwerkingsverband kan binnen de Gemeenschap worden verplaatst. Wanneer die verplaatsing niet leidt tot wisseling van het ingevolge artikel 2 toepasselijke recht, komt het verplaatsingsbesluit tot stand op de wijze bepaald in de oprichtingsovereenkomst.
|
|
Artikel 14
|
|
|
Article 15
|
Article 15 1. Where the law applicable to a grouping by virtue of Article 2 provides for the nullity of that grouping, such nullity must be established or declared by judicial decision. However, the court to which the matter is referred must, where it is possible for the affairs of the grouping to be put in order, allow time to permit that to be done. 2. The nullity of a grouping shall entail its liquidation in accordance with the conditions laid down in Article 35. 3. A decision establishing or declaring the nullity of a grouping may be relied on as against third parties in accordance with the conditions laid down in Article 9 (1). Such a decision shall not of itself affect the validity of liabilities, owed by or to a grouping, which originated before it could be relied on as against third parties in accordance with the conditions laid down in the previous subparagraph.
|
|
Artikel 16
|
|
|
Artikel 17
|
|
|
Artikel 18
|
Artikel 18 Ieder lid heeft het recht om van het bestuur inlichtingen te verkrijgen over de gang van zaken in het samenwerkingsverband en om inzage te krijgen van de boekhouding en de zakelijke bescheiden.
|
|
Artikel 19
|
|
|
Artikel 20
|
|
|
Artikel 21
|
|
|
Artikel 22
|
|
|
Artikel 23 Het samenwerkingsverband kan geen openbaar beroep doen op de kapitaalmarkt. Artikel 24
|
|
|
Article 24
|
Article 24 1. The members of a grouping shall have unlimited joint and several liability for its debts and other liabilities of whatever nature. National law shall determine the consequences of such liablity. 2. Creditors may not proceed against a member for payment in respect of debts and other liabilities, in accordance with the conditions laid down in paragraph 1, before the liquidation of a grouping is concluded, unless they have first requested the grouping to pay and payment has not been made within an appropriate period.
|
|
Artikel 25
|
Artikel 25 Op brieven, orders en dergelijke stukken moet op leesbare wijze zijn vermeld: a) de naam van het samenwerkingsverband, voorafgegaan of gevolgd door de woorden »Europees economisch samenwerkingsverband" of door de afkorting »EESV", tenzij deze woorden of deze afkorting reeds in de naam voorkomen; b) de plaats van het in artikel 6 bedoelde register, waar het samenwerkingsverband is ingeschreven, alsmede het inschrijvingsnummer van het samenwerkingsverband in dit register; c) het adres van de zetel van het samenwerkingsverband; d) in voorkomend geval, dat de bestuurders gezamenlijk moeten handelen; e) in voorkomend geval, dat het samenwerkingsverband zich overeenkomstig artikel 15, 31, 32 of 36 in staat van vereffening bevindt. Elke vestiging van het samenwerkingsverband moet, wanneer zij overeenkomstig artikel 10 is ingeschreven, op de in de eerste alinea van het onderhavige artikel bedoelde stukken afkomstig van die vestiging de bovengenoemde gegevens vermelden, samen met de gegevens betreffende de inschrijving van die vestiging zelf.
|
|
Artikel 26
|
|
|
Artikel 27
|
|
|
Artikel 28
|
|
|
Artikel 29
|
Artikel 29 Zodra een lid ophoudt deel uit te maken van het samenwerkingsverband moet het bestuur daarvan kennis geven aan de overige leden; het moet eveneens aan de ter zake toepasselijke verplichtingen van de artikelen 7 en 8 voldoen. Bovendien kan elke belanghebbende aan deze verplichtingen voldoen.
|
|
Artikel 30
|
Artikel 30 Tenzij in de oprichtingsovereenkomst anders is bepaald en onverminderd de door iemand krachtens artikel 22, lid 1, of artikel 28, lid 2, verkregen rechten blijft, nadat een lid heeft opgehouden ervan deel uit te maken, het samenwerkingsverband tussen de overblijvende leden voortbestaan op de voet van de bepalingen van de oprichtingsovereenkomst of onder de voorwaarden vastgesteld bij eenstemmig besluit van de betrokken leden.
|
|
Artikel 31
|
|
|
Artikel 32
|
|
|
Artikel 33
|
Artikel 33 Indien een lid ophoudt deel uit te maken van het samenwerkingsverband om een andere reden dan overdracht van zijn rechten op de voet van artikel 22, lid 1, wordt de waarde van zijn rechten en verplichtingen bepaald op de grondslag van het vermogen van het samenwerkingsverband op het tijdstip waarop het lid ophoudt er deel van uit te maken. De waarde van de rechten en verplichtingen van het uittredende lid mag niet vooraf forfaitair worden vastgesteld.
