+12. Een bevoegde autoriteit mag er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep te …

12. Een bevoegde autoriteit mag er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep te …

Een bevoegde autoriteit mag er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep te beschouwen als groepsstructuur die voldoende eenvoudig is en waarvan geen significante risico’s voor cliënten of de markt uitgaan, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  • (a) de groep bestaat uitsluitend uit een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding of een EU-moederbeleggingsonderneming die klein en niet-verweven is overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, uit kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 12, lid 1, van die verordening en uit nevendiensten verrichtende ondernemingen;
  • (b) de groep beschikt over toereikende organisatorische regelingen en risicobeheersingsfuncties die in verhouding staan tot de omvang en het bedrijfsmodel van de beleggingsondernemingsgroep;
  • (c) de meerderheid van de stemrechten van elke onderneming van de groep is in handen van andere ondernemingen van de groep;
  • (d) haar kapitaalbinding, haar eigendomsstructuur en de contractuele overeenkomsten tussen de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding en de ondernemingen van de groep, alsook die tussen de ondernemingen van de groep onderling, zijn op verzoek beschikbaar voor de bevoegde autoriteit;
  • (e) haar kapitaalbinding, haar eigendomsstructuur en de in punt d) bedoelde contractuele overeenkomsten vormen geen belemmering voor de uitoefening van zeggenschap door de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding over de groepsondernemingen;
  • (f) de gevolgen van de kapitaalbinding, de eigendomsstructuur en de contractuele overeenkomsten als bedoeld in punt d) voor de governance van de groep als geheel en of er anders toezicht op geconsolideerde basis nodig is;
  • (g) de overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 berekende eigenvermogensvereisten blijven voldoende dicht bij de overeenkomstig artikel 7 van die verordening berekende eigenvermogensvereisten, met een indicatief percentage dat hoger ligt dan 85% van laatstgenoemde vereisten.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/