|
|
Artikel 34
|
Artikel 34 Onverminderd artikel 37, lid 1, blijft een lid dat ophoudt deel uit te maken van het samenwerkingsverband, op de voet van artikel 24 aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de werkzaamheid van het samenwerkingsverband vóór de beëindiging van zijn lidmaatschap.
|
|
Artikel 35
|
|
|
Artikel 36
|
Artikel 36 Europese economische samenwerkingsverbanden zijn onderworpen aan de nationale rechtsregels inzake insolventie en staking van betaling. Het instellen van een procedure tegen een samenwerkingsverband wegens insolventie of staking van betaling brengt niet vanzelf mee dat een dergelijke procedure tegen de leden van het samenwerkingsverband wordt ingesteld.
|
|
Artikel 37
|
|
|
Artikel 38
|
Artikel 38 Wanneer een samenwerkingsverband in een Lid-Staat een werkzaamheid verricht die strijdig is met het algemeen belang van die Staat, kan een bevoegde autoriteit van die Staat die werkzaamheid verbieden. Tegen de beslissing van die bevoegde autoriteit moet beroep openstaan bij een rechterlijke instantie. Artikel 39 1. De Lid-Staten wijzen het register of de registers aan waar de in de artikelen 6 en 10 bedoelde inschrijving moet geschieden en stellen de regels vast die op deze inschrijving van toepassing zijn. Zij stellen bepalingen vast betreffende de nederlegging van de in de artikelen 7 en 10 bedoelde bescheiden. Zij dragen er zorg voor dat de akten en gegevens bedoeld in artikel 8 worden bekendgemaakt in het daarvoor in aanmerking komende officiële publikatieblad van de Lid-Staat waar het samenwerkingsverband zijn zetel heeft en stellen zo nodig de wijze van openbaarmaking vast van de in artikel 8, sub c), bedoelde akten en gegevens. Voorts dragen de Lid-Staten er zorg voor dat een ieder in het daartoe bestemde register uit hoofde van artikel 6, of, in voorkomend geval, van artikel 10, kennis kan nemen van de in artikel 7 bedoelde bescheiden en hiervan een volledig of gedeeltelijk afschrift kan verkrijgen, eventueel per post. De Lid-Staten kunnen bepalen dat de kosten in verband met de in de vorige alinea's bedoelde verrichtingen moeten worden betaald, zonder dat deze kosten meer mogen bedragen dan de daaraan verbonden administratieve kosten. 2. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de gegevens die in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen moeten worden gepubliceerd krachtens artikel 11, aan het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen worden medegedeeld in de maand volgende op de publikatie in het in lid 1 bedoelde officiële publikatieblad. 3. De Lid-Staten stellen passende sancties vast in geval van niet-naleving van de artikelen 7, 8 en 10 inzake openbaarmaking en van artikel 25.
|
|
Article 39
|
Article 39 1. The Member States shall designate the registry or registries responsible for effecting the registration referred to in Articles 6 and 10 and shall lay down the rules governing registration. They shall prescribe the conditions under which the documents referred to in Articles 7 and 10 shall be filed. They shall ensure that the documents and particulars referred to in Article 8 are published in the appropriate official gazette of the Member State in which the grouping has its official address, and may prescribe the manner of publication of the documents and particulars referred to in Article 8 (c). The Member States shall also ensure that anyone may, at the appropriate registry pursuant to Article 6 or, where appropriate, Article 10, inspect the documents referred to in Article 7 and obtain, even by post, full or partial copies thereof. The Member States may provide for the payment of fees in connection with the operations referred to in the preceding subparagraphs; those fees may not, however, exceed the administrative cost thereof. 2. The Member States shall ensure that the information to be published in the Official Journal of the European Communities pursuant to Article 11 is forwarded to the Office for Official Publications of the European Communities within one month of its publication in the official gazette referred to in paragraph 1. 3. The Member States shall provide for appropriate penalties in the event of failure to comply with the provisions of Articles 7, 8 and 10 on disclosure and in the event of failure to comply with Article 25.
|
|
Artikel 40
|
Artikel 40 Het resultaat van de werkzaamheid van het samenwerkingsverband is slechts bij zijn leden belastbaar.
|
|
Artikel 41
|
|
|
Artikel 42
|
|
|
Artikel 43
|
Artikel 43 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 juli 1989, met uitzondering van de artikelen 39, 41 en 42, die van toepassing zijn vanaf de inwerkingtreding van de verordening. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 25 juli 1985. Voor de Raad De Voorzitter J. POOS (1) PB nr. C 14 van 15. 2. 1974, blz. 30, en PB nr. C 103 van 28. 4. 1978, blz. 4. (2) PB nr. C 163 van 11. 7. 1977, blz. 17. (3) PB nr. C 108 van 15. 5. 1975, blz. 46. (1) PB nr. L 65 van 14. 3. 1968, blz. 8.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|